![]() |
||
![]() |
Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel betreffende de initiatieven voor veiliger internet voor kinderen. (14-01-2009) Onderzoek wijst uit dat zo’n driekwart van de jeugd tussen 12 en 15 jaar dagelijks gedurende minstens drie uur met internet bezig is. Sedert 1999 wordt de aanpak van de voor kinderen schadelijke effecten van het internetgebruik door de Europese Commissie financieel ondersteund. Het Europees Parlement gaat verder en keurde daarom eind oktober maatregelen goed om kinderen te beschermen tegen de gevaren van het internet onder de noemer “Safer internet program 2009-2013”. Websites krijgen een “kindvriendelijk” label en in alle EU-lidstaten moeten er telefoonlijnen komen om de eventuele illegale inhoud van een site te melden. Voorlichtingscampagnes moeten ouders en leerkrachten bewust maken van de problemen.
Antwoord 1. Verschillende entiteiten binnen de Vlaamse overheid of daardoor gesubsidieerde organisaties zijn betrokken bij het thema veilig internet voor kinderen, zowel op het vlak van onderzoek als op het vlak van specifieke maatregelen om kinderen te beschermen tegen de gevaren van het internet. Binnen mijn bevoegdheden als minister van cultuur en jeugd werken meerdere organisaties rond dit thema. Daarbij valt vooral het werk van de Gezinsbond op. In samenwerking met Child Focus en ondermeer ook met steun van mijn collega-minister van Welzijn en enkele privé-partners hebben zij een vormingsaanbod opgezet rond veilig internet. Wat begon als 5 provinciale vormingsavonden is uitgegroeid tot een gegeven van 60 vormingsavonden per jaar en. volwaardige website www.veiligonline.be die ondertussen al aan haar tweede versie toe is. Deze website biedt ouders én jongeren een houvast in hoe zij op een veilige manier kunnen omgaan met het internet. Er wordt heel wat praktische info verschaft, demo’s over hoe de verschillende applicaties (chat, profiel,…) veilig in te stellen, filmpjes alsook opvoedingstips. De Gezinsbond geeft bovendien ook vormingsavonden rond dit thema. Deze acties kaderen bovendien binnen het Belgische Safer Internet programma waarover verder meer. Waar de Gezinsbond zich vooral richt naar ouders, is het Vlaams InformatiePunt Jeugd dé coördinerende speler in Vlaanderen op het vlak van jeugdinformatie. VIPjeugd is onder meer verantwoordelijk voor de opbouw en het uitwerken van het netwerk van jeugdinformatie-punten in Vlaanderen, de zogenaamde JIPS. Na een opstartperiode is het ondersteunen van de ongeveer 100 bestaande JIPS een prioriteit voor 2009. Via de JIPS en via 250 JIPzuilen in heel Vlaanderen worden verschillende informatieve folders ter beschikking gesteld op voor kinderen en jongeren strategische plaatsen. Zo is er ook een folder over veilig internetten. Deze folder werd sinds mei 2008 heruitgegeven en hiervan werden reeds 8180 stuks besteld en verdeeld. Daarmee is het één van de meest verspreide folders. Op dit moment wordt de opdracht tot actualisering van de folder gegeven. Normaal zou deze eind februari 2009 beschikbaar moeten zijn. Ten slotte wil ik verder nog wijzen op het gezamenlijke initiatief van de Graffiti Jeugddienst en Jeugdwerknet, 2 gesubsidieerde jeugdverenigingen, genaamd ‘apestaartjaren’. Via studiedagen, workshops en een blog willen deze beide organisaties de sociale, culturele en jeugdsector inlichten over jongeren en hun band met de nieuwe media. Zo werd in het najaar van 2008 aandacht besteed aan het fenomeen cyberpesten maar ook aan de verschillende soorten en mogelijkheden van internetcommunities. Ook binnen het onderwijsveld is men uiteraard bijzonder actief rond dit thema. In het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs werden in 2007 nieuwe vakoverschrijdende eindtermen voor ICT ingevoerd. Elke jongere die het secundair onderwijs achter de rug heeft, moet over voldoende ICT-bagage beschikken. Eén van de nieuwe eindtermen slaat op het veilig, verantwoord en doelmatig gebruik van ICT. Achter deze eindterm zit een breed scala van competenties en attitudes, zoals nauwkeurig werken, zorg dragen voor apparatuur en software, alert zijn voor schadelijke of discriminerende inhouden – bv. geen verdachte mails openen, geen illegale software downloaden, geen persoonsgegevens doorgeven aan onbekenden enz. Leerlingen worden zodoende maximaal gewapend worden tegen de gevaren van ICT en het internet. Kinderen en jongeren worden ook via andere (vakoverschrijdende) eindtermen en ontwikkelingsdoeken kennis, vaardigheden en attitudes bijgebracht om weerbaar te leren zijn. Om leerkrachten te ondersteunen in hun opdracht kinderen en jongeren veilig te leren omgaan met internet, werd in het najaar van 2007 een grootschalige campagne gevoerd: “Veilig online. Tips voor veilig ICT-gebruik op school”( zie http://www.ictgids.be/). Alle scholen kregen een brochure met actuele informatie, tips, lesmateriaal en richtlijnen over veilig ICT-gebruik op school. Ze is bedoeld voor leraren, directies én ICT-coördinatoren. In de brochure komen een aantal belangrijke items m.b.t. tot bovenstaand thema aan bod, bv. pornografische, racistische of andere discriminerende inhouden die via websites, chatboxen en fora op het internet gepubliceerd worden. Daarnaast zijn er onder andere aandachtspunten die te maken hebben met communiceren via ICT, zoals nettiquette, de privacy-problematiek en zaken als e-commerce. Een apart aandachtspunt is de problematiek van cyberpesten. Naast de brochure werden ook educatieve pakketten ontwikkeld rond specifieke thema’s die gebruikt kunnen worden in de les:
Deze lespakketten werden via een cd-rom bij de publicatie gevoegd. Naast dit educatieve luik staan op de cd nog een pak technische en informatieve materialen zoals sensibiliseringsfilmpjes en brochures over verschillende aspecten van veilig ICT-gebruik afkomstig van andere organisaties. Scholen vinden er ook een uitgebreide checklist ‘Is mijn school cybersafe?’ en een voorbeeldprotocol tussen school en leerlingen over gebruik van ICT-faciliteiten. Naast deze nieuwe lespakketten bestaat er natuurlijk nog veel ander educatief materiaal dat door diverse organisaties ontwikkeld werd. Zo is er een lespakket van Sensoa over internet en seksualiteit (http://www.sensoa.be/downloadfiles_shop/seks_en_internet.pdf) of de website: www.gezinsbond.be/veiligonline (voor ouders) die tevens vanuit Onderwijs werd gefinancierd. Ook kon vanuit Onderwijs, met toestemming van het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken, een Vlaamse versie gemaakt worden van het succesvolle Diploma Veilig Internet, dat jongeren uit diverse leeftijdscategorieën kennis en vaardigheden bijbrengt over informatie-verwerking, veilig surf- en chatgedrag, enz. Het is een initiatief van de nascholingsorganisatie REN (= regionaal expertisenetwerk) Vlaanderen. Ook Klasse werkt op verschillende vlakken mee aan informatie te geven rond veilig internet: via items in de magazines voor ouders en leerkrachten maar ook met effectieve tips voor kinderen en jongeren op de websites van Yeti en Maks. Om leerkrachten, ouders, CLB-medewerkers, zorgcoördinatoren e.d. ter ondersteunen in het weerbaar maken van kinderen werd er een website (zie http://www.ond.vlaanderen.be/weerbaar/) ontwikkeld. Men kan er materiaal, methoden, lesactiviteiten, projecten en achtergrondinfo vinden om kinderen en jongeren beter te leren omgaan met gevoelens van verdriet, angst, onmacht, te grote afhankelijkheid bij verliefdheid, geweld, seksuele intimidatie,… Per item wordt de titel, de auteur, de vindplaats en een korte beschrijving weergegeven. In het welzijnsveld wordt er eveneens aandacht besteed aan het thema. Zo ondersteunt ook de minister van Welzijn het project ‘veilig online’ van de Gezinsbond en wordt er aandacht besteed aan online hulpverlening (onder meer door Tele Onthaal). Kind & Gezin heeft binnen haar verdiepende folders, de zogenaamde ‘kinderkwesties’ een folder ontwikkeld genaamd “Een digitale kinderwereld. Mediagebruik bij baby’s en peuters”. Deze folder die enkel wordt aangeboden wanneer ouders zelf specifieke vragen hieromtrent hebben bevat informatie in algemene zin maar verschaft ook informatie over het veilig gebruik van de verschillende media. 2. Het is momenteel niet duidelijk of deze vraag rechtstreeks aan de Vlaamse Gemeenschap zal worden gesteld. 3. Eén van de doelen van het Belgische SAFER INTERNET project is te waken over de veiligheid van minderjarigen op het internet. Men tracht dit te bereiken via onderzoek, sensibiliserings-campagnes gericht op een breed publiek en andere acties. Het platform voor Safer Internet werkte aan een website. De Vlaamse Gemeenschap was vooral indirect betrokken bij het vorige programma Safer internet. Het Belgische SAFER INTERNET maakt deel uit van het Safer-Internet-Plus- Programma van de Europese Commissie en brengt alle partners samen die op nationaal niveau kunnen werken aan een veiliger internet omgeving. Child Focus en OIVO coördineren het platform en zij werken hiervoor samen met verschillende partners actief op dat vlak waaronder de Gezinsbond, zoals reeds vermeld bij vraag 1. Op die manier is de Vlaamse Gemeenschap betrokken bij het Safer Internet programma. De sensibiliseringscampagne van Europese commissie werd ook in het Nederlands gevoerd. De campagne werd mee bekend gemaakt in Vlaanderen, o.a. op de website van de afdeling Jeugd (www.jeugdbeleid.be ).
|
archief 2008
|
Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27 |
||