sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Vraag om uitleg van de heer Jan Roegiers tot de heer Kris Peeters, minister-president van  de  Vlaamse   Regering,  Vlaams  minister  van  Economie,  Buitenlands  Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over het jubileum van VN-resolutie 1325. (31-03-2010)

De voorzitter: De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers: Voorzitter, minister-president, collega’s, ik wil beginnen met een kort uittreksel uit de toespraak tot de Veiligheidsraad van de voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, naar aanleiding van de goedkeuring van de resolutie. “De Veiligheidsraad heeft in een verklaring erkend dat vooral vrouwen en meisjes het slachtoffer zijn  van de gevolgen van  gewapende conflicten. U hebt ingezien  dat vrede onlosmakelijk verbonden  is  met  de  gelijkwaardigheid  van  man  en  vrouw.  U  hebt  verklaard  dat  de handhaving en de bevordering van vrede en veiligheid de actieve deelname  vereisen van vrouwen, op  voet van gelijkheid met  mannen. Ik  wil u nu  vragen alle middelen die u ter beschikking staan, aan te wenden om deze verklaring om te zetten in krachtdadig optreden. De centrale doelstelling daarbij is dat vrouwen en  meisjes in conflictsituaties bescherming krijgen, dat plegers van gewelddaden jegens vrouwen in conflictsituaties worden vervolgd en dat vrouwen op voet van gelijkheid de plaats innemen die hen toekomt bij de besluitvorming op het gebied van vrede en veiligheid.” Minister-president, dat was in 2000. Tijdens  het  Belgische  EU-voorzitterschap  dit  najaar  zal  deze  resolutie  inzake  vrouwen, geweld en veiligheid 10 jaar bestaan. Deze resolutie biedt een beleidskader met een strategie voor vredesopbouw, gendergelijkheid en duurzame ontwikkeling. De tekst roept iedereen die belast is met het voeren van vredesonderhandelingen en met het toezicht op de naleving van vredesakkoorden op om rekening te houden met de gelijkwaardigheid van de seksen en met de  bijzondere  behoeften  van  vrouwen  bij  hun  terugkeer  in  voormalige  conflictgebieden, evenals bij hun re-integratie en bij hersteloperaties.De aanvaarding van deze historische resolutie in 2000 geldt als  een belangrijke stap in de richting  van  de  erkenning  van  de  rol  van  vrouwen  bij  het  beheersen  van  conflicten, vredeshandhaving en het consolideren van de vrede na conflicten. Maar, 10 jaar na de unanieme  aanvaarding  van deze resolutie, wordt de vredeskracht van vrouwen nog altijd onvoldoende aangewend. Het aantal burgerslachtoffers, vooral vrouwen en kinderen, is tijdens hedendaagse conflicten opgelopen tot liefst 90 percent. Vrouwen zijn zelfs een uitgekozen doelwit in de conflictgebieden van Afghanistan, Irak, Somalië, Congo, Soedan,  Oeganda.  75  percent  van  de  vluchtelingen  zijn  vrouwen  en  kinderen.  Seksueel geweld wordt meer en meer een strategisch oorlogswapen.

Het jubileum van deze VN-resolutie tijdens  het Belgisch EU-voorzitterschap, biedt  mijns inzien een mooie  gelegenheid  om  ook  op  Vlaams  niveau  acties  en  doelstellingen  te ontwikkelen om de rol   van   vrouwen   in   conflicten,   internationale   diplomatie   en ontwikkelingssamenwerking te versterken.

Minister-president, ik had u graag een aantal vragen gesteld naar aanleiding van het Belgisch voorzitterschap over de rol die Vlaanderen zou kunnen spelen. Wat is de rol van Vlaanderen in het nationaal actieplan voor de toepassing van VN-resolutie 1325? Welke kennis en exper- tise   bestaat er   bij   de   Vlaamse   administratie   –   Buitenlands   Beleid,   Internationale Samenwerking  –  over  ‘gender  en  conflict’?  Wordt  de  gendertoets  toegepast  in  alle programma’s van ontwikkelingssamenwerking?  Indien niet, waarom niet of  waarom nog niet? Welke initiatieven gaat u, naar aanleiding van het jubileum van deze resolutie tijdens het Belgisch EU-voorzitterschap, nemen om de strijd tegen de straffeloosheid en het gebruik van seksueel geweld als oorlogswapen zo hoog mogelijk op de agenda te plaatsen?

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn: Voorzitter, minister-president, collega’s, ik sluit me graag aan bij de vraag van de heer Roegiers. Ik wil graag verwijzen naar een aantal initiatieven die in het parlement al genomen zijn. Vorig jaar – ik  dacht in april 2009  – heeft  de federale overheid een Belgisch actieplan goedgekeurd. Het viel me toen sterk op dat er geen enkele verwijzing was naar overleg of naar de bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten. Nochtans was er toen al een advies van het Vlaams Vredesinstituut waar  men  vanuit de Vlaamse bevoegdheden had onderzocht of Vlaanderen ook een rol kon spelen bij de implementatie van de VN-resolutie
1325. Er waren wel degelijk kansen, vooral op het vlak van buitenlands beleid. Men zag niet zozeer een vraag om aandacht voor de vrouwen als slachtoffer, maar eerder als vredeskracht. In het noodhulpbeleid bijvoorbeeld zou er extra aandacht kunnen zijn voor vrouwen bij de heropbouw,  bij  het  vermijden  van  conflicten.  Er  zouden  meer  vrouwen  bij  de  Vlaamse vertegenwoordigers kunnen zijn. Ook  op het vlak  van onderwijs zou de rol  van vrouwen kunnen worden erkend bij sensibilisering en conflicthantering. Ik heb vorige legislatuur toenmalig minister van Gelijke Kansen Van Brempt aangesproken over  een  Vlaamse  implementatie.  In  deze  legislatuur  heb  ik  bij  de  bespreking  van  de beleidsnota Gelijke Kansen van  minister Smet  gevraagd of hij geen Vlaams actieplan wou opstellen. Hij heeft daar bevestigend op geantwoord. Minister-president, u bent bevoegd voor buitenlandse  aangelegenheden.  Minister  Smet  heeft  een  aantal   maanden  geleden  zijn engagement gegeven. Heeft hij al contact met u opgenomen omdat er toch heel wat onder uw bevoegdheden valt? Zo niet, zou ik vragen om zelf  met hem  contact op te nemen om te zorgen voor een vertaling in een Vlaams actieplan.

De voorzitter: Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris  Peeters: Voorzitter, collega’s, ik zal met  minister Smet contact opnemen om ervoor te zorgen dat  het actieplan ook alle elementen bevat  die het moet bevatten, ook vanuit mijn expliciete bevoegdheden. Mijnheer Roegiers, u hebt een viertal vragen geformuleerd. Ik begin met de eerste. Ik denk dat het heel  belangrijk is om nog eens te onderstrepen dat Vlaanderen het  belang en  de noodzaak van de uitvoering van de VN-resolutie 1325 inzake de bestrijding van geweld op vrouwen in gewapende conflicten, onderkent. Die resolutie erkent de rol van vrouwen in de bevordering van vrede en stelt participatie van vrouwen en vrouwenrechten prioritair op de agenda van vredesonderhandelingen en postconflictmaatschappijopbouw. Overal ter wereld zijn  vrouwen  namelijk   niet  enkel  slachtoffers   maar  in  eerste  instantie  actoren  in  de samenleving die actief betrokken moeten worden bij de uitvoering van VN-resolutie 1325. Laat daar geen twijfel over bestaan,  maar het is goed om dit nog eens uitdrukkelijk te herhalen naar aanleiding van uw vraag.

De bijdrage van Vlaanderen aan de implementatie van resolutie 1325 is spijtig genoeg wat beperkt doordat een groot aantal bevoegdheden ter uitvoering van deze resolutie op federaal niveau   liggen,   zoals   bijvoorbeeld   opleidingen   voor   militairen   die   deelnemen   aan vredesoperaties, de uitvoering van VN-programma’s voor ontwapening, demobilisatie en re- integratie, het onderhandelen van vredesakkoorden, de asielprocedure en de berechting van oorlogsmisdaden,  misdaden  tegen  de  menselijkheid  en  genocide.  Het  Belgisch  nationaal actieplan behelst derhalve in eerste instantie een aantal federale materies en gebeurt onder de verantwoordelijkheid   van  de  Federale  Overheidsdiensten  Binnenlandse  Zaken,  Justitie, Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Defensie. Niettemin heeft het Vlaams Parlement op 7  juli  2005 terecht  een resolutie goedgekeurd betreffende de bevordering van  de rol van vrouwen bij conflictresolutie en een  Vlaams actieplan voor de uitvoering van resolutie 1325. Bij de uitvoering van het Vlaamse beleid inzake ontwikkelingssamenwerking wordt rekening gehouden met een  aantal  elementen uit deze resolutie. Binnen het huidige beleidskader opteer ik daarbij voor de integratie van gender in de programma’s inzake ontwikkelingssamenwerking. Ik kom hier straks nog op terug. Zowel binnen het Departement internationaal Vlaanderen als binnen het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking (VAIS) is expertise inzake gender aanwezig. Ik kom daar straks ook nog op terug. Er is evenwel geen specifieke expertise aanwezig inzake gender en gewapend conflict, aangezien de programma’s van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking worden  uitgevoerd  in  drie  partnerlanden,  Zuid-Afrika,  Malawi  en  Mozambique,  die godzijdank niet of niet meer in een conflictsituatie verkeren.Gendergelijkheid  is  een  prioriteit  van  de  Vlaamse  ontwikkelingssamenwerking.  Bij  alle beleidsinitiatieven en acties die de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking onderneemt,  moet er  bijzondere  aandacht  aan  worden  besteed.  Ik  verwijs  hiervoor  naar  het  kaderdecreet Ontwikkelingssamenwerking dat gender als transversaal thema heeft opgenomen en naar de strategienota  voor  ontwikkelingssamenwerking  met  de  Vlaamse  partnerlanden.  Ook  de beleidsnota  2009-2014  verwijst  naar  gender  als  transversaal  thema.  Vrouwen  in  onze partnerlanden voor ontwikkelingssamenwerking bevinden zich namelijk nog steeds in een positie van ongelijkheid  met achterstelling tot gevolg. Het wegwerken van de juridische, politieke, sociale en economische achterstelling van vrouwen zal daarbij niet alleen hun individuele ontwikkeling, maar ook de maatschappij als geheel ten goede komen. In  alle  programma’s  van  ontwikkelingssamenwerking  die  Vlaanderen  financiert,  zij  het bilateraal, multilateraal of via indirecte samenwerking, wordt gender dan ook opgenomen als transversaal  thema.  Daarnaast  subsidieerde  de  Vlaamse  Regering  in  2008  ook  enkele noodhulpprogramma’s  in  de  Democratische  Republiek  Congo  die  rechtstreeks  verband houden met de uitvoering van VN-resolutie 1325. Een aantal programma’s  van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking zijn ook specifiek gericht tot vrouwen en/of meisjes en stellen het thema gender centraal. Dit is bijvoorbeeld het geval  voor  een  aantal  gezondheids-  en  hiv/aidsbestrijdingsprogramma’s  in  Malawi  en Mozambique, en in welzijnsprogramma’s in Zuid-Afrika. Meer specifiek gaat het volgens de databank ontwikkelingssamenwerking  – deze databank is online consulteerbaar, doch niet publiek    toegankelijk    en    omvat    een    overzicht    van alle Vlaamse    projecten    in ontwikkelingssamenwerking sinds 2001 – om 8 programma’s in landen als Marokko en de partnerlanden  van  de  Vlaamse  ontwikkelingssamenwerking  in  Zuidelijk  Afrika,  die  als specifieke doelgroep vrouwen en kinderen hadden.

Er werd in totaal 7.441.552 euro aan deze programma’s besteed. Binnen het VAIS wordt ook aandacht  gegeven  aan  de  genderdimensie   doorheen  de  verschillende  fasen  van  een programmacyclus, in procedures van ex-antescreening van de inhoudelijke kwaliteit van de programma’s, in beleidsdialogen, in opvolging en evaluatie van programma’s.

Er zijn echter nog geen specifieke instrumenten uitgewerkt om systematische genderanalyse uit te voeren in de verschillende fasen  van de programmacycli. Misschien  moeten we daar verder  aan  werken.  Wel  is  de  databank  ontwikkelingssamenwerking  zo  opgebouwd  dat gendergerelateerde projecten van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking er gemakkelijk uit kunnen worden gedestilleerd.

Naar  aanleiding  van  het  jubileum  van  VN-resolutie  1325  plant  Vlaanderen  tijdens  het Belgisch  EU-voorzitterschap  geen  extra  initiatieven.  Dit  neemt  echter  niet  weg  dat Vlaanderen zich schaart achter de internationale uitvoering van VN-resolutie 1325 en dat ik er verder ook zal blijven op toezien dat gender in alle samenwerkingsprogramma’s  met de Vlaamse partnerlanden opgenomen blijft, zoals ik zonet uitvoerig heb toegelicht.

Ook  al  is   het  niet  geagendeerd  door  het   Belgisch  voorzitterschap,  we   moeten  elke aangelegenheid  aangrijpen  om   het   belang  daarvan  te  onderstrepen,  en  het   met   de samenwerkingsprogramma’s ook effectief in uitvoering brengen.

De voorzitter: De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers: Minister-president,  beginnend met  wat u op het einde zei: het  is jammer dat het niet is geagendeerd, maar ik heb daar ook wel enig begrip voor. U zegt wel dat we elke  gelegenheid  moeten aangrijpen.  Die gelegenheid doet zich voor tijdens het Belgisch voorzitterschap.  Daar hebben we het niet geagendeerd, maar  wel  op  de  tienjarige verjaardag. Misschien is dat dan wel het ideale moment om met het Vlaams actieplan naar buiten te treden. In het begin van uw antwoord hebt u zich ertoe geëngageerd om dat samen met minister Smet op poten te zetten. Het zou fijn zijn mochten we tegen oktober 2010, als die verjaardag van de VN-resolutie  hopelijk  kan  worden  gevierd,  naar  buiten  kunnen  komen  met  een  Vlaams actieplan. Daarmee vermijden we dat we hier over 5 jaar moeten terugkomen – wie het dan ook mag zijn – om  eraan  te herinneren dat het  dan de vijftiende verjaardag is, en dat het misschien goed zou zijn  om  een Vlaams actieplan op te zetten.  Ik wil geen  deadline naar voren schuiven, maar het zou goed zijn om dat te hebben. Misschien   moeten  we  ook  werk  kunnen  maken  van  de  systematische   screening  op gendergelijkheid. U zei dat dat nog niet gebeurt en dat dit ook een actiepunt zou kunnen zijn. Het zou bijvoorbeeld kunnen worden opgenomen in dat actieplan. Als we tot zo’n Vlaams actieplan komen, pleit ik er ook voor om daar het Vlaams Vredesinstituut bij te betrekken. Uit de evaluatie die vandaag op de agenda van de plenaire vergadering staat, blijkt dat het Vredesinstituut voortreffelijk werk doet. Laat het ons dan ook gebruiken. Minister-president, ik ben er op tijd bij om het te vragen aan het Vlaams Vredesinstituut en om dat te suggereren. Minister-president, ik heb niet begrepen of de databank ontwikkelingssamenwerking wel of niet publiek toegankelijk is.

Minister-president Kris Peeters: Niet publiek toegankelijk.

De heer Jan Roegiers: Is het de bedoeling dat die publiek toegankelijk wordt? Of moeten we de parlementaire weg daarin volgen? Dit is een kleine vraag terzijde.

In elk geval dank ik u voor uw antwoord. Laat ons alle kanalen aangrijpen om te proberen dat
Vlaams actieplan te hebben, bij voorkeur ter gelegenheid van de tiende verjaardag.

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn: Minister-president, ik dank u  voor uw positief antwoord en uw suggestie om samen  met  minister Smet werk  te  maken van dat actieplan. Er liggen meer kansen dan alleen in het genderbeleid binnen Ontwikkelingssamenwerking, die liggen ook in het algemeen Buitenlands Beleid, het  noodhulpbeleid, de Vlaamse vertegenwoordiging en Onderwijs.

Ik denk dat het Vlaams Vredesinstituut de oefening al in 2006 heeft gemaakt. De regering kan daar zeker al mee verder. Ik ben ook wel nieuwsgierig naar die databank. In het kader van de transparantie van Ontwikkelingssamenwerking mogen we de komende dagen ook het ODA-rapport (official  development  assistance)  verwachten.  Als  parlementslid  is  het interessant een overzicht te hebben van wat er concreet wordt gesteund.

De voorzitter: Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters: Ik heb de reacties van de collega’s gehoord. Het enige wat we nog  moeten  bekijken  is  de  databank,  die  voor  de  administratie  en  dus  niet  publiek toegankelijk is. Ik zal de vraag of parlementsleden hier toegang moeten toe hebben verder bekijken.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

 

 


2010

archief 2009

archief 2008

archief 2007

tekening
Marte Dewitte 8j.


LINKS

CD&V-fractie Vlaams Parlement

Gemeente Zwevegem

Vlaams Parlement

CD&V Nationaal

CD&V West-Vlaanderen

CD&V afdeling Zwevegem

 

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be