|
Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan mevrouw Freya van den Bossche Vlaams minister van energie, wonen, steden en sociale economie betreffende Energie en Ontwikkelingssamenwerking
In de beleidsnota Energie 2009-2014 lezen we geen concrete beleidsopties over een eventueel beleid vanuit het Energiebeleid aan het Vlaamse ontwikkelingsbeleid. Nochtans zijn er initiatieven voor dit beleidsdomein ODA-aanrekenbaar (official development assistance), zoals we kunnen lezen in de Vlaamse ODA-rapporten van de voorbije jaren. Ik denk onder meer aan bepaalde projecten van het Energiebeleid via Protos.
Vanuit het belang van transparantie van het ontwikkelingsbeleid dat de minister de komende jaren wil voeren graag volgende vragen.
- Welk ontwikkelingsbeleid wil de minister voeren vanuit haar beleidsdomein deze legislatuur (2009-2014)? Welke middelen wil zij ter beschikking stellen? Hoe ziet zij dit evolueren de komende jaren?
- Baseert de minister zich hiervoor op de principes, doelstellingen en voorwaarden zoals geformuleerd in het kaderdecreet ontwikkelingssamenwerking van 2007?
- Werd het ontwikkelingsbeleid dat vanuit Energie gevoerd werd de voorbije jaren geëvalueerd? Met welk resultaat?
- Heeft de minister dit beleid afgestemd met de minister-president, coördinerend minister voor ontwikkelingssamenwerking?
Antwoord
1. Tot nu toe hebben we inderdaad weinig de band gelegd tussen ons energiebeleid en ontwik-kelingssamenwerking. Het beleid dat we voeren om de eigen Vlaamse uitdagingen inzake energie (in het bijzonder deze van de energie-efficiëntie en de hernieuwbare energie) aan te gaan, versterkt echter gevoelig onze capaciteit om gaandeweg intensiever deel te nemen aan de inter-nationale ontwikkelingen ter zake, met aandacht voor buitenlandse noden en opportuniteiten. Zo voorziet het actieplan van Vlaanderen in Actie dat we sterker werk zullen maken van het valo-riseren en toepassen van Vlaamse kennis inzake hernieuwbare energie. Binnen het departement Leefmilieu, Natuur en Energie wordt de uitwerking van deze actie met de betrokken diensten voorbereid.
De Vlaamse Regering gaf op 15 januari 2010 machtiging om over te gaan tot lidmaatschap van het nieuw opgerichte International Renewable Energy Agency (IRENA). Momenteel bereiden we dit lidmaatschap verder voor, samen met de andere gewesten en de federale regering. IRENA heeft als expliciete doelstelling om bij te dragen aan technologie overdracht inzake hernieuwbare energie, naar de ontwikkelingslanden. Deze toetreding vormt een uitgelezen kans om te bepalen hoe we dit lidmaatschap actief zullen invullen, en kan een kader vormen om onze buitenlandse inspanningen strategisch te oriënteren.
In deze ontwikkeling willen we:
- streven naar maximale coherentie met de beleidsopties inzake ontwikkelingssamenwerking uitgezet door het beleidsdomein internationaal Vlaanderen;
- rekening houden, en waar mogelijk en nuttig afstemmen, met de ervaringen inzake buitenland-se projectmatige samenwerking waaraan Vlaanderen deelneemt.
Een concreet project inzake hernieuwbare energie in het buitenland waaraan de Vlaamse overheid recent financieel heeft bijgedragen (in een eerste fase 336.000 euro) betreft de installatie, in Sihanoukville (Cambodia), van windturbines die op termijn moeten voorzien in de energie-behoefte van deze haven. Dit project werd mede door de Vlaamse overheid begeleid via de samenwerkingsstructuur Flanders International Technical Agency (FITA). De eerste windturbine is er in januari 2010 in bedrijf genomen.
2. Ik zal uiteraard coherentie nastreven met het ontwikkelingsbeleid van de Vlaamse Regering. Dit betekent dat we onze toekomstige initiatieven zullen ontwikkelen, in overeenstemming met de bepalingen van het kaderdecreet Ontwikkelingssamenwerking.
3. Het energiebeleid werd de afgelopen jaren niet geëvalueerd vanuit de invalshoek ontwikkelings-samenwerking.
4. De invulling van de hierboven beschreven initiatieven, zullen natuurlijk afgestemd worden met de minister-president.
|