sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Kris Peeters, Minister-president van de vlaamse regering, Vlaams minister van economie, buitenlands beleid, landbouw en plattelandsbeleid betreffende HIV bij kinderen in Zuid-Afrika. (22-01-10)

Het vierde Stocktaking Report on Children with Aids van Unicef, dat op maandag 30 november uitkwam, signaleert dat er vooruitgang is geboekt in de strijd tegen aids. Zo krijgt 45 procent van de moeders met HIV tegenwoordig antiretrovirale medicijnen tijdens de zwangerschap. In 2004 was dat nog maar 10 procent. Toch draagt 80 procent van de moeders in ontwikkelingslanden het virus over op het kind. In rijke landen is dat maar 1 tot 2 procent. Terwijl de meeste mensen die besmet zijn met HIV nog tientallen jaren kunnen leven dankzij medicijnen, sterft in ontwikkelingslanden bijna een derde van alle HIV-baby’s binnen een jaar. De helft van de kinderen sterft voor de tweede verjaardag en driekwart haalt het vijfde levensjaar niet, zo blijkt uit de laatste cijfers van de Verenigde Naties. Om doden te voorkomen, zijn enkele belangrijke en tegelijk eenvoudige stappen nodig, zoals diagnostische tests ter plaatse voor zuigelingen, vaker antiretrovirale medicijnen verstrekken aan zwangere vrouwen met HIV en meer inspanningen van farmaceutische bedrijven en overheden om een goede behandeling voor kinderen en zuigelingen te vinden.

Stelt men dezelfde problemen vast inzake de hoge overdracht van HIV aan kinderen tijdens de zwangerschap in de Vlaamse programma’s rond HIV-AIDS binnen onze samenwerking met Zuid-Afrika, Mozambique en Malawi?

Wordt hier specifiek aan gewerkt?

Welke eventuele andere doelgroepen staan centraal in deze programma’s?

 

In de programma’s in onze partnerlanden Malawi, Mozambique en Zuid-Afrika stellen wij de-zelfde problemen vast inzake de hoge overdracht van HIV aan kinderen tijdens de zwangerschap. Alle drie zijn het landen met een hyperepidemische context op het vlak van HIV/AIDS. Volgende indicatoren uit de Epidemiological Fact Sheets on HIV and AIDS, Malawi, Mozambique and South Africa, (WHO, UNAIDS, UNICEF, 2008) geven het probleem duidelijk aan:

 


Indicatoren over de overdracht van HIV/AIDS van moeder op kind in Vlaamse partnerlanden

Land

Indicator

2004

2005

2006

2007

Malawi

# zwangere vrouwen op ARV-behandeling

2.719

5.076

9.231

23.158

Geschat # zwangere vrouwen dat nood heeft aan ARV

70.000

71.000

72.000

73.000

Geschat % aan zwangere vrouwen met HIV onder ARV

4%

7%

13%

32%

Mozambique

# zwangere vrouwen op ARV-behandeling

3.117

8.490

12.150

44.975

Geschat # zwangere vrouwen dat nood heeft aan ARV

91.000

94.000

95.000

97.000

Geschat % aan zwangere vrouwen met HIV onder ARV

3%

9%

13%

46%

Zuid-Afrika

# zwangere vrouwen op ARV-behandeling

32.541

75.077

111.357

127.164

Geschat # zwangere vrouwen dat nood heeft aan ARV

220.000

220.000

220.000

220.000

Geschat % aan zwangere vrouwen met HIV onder ARV

15%

34%

50%

57%

Toch geven niet alle bronnen dezelfde dramatisch hoge cijfers weer als in de vraag worden opge-roepen. De cijfers van o.a. UNICEF geven geen 80% besmetting aan. Ze schatten de overdracht op het ongeboren kind en zuigeling op een 20 tot 50%, namelijk bij zwangerschappen (5-10%), ge-boortes (10-20%) en borstvoeding (5-20%) bij HIV/AIDS-positieve moeders, indien zij hiertegen niet op specifieke wijze begeleid en behandeld worden (IATT, Guidance on Global Scale-Up of the Prevention of Mother to Child Transmission of HIV, 2008).

Vlaanderen geeft al vele jaren specifieke aandacht aan deze problematiek binnen de programma’s en projecten die het (mede-)financiert. Het heeft op die manier willen bijdragen tot de indruk-wekkende vooruitgang die wordt genoteerd, en dit via zowel indirecte kanalen (project-financie-ring van NGO’s en wetenschappelijke instellingen), directe kanalen (vnl. via de SWAp’s in Mo-zambique en Malawi) als multilaterale kanalen (UNAIDS en WHO) van samenwerking. In wat volgt een beknopt overzicht hiervan.

Mozambique

Indirecte samenwerking - Reeds sinds 2003 steunt de Vlaamse Overheid het project Rede Inte-grada dat de HIV/AIDS-initiatieven in de Mozambikaanse provincie Tete overkoepelt van drie actoren: het Tropisch Instituut van Antwerpen (ITG), het Internationaal Centrum voor Repro-ductieve Gezondheid (ICRH-Gent) en Artsen zonder Grenzen. Dit is van bij aanvang een vooruitstrevend project gebleken, dat beoogt de HIV/AIDS-dienstverlening op het provinciaal niveau te organiseren en te stroomlijnen. Bij die HIV/AIDS-dienstverlening is het vermijden van de overdracht van moeder op kind als één van de componenten door de verschillende partners opgenomen. Er wordt o.a. specifieke training gegeven aan het gezondheidspersoneel over de problematiek; medicatie toegediend aan HIV-positieve zwangere vrouwen ter preventie van de overdracht, en laboratoriumtesten uitgevoerd voor moeder en nieuw-geborenen.

Directe samenwerking - Vlaanderen vervoegde in 2005 de sectorwijde benadering voor de gezondheidssector in Mozambique (SWAp) en stort jaarlijks minstens 2 miljoen Euro in het sectorfonds PROSAUDE. De strijd tegen HIV/AIDS neemt een voorname plaats in het nationaal gezondheidsplan van dit land in. Ditzelfde plan dient ook als basis voor deze SWAp. Eén van de indicatoren voor het meten van het succes van deze SWAp-benadering is het vermijden van de overdracht van HIV/AIDS van moeder op kind. Bij de evaluatie van 2008 bleek dat het bereikte percentage - 32% van de potentiële overdracht bij non-interventie werd vermeden – de vooropgezette doelstelling van 20.8% ruimschoots overtroffen heeft.

Multilaterale samenwerking - De samenwerking in het Zuiden tussen Vlaanderen en UNAIDS is in Mozambique begonnen. Het eerste project was gericht op het bestuderen van het fenomeen van de vervrouwelijking van de epidemie in dit land. Om de ziekte aan de hand van de juiste strategie efficiënt en effectief te bestrijden is een goede epidemiologische kennis immers onontbeerlijk. Bij die oefening is het in kaart brengen van de frequentie van moeder op kind overdracht tijdens de zwangerschap, en onmiddellijk daarna, en de factoren die de frequentie in de hand werken één van de aandachtspunten geweest. Verdere multilaterale samenwerking in Mozambique via o.m. UNAIDS en WGO wordt evenwel meer regionaal georganiseerd (cf. infra).

Malawi

Indirecte samenwerking - In 2009 werd een project van Viva Africa/Sant’Egidio door de Vlaam-se Regering goedgekeurd dat de ondersteuning van HIV/AIDS diagnostiek in de DREAM-centra in Malawi als centrale doelstelling heeft. Binnen de bredere werking van dergelijke centra krijgt de preventie van HIV-overdracht van moeder op kind bijzondere aandacht. De diagnostiek moet o.m. helpen om de efficiëntie van het hele programma te monitoren en, waar nodig, veran-deringen van aanpak te inspireren.

Directe samenwerking - Hier geldt bijna net hetzelfde als voor Mozambique, alleen is de samen-werking binnen de SWAp-gezondheidszorg er van recentere datum. De relevante doelstelling binnen deze SWAp is het terugdringen van het aantal jonge zwangere vrouwen (15-24 jaar) die drager zijn van het HIV-virus en het dus ook op hun ongeboren kind kunnen overdragen.

Multilaterale samenwerking - In Malawi is, met overzicht door UNAIDS, een soortgelijke oefe-ning als in Mozambique gehouden. De interventie was opnieuw gericht op het in kaart brengen van de kwetsbaarheid van meisjes en jonge vrouwen. Uiteindelijk doel van de activiteiten is ook hier mee de fundamenten te leggen voor het ontwikkelen van de juiste strategie in de strijd tegen HIV/AIDS bij meisjes en (zwangere) vrouwen.

Zuid-Afrika

Voor Zuid-Afrika verloopt de samenwerking rond dit specifieke subthema in hoofdzaak via de regionale programma’s van de multilaterale organisaties die Vlaanderen steunt (Cf. infra).

De regio Zuidelijk Afrika

Vlaanderen heeft ook een aanzienlijk deel van haar middelen voor de strijd tegen HIV/AIDS in Zuidelijk-Afrika via regionale programma’s ingezet. Deze programma’s richten zich op de SADC-regio, met speciale aandacht voor de drie partnerlanden, of enkel en alleen onze drie partnerlanden zelf. De regionale programma’s worden uitgevoerd onder het coördinerende toe-zicht van multilaterale organisaties, meer bepaald WGO en UNAIDS.

Een eerste soortgelijk programma is een bijdrage aan de strijd tegen HIV/AIDS in de SADC landen, met specifieke aandacht voor vrouwen, jongeren en kinderen onder de coördinatie van UNAIDS. Ook hier kan men vaststellen dat er via doelstelling 1, (het versterken van de capaciteiten van de landen voor preventie bij vrouwen en meisjes) specifieke aandacht gaat naar het voorkomen van HIV/AIDS bij zwangere vrouwen om zo ook de ongeboren kinderen en de zuigelingen te kunnen beschermen. Dit programma loopt vanaf 2006.

Een recenter groot project, ditmaal met de WGO, is gericht op het introduceren van een zo efficiënt en effectief mogelijk model voor zwangerschapsbegeleiding in Mozambique, Malawi en Zuid-Afrika (aangevuld met een component gericht tegen partnergeweld op zwangere vrou-wen). Onder meer de korf aan medische en sociale diensten bij de institutionele contacten met de zwangere vrouwen moet daarbij bepaald worden om zo een wetenschappelijk verant-woord en economisch haalbaar model naar voren te kunnen schuiven. Aangezien vrouwen juist tijdens hun zwangerschappen meer geneigd zijn om professionele medische begeleiding op te zoeken, vormen deze bezoeken een gedroomde gelegenheid om bijkomende, voor de vrouwen (en hun ongeboren kinderen) cruciale gezondheidsdiensten aan te bieden. Eén van de meest voor de hand liggende te integreren diensten bij de zwangerschapsbegeleiding is het testen op HIV/ AIDS en het verder begeleiden van HIV-positieve zwangere vrouwen met het oog op ver-mijding van de HIV-overdracht op hun vrucht.
De HIV-negatieve vrouwen kan men anderzijds sensibiliseren over het gevaar van dergelijke HIV-overdracht en de strategieën om deze te vermijden. Dit project werd opgestart in 2009 en zal in totaal 4 jaar in beslag nemen.

Gelet op het fenomeen van de vervrouwelijking van HIV/AIDS - een evolutie die inmiddels al langer dan een decennium aanhoudt - ligt het voor de hand dat de meeste specifiek aan HIV/AIDS gewijde programma’s voornamelijk gericht zijn op adolescente meisjes en vrouwen. De Multi-laterale projecten via UNAIDS focussen daarnaast op kinderen en jongeren. Het grote WGO drielandenproject houdt ook de mannelijke partners die (potentieel) gewelddadig zijn naar hun zwangere vrouw(en) in het vizier. In de provinciale projecten wordt meer algemeen ingezet op de hele rurale bevolking van de districten waarbinnen men actief is. Maar ook hier speelt een verhoogde aandacht voor (zwangere) vrouwen.

 

 

archief 2009

archief 2008

 


tekening
Marte Dewitte 8j.

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be