Toespraak
Sabine Poleyn - ronde tafel Vlaams ontwikkelingsbeleid
Beste vrienden,
Dames en heren,
Collega’s,
Ik hoop dat u genoten hebt van de eenvoudige maaltijd
en zelf ook uw ei hebt kunnen leggen. Als promotor ontwikkelingssamenwerking
van onze Vlaamse CD&V-fractie ben ik nieuwsgierig naar uw bedenkingen
bij het Vlaamse Noord-Zuidbeleid.
Het Vlaams ontwikkelingsbeleid is nog jong, nog geen 17 jaar oud, en dus
stilletjesaan volwassen aan het worden. Deze legislatuur hebben we het
kaderdecreet ontwikkelingssamenwerking goedgekeurd. Het kaderdecreet bepaalt
dat we met het Vlaamse ontwikkelingsbeleid gaan voor (1) de bestrijding
van armoede in het Zuiden, (2) een draagvlak in het Noorden en – niet
onbelangrijk – (3) coherentie binnen de Vlaamse regering.
Beste vrienden,
als het van ons afhangt zal de volgende regering werk
maken van meer coherentie. De principes die het kaderdecreet oplegt, nl.
eigenaarschap, partnerschap, beleidsdialoog en erkenning van diversiteit,
maar ook de voorwaarden die het kaderdecreet oplegt aan ons ontwikkelingsbeleid,
met name dat ontwikkelingssamenwerking vanuit Vlaanderen ontwikkelingsrelevant
moet zijn, maar ook ongebonden, geconcentreerd op enkele landen en sectoren
, gecoördineerd met andere donoren, duurzaam en kwaliteitsvol. Deze principes
en voorwaarden gelden niet alleen voor de volgende Vlaamse minister van
ontwikkelingssamenwerking, maar moeten gelden voor de ontwikkelingsinitiatieven
van alle Vlaamse ministers. CD&V zal dus een coherentietoets of procedure
ontwikkelen om ervoor te zorgen dat alle Vlaams inspanningen voor het
Zuiden mekaar versterken! Minister-President Peeters gaf al het voorbeeld
om het beleid van havens en leefmilieu af te stemmen op de prioritaire
partnerlanden. Maar ook – en vooral – onderwijs (waar toch meer van de
Vlaamse ODA-middelen naartoe gaan dan naar het ontwikkelingsbeleid zelf),
mobiliteit, economie en de andere bevoegdheden zouden zich moeten inschrijven
in het Vlaamse kaderdecreet.
Voor CD&V concentreert het Vlaams ontwikkelingsbeleid
zich op een aantal millenniumdoelstellingen, meer bepaald: gezondheidszorg,
onderwijs, voedselzekerheid, water en ondernemerschap.
We beperken ons tot Zuidelijk Afrika. Indien er ruimte
en middelen zijn voor een nieuwe prioritaire partner, én in het geval
Zuid-Afrika kan doorschuiven naar het gewone buitenlandse beleid, willen
wij onderzoeken of bepaalde provincies in Congo een mogelijke volgende
partner kunnen worden. We zijn er immers van overtuigd dat we als Vlaamse
overheid oog moeten hebben voor de banden die vele Vlamingen hebben met
Congo en Congolezen. Wees gerust, we willen niet onbezonnen in een nieuwe
verloving springen, onze ambitie is dit in een eerste fase te onderzoeken
en maar door te gaan indien we een meerwaarde kunnen betekenen.
Vlaanderen heeft een sterke band met de provincies en
de gemeentes. We moeten ons de vraag stellen of we ook met de lokale overheden
het ontwikkelingsbeleid niet beter kunnen afstemmen en zo elkaars investeringen
versterken. We willen ook complementair werken aan het federale ontwikkelingsbeleid.
CD&V wil dus volgende legislatuur onderzoeken hoe de ontwikkelingsinspanningen
met andere overheden in ons land beter kunnen afgestemd worden.
Beste vrienden,
De eerste decreten die het Vlaams ontwikkelingsbeleid
bepaald hebben zijn de 3 decreten van 2004 betreffende: (1) steun aan
projecten ontwikkelingseducatie, (2) het waarborgfonds voor microfinanciering
en (3) de gemeentelijke convenanten ontwikkelingssamenwerking. Het kaderdecreet
overkoepelt deze decreten, maar zij blijven 3 speerpunten van het Vlaamse
beleid. CD&V wil volgende legislatuur elke van die decreten evalueren
en verbeteren waar kan. Ik overloop onze prioriteiten.
- Minister-president Peeters benadrukte al het belang
van lokaal ondernemerschap in het Zuiden voor lokale ontwikkeling en eigenaarschap.
Als mensen hun eigen handel kunnen starten, komen ze makkelijker uit de
armoede. CD&V wil daarom ook de volgende legislatuur echt het verschil
kunnen maken met het waarborgfonds microfinanciering, en via de andere
initiatieven zoals Helpdesk Import Vlaanderen, Ex-Change en andere instrumenten
moeten het lokaal ondernemerschap stimuleren.
- Op het vlak van ontwikkelingseducatie willen we dat
meer organisaties hun expertise vertalen in kwaliteitsvolle educatieve
modellen. We willen innovatieve ideeën expliciet steunen. Ontwikkelingseducatie
vormt immers de basis voor het creëren van een draagvlak voor een Noord-Zuidbeleid
en is bij uitstek een Vlaamse bevoegdheid.
- De gemeentelijke convenanten zullen we mogelijk maken
voor samenwerkingsverbanden tussen kleinere gemeentes. We voorzien meer
middelen om meer gemeentes met een sterke visie de kans te bieden om een
eerste fase van de convenant af te sluiten. De gemeentes met een stedenband
willen we nog beter inhoudelijk ondersteunen zodat hun stedenband effectief
kan slagen en dat de bestuurskracht in het Zuiden effectief vergroot.
- De vierde pijler, een relatief nieuw ontdekte groep
binnen ontwikkelingssamenwerking beïnvloedt sterk het ontwikkelingsdenken.
Vlaanderen moet deze initiatieven verder steunen zodat zij kunnen groeien
in kwaliteit en duurzaamheid. We verwachten van de 3de pijler – de ngo’s-
dat zij hen steunen om zich te kaderen binnen de ruimere Noord-Zuidverhoudingen
en om te werken aan structurele oplossingen. Met dat perspectief voor
ogen willen wij de ngo’s stimuleren om 4de pijler-organisaties begeleiden.
- Door de klimaatswijziging moeten we ons voorbereiden
op steeds meer natuurrampen. Meer oog voor het klimaat in ons ontwikkelingsbeleid
kan misschien humanitaire crises helpen voorkomen. Mensen in het Zuiden
zijn immers de eerste slachtoffers van de verandering van het klimaat.
CD&V wil daarnaast de noodhulp ontwikkelen tot een echt beleid, zodat
ook onze noodhulp meer impact heeft en bijdraagt aan structurele oplossingen.
Beste vrienden,
Ik hoop dat deze middag u ervan overtuigd heeft dat ontwikkelingssamenwerking
voor CD&V niet zomaar een bevoegdheid is. We gaan - ook en zeker in
Vlaanderen - voor een volwassen ontwikkelingsbeleid. De voorbije legislatuur
evolueerden we van een vrijblijvend en weinig transparante ontwikkelingssamenwerking
naar een gekaderd beleid met visie en ambitie. Er ligt echter nog veel
werk op de plank. De principes en voorwaarden van het kaderdecreet moeten
nog concreet gemaakt worden, en het hele Vlaamse beleid doordringen. De
middelen willen we meer geconcentreerd inzetten, en we willen vernieuwing
stimuleren. De wereld is niet in één dag verbeterd.
Dames en heren,
U heeft ons aangenaam verrast. Met zo’n 159 anderen deelde
u uw tijd en ervaring met ons. Het geeft aan dat u vertrouwen hebt in
CD&V, in de politiek. U kunt erop rekenen dat wij dit vertrouwen niet
beschamen.
Het denkwerk dat aan alle ronde tafels gebeurde zullen
wij intern verder bespreken en verwerken tot een nota voor het ontwikkelingsbeleid
van morgen. Want Vlaanderen is ambitieus, ook voor het Zuiden!
Van harte dank voor uw inspirerende ideeën en opbouwende
kritiek, u hoort nog van ons.
Sabine Poleyn
Vlaams Volksvertegenwoordiger
CD&V-promotor ontwikkelingssamenwerking
16 maart 2009
|