sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Vraag om uitleg van mevrouw Martine Fournier tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister  van  Financiën,  Begroting,  Werk,  Ruimtelijke  Ordening  en  Sport,  over  het stimuleren van grensarbeid
- 855 (2010-2011)

De voorzitter: Mevrouw Fournier heeft het woord.

Mevrouw  Martine  Fournier:  Voorzitter,  minister,  collega’s,  mijn  vraag  gaat  over  grens- arbeid,  wat  al  verschillende  keren  aan  bod  is  gekomen.  Grensarbeiders  genieten  van  een fiscaal gunstig regime, waarbij ze de sociale zekerheid kunnen betalen in het land waar ze werken en de belastingen in het land waar ze wonen. Dat heeft vooral voor Fransen die in België werken, heel veel financieel voordeel.

Europa heeft de Franse en onze overheid gezegd dit statuut af te bouwen. Vanaf 2012 kunnen er geen nieuwe grensarbeiders meer in dienst worden genomen. Voor de mensen die genieten van dit statuut, is er een uitdoofscenario op een twintigtal jaar.

Momenteel zijn er ongeveer 20.000 grensarbeiders actief in ons land, ongeveer 9000 daarvan in  zuidelijk  West-Vlaanderen.  Op  de  nieuwjaarsreceptie  van  Voka  West-Vlaanderen  werd hierop  uitvoerig  ingegaan.  Ze  zijn  vooral  bang  dat  de  instroom  van  die  Noord-Franse werkkrachten  zal  stilvallen,  omdat  de  arbeiders  geen  voordelen  meer  krijgen.  Bijkomend probleem is dat het hier vooral om knelpuntberoepen gaat. Het zal dus moeilijk worden om deze vacatures in te vullen.

Minister, welk acties zult u nemen om Noord-Franse arbeiders te stimuleren om blijvend te komen werken in onze grensregio’s?

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw  Sabine  Poleyn:  Ik  wil  de  vraag  ondersteunen.  Door  de  vergrijzing  is  onze arbeidsmarkt aan het krimpen. De collega’s van deze commissie spreken daar wellicht vaak over. De beslissing die in 2008 werd genomen, in uitvoering van de vraag van Europa, om de regelgeving  voor  het  grensarbeiderstatuut  aan  te  passen,  moeten  we  misschien  opnieuw bekijken. Moet er geen nieuwe visie worden ontwikkeld om grensmigratie en arbeid net over de grens toch te stimuleren?

We doen dat in eerste instantie ook met Wallonië. Maar we merken in West-Vlaanderen dat dat niet voldoende is. Misschien moet er een voorwaarde worden ingebouwd: we kijken eerst naar Wallonië en als het zo niet lukt om alle vacatures in te vullen, kijken we toch weer naar Frankrijk, met een interessant statuut of niet.

Minister, lag dit probleem al op uw tafel of is de vraag nieuw voor u?

De voorzitter: Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters: Dit is een moeilijk probleem. Als ik me niet vergis, heeft Didier Reynders onder andere met Voka West-Vlaanderen een uitdoofscenario van twintig jaar als een mogelijke oplossing bedacht. Het is federale en Europese materie. Ik denk dat er een vrij aanvaardbare oplossing voor het probleem is afgesproken. Al is het eigenlijk geen oplossing: het is een geleidelijk invoeren van het probleem. Europees zijn de mogelijkheden beperkt om veel te doen richting Frankrijk. Daarbij kan enkel het federale niveau op het vlak van sociale zekerheid dingen doen.

Wat kunnen we wel doen? Zoals er voor Wallonië gesprekken zijn tussen de VDAB en Le Forem, heeft de VDAB ook met de andere regio’s contacten. In de grensregio met Frankrijk vertaalt  zich  dat  in  het  versterken  van  arbeidsmobiliteit  met  de  bemiddelingsdienst  Pôle emploi.  Er  bestaat  vacature-uitwisseling  met  Pôle  emploi  waarbij  minstens  tien  vacatures vanuit  de  VDAB  telkens  worden  doorgegeven.  Op  regelmatige  tijdstippen  zijn  er  ook rondetafels, jobbeurzen en dergelijke.

Ik zal eerlijk zijn: volgens mij gaat dat het probleem dat u aanhaalt, mevrouw Fournier, niet oplossen. Het is niet omdat er vacatures zijn dat de Fransen naar West-Vlaanderen komen, maar omwille van het gunstige statuut. Ik denk dat we in Frankrijk niet direct de oplossing zullen  vinden  als  dat  statuut  uitdooft.  De  kans  bestaat  dat  de  Fransen  minder  snel  zullen komen en die verdere verplaatsingen zullen doen als het financieel statuut minder gunstig is. Dat is de moeilijkheid.

Wat kunnen we wel doen? Kunnen we de Vlamingen daar verder activeren? De werkloos- heidsgraad  is  laag  in  die  omgeving  en  de  werkzaamheidsgraad  hoog.  Een  oplossing  via activering is dus ook niet echt een mogelijkheid, vrees ik. Aan de kust is er wel iets meer werkloosheid,  maar  dan  bots  je  snel  op  de  grenzen  van  de  mogelijkheden.  Een  passende betrekking en de afstand naar de job spelen mee. Dat is federale materie.

Een  derde  mogelijkheid  is  natuurlijk  te  kijken  naar  Wallonië.  Dat  is  een  heel  goede mogelijkheid.  Tussen  de  VDAB  en  Le  Forem  loopt  het  ook  wel.  Er  worden  heel  wat vacatures  en  dergelijke  meer  uitgewisseld.  Op  het  moment  echter  dat  iemand  uit  Wallonië niet wil ingaan op een vacature in Vlaanderen, is het nog altijd Le Forem die moet zorgen voor de transmissie. Ook dat ligt niet in onze handen.

Misschien is intensifiëren een mogelijkheid. Maar ook dat is niet zo evident. We doen wat we kunnen. Ik wil de zaak wel nog verder bekijken.

Op dat vlak zit ik vast. Ik zit vast wat Frankrijk betreft, wat Vlaanderen betreft, wat Wallonië betreft. Ik zie niet direct een oplossing om met de weinige mogelijkheden die ik als Vlaams minister heb, veel te doen. Gelukkig is er een geleidelijke overgang.

Voka  West-Vlaanderen  heeft  het  probleem  nog  eens  duidelijk  naar  voren  gebracht  op  zijn nieuwjaarsreceptie. Ik zal ook met zijn vertegenwoordigers het gesprek aangaan om te kijken welke oplossing mogelijk is. Ik moet het natuurlijk kunnen binnen mijn bevoegdheid. Ik ben graag bereid te kijken welke mogelijkheden er volgens hen zijn. Maar, eerlijk gezegd, ik zie ze vandaag niet direct.

De voorzitter: Mevrouw Fournier heeft het woord.

Mevrouw  Martine  Fournier:  Minister,  ik  dank  u  voor  uw  eerlijk  antwoord.  Het  is  niet volledig positief maar wel heel eerlijk. Het klopt dat het meestal federale of Europese materie is en dat we aan het fiscaal statuut niets kunnen doen. De Fransen komen naar België werken omdat ze een financieel voordeel hebben van, naar wat ik hoor, 400 à 500 euro per maand. Als dat wegvalt, krijgt men ze met geen stokken meer naar West-Vlaanderen, denk ik.
Het is een probleem voor de West-Vlaamse, en vooral de Zuid-West-Vlaamse, bedrijven. Er zijn  heel  wat  knelpuntberoepen.  Ik  denk  daarbij  aan  Picanol,  dat  in  de  gieterij  bijna uitsluitend met Franstaligen werkt. In de toekomst zal dat een heel groot probleem vormen. De enige mogelijke oplossing ligt bij de mensen van Henegouwen. De kust ligt al wat verder. Henegouwen ligt naast onze deur. Ik stel een nauwere samenwerking tussen Le Forem en de VDAB voor. Het is de enige oplossing die ik momenteel zelf zie.

Minister, ik ben ook blij dat u bereid bent om nog eens met Voka te praten om na te gaan of er  eventueel  andere  mogelijkheden  zijn.  Qua  mobiliteit  tussen  Henegouwen  en  West- Vlaanderen kan  er misschien  iets  worden gedaan om de mensen gemakkelijker naar West- Vlaanderen te krijgen. Ook het taalprobleem moet niet worden onderschat. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Dat  klopt,  maar  ik  denk  dat  een  West-Vlaming  of  Vlaming  eerder  van  een  Fransman aanvaardt dat hij Frans spreekt op de werkvloer dan van een Waal. Dat zou niet mogen zijn, maar er is een enorm verschil. Een Fransman spreekt Frans, maar van iemand van Wallonië wordt verondersteld dat hij Nederlands kent.

Ik wacht uw gesprekken met Voka af. Hopelijk horen we daar dan meer over.

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn: Minister, ook ik dank u voor uw eerlijk antwoord. Ik vraag u toch van nabij op te volgen wat er met het uitdovend statuut gebeurt en welke gevolgen dat heeft. Ik  denk  niet  dat  iedereen  zal  wegblijven.  Ik  heb  de  indruk  dat  een  aantal  Fransen  zullen blijven komen, ook zonder dat statuut. We moeten heel goed kijken welke factoren maken dat ze toch naar hier komen. Misschien kan dat zorgen voor nieuwe impulsen. U kunt natuurlijk

de wetgeving ter zake niet veranderen, maar als minister van Werk kunt u wel de zaak van heel  nabij  opvolgen,  zodat  we  zeer  snel  zien  welke  indicatoren  wel  een  invloed  kunnen hebben en die dan ook versterken.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

 

 

 

 

2011

2010

2009

2008

2007


LINKS

CD&V-fractie Vlaams Parlement

Gemeente Zwevegem

Vlaams Parlement

CD&V Nationaal

CD&V West-Vlaanderen

CD&V afdeling Zwevegem

 

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be