sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Vraag  om  uitleg  van  de  heer  Robrecht  Bothuyne  tot  de  heer  Pascal  Smet,  Vlaams minister  van Onderwijs,  Jeugd,  Gelijke Kansen en Brussel,  over  de suggestie van een Europese school in Gent

e voorzitter: De heer Bothuyne heeft het woord.

De heer Robrecht Bothuyne: De vraag naar een Europese school leeft al een tijdje. Er zijn al verschillende  vragen  over  gesteld,  mondelinge  en  schriftelijke,  door  mezelf  en  collega’s. Sinds  enkele  jaren  hebben  Oost-  en  West-Vlaamse  bedrijven  en  instellingen  die  met internationaal  talent  werken  een  grote  nood  aan  internationaal  onderwijs.  Omdat  er  geen internationale   scholen   zijn   in   Oost-   en   West-Vlaanderen,   lopen   die   bedrijven   en onderzoeksinstellingen immers buitenlandse werknemers met kinderen mis.

Het  kunnen  bogen  op  kwalitatief  hoogstaand  internationaal  onderwijs  speelt  in  grote  mate mee bij de attractiviteit van onze regio. We zijn een open economie. Het is dus van belang om in  te  spelen  op  de  noden  en  vragen  van  de  mensen  die  we  nodig  hebben  om  die  open economie gestalte te geven.

Expats in Vlaanderen brengen meestal hun hele gezin mee. Het is dan ook van het grootste belang  dat  alle  segmenten  van  hun  gezins-  en  werkleven  worden  ingevuld.  Naast  hun tewerkstellingsplaats blijkt dat hun belangrijkste zorg de onderwijsmogelijkheden voor hun kinderen  zijn.  Uiteraard  zoeken  ze  scholen  met  een  internationaal  curriculum  dat  overal elders in de wereld voor geen enkel overgangsprobleem voor hun kinderen zorgt.

Minister,  uw  kabinet,  samen  met  dat  van  de  minister-president,  onderzocht  verschillende scenario’s  om  tegemoet  te  komen  aan  die  vraag  en  ging  in  op  een  vraag  van  het  Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) om voor de regio’s Oost- en West- Vlaanderen in een internationale school te voorzien en om evenzeer te bekijken hoe internationale scholen in het Antwerpse zouden kunnen worden ondersteund.

Een  mogelijk  alternatief  zou  er  kunnen  in  bestaan  om  een  Europese  school  type  2  op  te richten.  Op  deze  manier  wordt  het  internationaal  onderwijs  in  Oost-  en  West-Vlaanderen ingebed  in  een  sterk  Europees  concept  van  meertalig  onderwijs  met  een  internationaal erkende finaliteit en kan eveneens tot een regeling van cofinanciering tussen Vlaanderen en Europa worden gekomen. Immers, in een type 2-school draagt de Europese Commissie een deel van de kosten voor de kinderen van Europese ambtenaren die er schoollopen.

Minister, hebt u reeds zicht op het potentieel aan Europese ambtenaren met kinderen in de regio Oost- en West-Vlaanderen? Dat zal doorslaggevend zijn voor zo’n type school. Zo ja, over welk potentieel gaat het? Het Voka heeft nu en in het verleden studies gedaan naar het potentieel  van  het  bedrijfsleven  en  de  onderzoekinstellingen  in  de  regio.  Werd  reeds besproken of de piste Europese school type 2 een goed alternatief zou zijn? Kunnen de twee zaken worden gematcht?

Het bestaan van internationaal onderwijs in Vlaanderen is erg belangrijk voor het economisch investeringsklimaat. Internationale scholen in Vlaanderen en Brussel zijn, met uitzondering van de Europese scholen en enkele scholen gesteund door hun moederland, private scholen. Zult u eveneens bekijken op welke wijze tot een goed evenwicht in Vlaanderen kan worden gekomen?  Wellicht  is  daarbij  ook  een  onderscheid  te  maken  tussen  basis-  en  secundair onderwijs.  Werden  er  reeds  gesprekken  gevoerd  met  de  Europese  Commissie?  Zo  ja,  met welk resultaat?

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn: In de provincie West-Vlaanderen is deze vraag al heel lang aan de orde.  De  nood  is  er  ook.  Expats  komen  wonen  op  plaatsen  die  het  dichtstbij  zijn  voor  de kinderen om naar school te gaan. Dat maakt het moeilijk voor bedrijven, vooral in West- en Oost-Vlaanderen, om hen daar naartoe te halen.

De voorzitter: Minister Smet heeft het woord.

Minister  Pascal  Smet:  Op  17  mei  organiseerde  Voka  West-  en  Oost-Vlaanderen  een colloquium   met   als   thema   ‘De   nood   aan   Engelstalig   onderwijs   voor   kinderen   van buitenlandse  werknemers.  Een  internationale  school  voor  Oost-  en  West-Vlaanderen’.  Ik mocht  er  een  keynote  speech  houden.  Ik  heb  gezegd  dat  het  idee  van  privéscholen  niet vanzelfsprekend  is,  omdat  we  in  Vlaanderen  al  veel  privéscholen  hebben.  De  dag  dat  we beginnen  met  een  privéschool  te  financieren,  komen  we  in  een  ander  verhaal  terecht.  Dan zouden  we  alle  privéscholen  moeten  financieren.  Dat  moet  dan  in  een  kader  van  Vlaamse regelgeving  worden  gegoten,  en  dan  komen  we  in  een  ander  verhaal  terecht  met  andere principiële vragen die moeten worden gesteld over de toegang tot het onderwijs.

Ik  kan  niet  zomaar  apartheid  organiseren  met  exclusief  onderwijs  voor  internationale ambtenaren. Dat kan wel voor internationale en Europese ambtenaren als er een basis is van een  Europees  verdrag,  maar  in  de  privésector  uitsluitend  voor  buitenlandse  werknemers scholen oprichten die niet openstaan voor Belgen, is niet vanzelfsprekend. Daar kun je heel wat principiële vragen over stellen. De kosten aan privéscholen zijn vrij hoog. Ouders moeten ongeveer 25.000 euro betalen.

We begrijpen de vraag uit West- en Oost-Vlaanderen wel en zijn er niet tegen. In Brussel en Mol  hebben  we  enkele  Europese  scholen  type  1.  De  Europese  Commissie  organiseert  die scholen  en  wij  stellen  leerkrachten  ter  beschikking.  De  Europese  Commissie  vergoedt  hen zeer goed. Op basis daarvan dragen zij de hoofdkosten.

Bij de Europese school type 2 komt het erop neer dat het gastland het onderwijs organiseert op  basis  van  het  Europees  curriculum.  Het  staat  open  voor  iedereen,  maar  de  Europese Commissie  betaalt  de  lidstaat  terug  naar  rato  van  de  leerlingen  die  ernaartoe  gaan  en  die verbonden   zijn   aan   Europese   instellingen.   Dat   is   een   model   van   cofinanciering.   De inrichtende organisatie is niet de Europese Commissie, maar de nationale lidstaat. Sommige Europese landen doen dat op die manier.
Op de bijeenkomst van de laatste formele ministerraad heb ik met EU-commissaris Šefčovič, bevoegd   voor   inter-institutionele   relaties   en   administratie,   gesproken.   Hij   heeft   onze informatie  overgemaakt,  en  heeft  een  duidelijke  vraag.  Ik  heb  ook  gezegd  dat  we  dat eventueel in Gent wilden doen, en dat vond hij niet meteen een bezwaar.

We  hebben  nu  gevraagd  aan  de  personeelsdiensten  om  uit  te  zoeken  hoeveel  Europese ambtenaren er wonen in de ruime omgeving. We moeten dat ook een beetje relativeren. Veel Europese ambtenaren wonen in landen waar het gebruikelijk is om 1 uur ergens naartoe te rijden.  We  moeten  wel  nagaan  hoeveel  er  potentieel  in  aanmerking  kunnen  komen.  Dat betekent  niet  noodzakelijkerwijze  dat  in  Gent  alle  richtingen  moeten  worden  gevolgd.  We zouden dat kunnen beperken tot een of twee. Die gegevens worden nu opgevraagd en mijn administratie is met de administratie van de Europese Commissie aan het bekijken wanneer ze daarover kunnen praten.

Als ik een tip van de sluier van de toekomstige talennota licht, dan kan ik zeggen dat we het idee om dit verder uit te werken mee opnemen.

De voorzitter: De heer Bothuyne heeft het woord.

De heer Robrecht Bothuyne: Minister, het positieve is dat u het idee ondersteunt om in Gent of de regio errond zo’n internationale school op te richten.

Minister Pascal Smet: Dat is een beleidswijziging.

De  heer  Robrecht  Bothuyne:  Het  is  een  belangrijk  signaal.  Gezinnen,  bedrijven  en onderzoeksinstellingen zitten daarop te wachten. Een gebrek aan een internationale school is een  belangrijke  drempel  om  internationaal  talent  aan  te  trekken.  In  die  zin  is  dit  initiatief belangrijk. Wanneer wordt dit concreet?

Het is goed dat er gegevens worden opgevraagd, dat het gesprek is geopend met de Europese Commissie, maar er zal nog wat overtuigingswerk en geld nodig zijn, begrijp ik. Minister, hebt u dat geld en welke timing ziet u voor de onderhandelingen en voor het tot stand komen van zo’n school? Is het mogelijk om de internationale school in te bedden in een bestaande onderwijsinstelling en zo een snellere start mogelijk te maken?
Minister Pascal Smet: We streven naar eind 2011, maar pin me daar niet op vast. Ik ga dat niet alleen doen, maar samen met de minister-president, die bevoegd is voor internationale relaties. Dan kunnen we de juiste kostprijs inschatten en het budgettair kader bekijken. Mevrouw Sabine Poleyn: Minister, ik ben blij met uw positieve antwoord. Heb ik het goed dat u spreekt over een autonome privéschool of is het verbonden aan een bestaande school? Minister  Pascal  Smet:  Of  een  Europese  school.  Ik  weet  dat  er  twee  modellen  zijn. Sommigen willen een bestaande secundaire school koppelen aan een internationale afdeling. Dat is niet evident met onze onderwijstaalwetgeving, maar dat kun je altijd wijzigen. Als je in Gent  een  internationale  school  hebt,  kun  je  aan  een  Gentenaar  die  in  de  buurt  woont,  niet zeggen  dat  hij  zijn  kind  er  niet  naartoe  mag  sturen.  Er  zijn  dus  meerdere  gevolgen  aan verbonden. Daarom moeten we misschien de opportuniteit van de Europese school die er is en nu ook wordt gepromoot door de Europese Commissie, goed bekijken en uitputten. Dat lost meteen ook de andere problemen op die ik daarjuist heb opgesomd.

Mevrouw  Sabine  Poleyn:  Als  ik  het  goed  begrijp,  is  de  Europese  school  gericht  op  de eurofunctionarissen  en  wordt  een  deel  terugbetaald  door  de  Europese  Commissie.  In  mijn provincie is de nood niet zozeer die van Europese functionarissen maar die van werknemers, van experts bij bedrijven.

Minister Pascal Smet: De school zou dan openstaan voor iedereen.

Mevrouw Sabine Poleyn: En ook een voldoende groot aanbod kunnen bieden voor iedereen?

Minister Pascal Smet: Absoluut.

Mevrouw Sabine Poleyn: Dan vind ik dat heel positief en ik hoop dat het project zo snel mogelijk kan worden gerealiseerd.

De heer Boudewijn Bouckaert: Ik denk dat Gent heel erg geschikt is als locatie voor zo’n internationale school. Ik heb vroeger het idee al gelanceerd van ‘het Boston aan de Leie en de Schelde’ in het kader van de liberalisering van het universitair aanbod.

In  het  decreet  wordt  het  universitair  aanbod  beperkt  tot  zes  instellingen,  ik  vind  dat  een oligopolistische regeling. We zouden eigenlijk criteria moeten vastleggen voor universitaire instellingen en dan alle instellingen die aan de criteria voldoen, vlot kunnen toelaten. Dat is een  ander  punt,  maar  dan  zouden  we  in  Gent  bijvoorbeeld  branches  van  Harvard  of  van andere instellingen kunnen krijgen.

Het is een van de troeven van Gent: Gent als intellectueel kenniscentrum. In dat kader past dat heel goed.

Minister Pascal Smet: Ik stel voor dat u nu recht in de camera kijkt...

De heer Boudewijn Bouckaert: Ik zou toch nog een opmerking willen maken. Ik vind de piste  van  de  Europese  school  een  goede  piste.  Gelet  op  het  bestaande  kader  van  de regelgeving en gelet op het bestaande aanbod, vind ik dat de eerste en de beste weg. Ik zou er toch  voor  pleiten  om  indien  die  weg  niet  bewandelbaar  is,  niet  om  ideologische  redenen stokken in de wielen te steken van een eventueel privaat initiatief. Een privaat initiatief is een bijkomend initiatief. Natuurlijk moet de toegankelijkheid voor iedereen er kunnen zijn, maar het is niet omdat er een privaat initiatief bij komt, dat er op andere vlakken dalingen van de kwaliteit  of  belemmeringen  zouden  ontstaan.  Ik  pleit  ervoor  om  geen  ideologische  en dogmatische houding aan te nemen waarbij wordt gezegd dat als het niet Europees kan, het helemaal niet kan.

Minister Pascal Smet: Niemand kan beletten dat er een privéschool komt. Niemand wil dat beletten, alleen is het de vraag van de mensen in Gent, van Voka en zo meer, dat het ook met overheidsfinanciering  gebeurt  en  dat  is  natuurlijk  een  ander  verhaal.  Als  er  morgen  rijke ondernemers zijn die dat heel belangrijk vinden en in een daad van gulheid een deel aan de gemeenschap  willen  teruggeven  door  zo’n  school  op  te  richten,  dan  zal  niemand  zich daartegen verzetten. We kunnen ons daar zelfs niet tegen verzetten.

De heer Boudewijn Bouckaert: Dat is de grondwettelijke vrijheid van onderwijs.

Minister Pascal Smet: De vraag was: met overheidsfinanciering. Dat is een ander verhaal.

De heer Boudewijn Bouckaert: Als ik het goed begrijp, zou er alleen maar een probleem zijn van de taal. Nu is het zo dat wie voldoet aan de afstandsregeling en aan de eindtermen, in aanmerking  komt  voor  overheidssubsidiëring.  Stel  dat  een  private  school  in  Gent  die garanties kan geven, dan zou er alleen nog een taalobstakel zijn.

Minister  Pascal  Smet:  De  onderwijswetgeving  en  de  taalwetgeving  zijn  heel  duidelijk: Nederlands is de instructietaal in Vlaanderen.

De  heer  Robrecht  Bothuyne:  Ik  heb  nog  een  afsluitend  vraagje.  We  zijn  blij  dat  u  eraan werkt, minister, en u zei dat u ernaar streeft om voor eind 2011 iets te hebben. Wat is dat iets? Is dat een finale beslissing? Een plan? Een voorstel?

Als we in een optimistisch scenario tegen eind 2011 effectief een overeenstemming hebben bereikt met de Europese Commissie om dit te doen, kunnen we dan zeggen dat het mogelijk is om vanaf het schooljaar 2012-2013 een internationale school te hebben?

Minister Pascal Smet: Laten we eerst de verdere uitwerking afwerken.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

 

 

 

 

 

2011

2010

2009

2008

2007


LINKS

CD&V-fractie Vlaams Parlement

Gemeente Zwevegem

Vlaams Parlement

CD&V Nationaal

CD&V West-Vlaanderen

CD&V afdeling Zwevegem

 

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be