|
Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, betreffende sport in ontwikkelingssamenwerking.
In de beleidsnota Sport 2009-2014 lezen we geen concrete beleidsopties over een eventueel beleid vanuit het beleid Sport aan het Vlaamse ontwikkelingsbeleid. Nochtans zijn er initiatieven voor dit beleidsdomein ODA-aanrekenbaar (official development assistance), zoals we kunnen lezen in de Vlaamse ODA-rapporten van de voorbije jaren. Ik denk onder meer aan bepaalde projecten van het internationaal Sportbeleid in Zuid-Afrika.
Vanuit het belang van transparantie van het ontwikkelingsbeleid dat de minister de komende jaren wil voeren graag volgende vragen.
- Welk ontwikkelingsbeleid wil de minister voeren vanuit het beleidsdomein Sport deze legislatuur (2009-2014)? Welke middelen wil hij ter beschikking stellen? Hoe ziet hij dit evolueren de komende jaren?
- Baseert de minister zich hiervoor op de principes, doelstellingen en voorwaarden zoals geformuleerd in het kaderdecreet ontwikkelingssamenwerking van 2007?
- Werd het ontwikkelingsbeleid dat vanuit Sport gevoerd werd de voorbije jaren geëvalueerd? Met welk resultaat?
- Heeft de minister dit beleid afgestemd met het Vlaams beleid voor ontwikkelingssamenwerking?
Antwoord
1. Bij elke vorm van samenwerking is het de ambitie om te streven naar een respectvol en gelijk-waardig partnerschap dat aan de betrokken partijen de mogelijkheid biedt op wederzijdse capaci-teitsopbouw. Dergelijk partnerschap vormt de basis om te bouwen aan een duurzame ont-wikkeling. Daarom moet bij initiatieven en projecten in het kader van ontwikkelingssamen-werking, naast het aspect van een duurzame ontwikkeling, ook sterk de nadruk gelegd worden op het samenwerkingsaspect binnen het partnerschap. De focus ligt niet enkel op het financiële aspect, maar minstens evenzeer op de boodschap dat men van elkaar kan leren. Het is belangrijk en noodzakelijk om in het kader van samenwerking op gebied van sport te benadrukken dat een tweerichtingsverkeer garant staat voor een succesvolle en leerrijke praktijk.
Wat de beschikbare middelen betreft, wil ik er graag op wijzen dat, rekening houdend met de budgettaire grenzen voor internationale samenwerking op gebied van sport (98.000 euro), er weloverwogen keuzes zullen moeten gemaakt worden bij de toekenning van de beschikbare kredieten. Op dit ogenblik zijn deze keuzes nog niet definitief vastgelegd.
2.Het kaderdecreet vormt een duidelijk referentiekader voor alle initiatieven en projecten die binnen het thema ontwikkelingssamenwerking worden ontwikkeld. Duurzaamheid is steeds het uitgangspunt voor de initiatieven en projecten waaraan vanuit Vlaanderen ondersteuning wordt geboden.
Daarnaast zijn de principes van eigenaarschap, partnerschap, beleidsdialoog en aandacht voor diversiteit belangrijke factoren die bij het uittekenen of aftoetsen van elk project worden meege-nomen.
3. Het Batsha-project in Zuid-Afrika, waarnaar u zelf ook verwijst, bevindt zich momenteel in het derde en laatste werkingsjaar. In april wordt een uitgebreide evaluatie-oefening voorzien waarbij alle Vlaamse en Zuid-Afrikaanse actoren worden betrokken. Het is de bedoeling om daarbij een analyse te maken van de sterke, maar ook van de zwakke punten in dit project. De conclusies van deze oefening zullen niet enkel aangewend worden in het kader van een eventueel toekomstige samenwerking met Zuid-Afrika, maar zullen meteen ook meegenomen worden naar een bredere context zodat ook andere bestaande en toekomstige projecten kunnen voortbouwen op de ervaringen van het Batsha-project.
Ook de projecten die in Marokko, Malawi en Mozambique opgestart werden in de vorige legislatuur zullen in de loop van het voorjaar 2010 aan een evaluatie onderworpen worden.
4. Op dit moment zijn er nog geen nieuwe concrete projecten ontwikkeld met betrekking tot ont-wikkelingssamenwerking en sport voor de huidige legislatuur. De lopende en net afgelopen projecten zullen tijdens de loop van het voorjaar 2010 aan een evaluatie onderworpen worden. Op basis van de resultaten van deze evaluatie zal nagegaan worden in hoeverre een eventuele voortzetting en/of uitbreiding van de bestaande projecten wenselijk en haalbaar is. Bij voort-zetting van bestaande of opzetten van nieuwe projecten zal steeds een afstemming gebeuren met het Vlaamse beleid voor ontwikkelingssamenwerking en met de principes en doelstellingen zoals opgenomen in het kaderdecreet ontwikkelingssamenwerking.
|