sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Vraag om uitleg van mevrouw Kathleen Helsen tot de    heer    Frank Vandenbroucke,    viceminister- president van de Vlaamse Regering, Vlaams minis- ter van Werk, Onderwijs en Vorming, over de opleiding vierde graad bso Verpleegkunde. (09-10-08)

De voorzitter: Mevrouw Helsen heeft het woord. Mevrouw  Kathleen  Helsen:  Mevrouw  de  voorzitter, mijnheer de minister, ik krijg de laatste weken verschil- lende signalen die wijzen  op een ongerustheid die is teruggekeerd, want het is niet de eerste keer dat we dit meemaken in Vlaanderen. Blijkbaar zijn er nieuwe ge- sprekken bezig waardoor mensen uit de gezondheidssec- tor ongerust worden. Het  betreft de toekomst van de opleiding vierde graad bso Verpleegkunde. De federale minister van  Volksgezondheid en Sociale Zaken,  me- vrouw Onkelinx, zou die opleiding in vraag stellen.

Ze argumenteert dat de noden en behoeften voor zo’n opleiding  vandaag anders  zijn dan wat de studenten leren in een vierde graad bso. Ze wijst ook op de Euro- pese  richtlijnen  die  het in  de  toekomst  onmogelijk zullen maken om de titel ‘verpleegkundige’ nog toe  te kennen aan mensen die geen bacheloropleiding hebben gevolgd. Dit veroorzaakt ongerustheid in de sector.

De mensen vragen zich af hoe dit te rijmen valt met het hbo-dossier  (hoger  beroepsonderwijs) waaraan  wij  in Vlaanderen ijverig werken. We hebben in het parlement al een gedachtewisseling gehouden, en toen kwam tot uiting dat we belang hechten aan  het behoud van  de vierde  graad bso  Verpleegkunde.  Er  is  immers  veel vraag naar  mensen die deze opleiding gevolgd hebben. Ze zouden op het terrein bepaalde handelingen  moeten kunnen blijven uitvoeren.

Mijnheer de minister, bent u op de hoogte van bepaalde plannen van uw federale collega Onkelinx? Hoe staat u tegenover deze plannen?

Klopt het dat het straks onmogelijk wordt om de titel van verpleegkundige toe te kennen aan mensen die de vierde graad Verpleegkunde zullen volgen binnen het hbo?

Kunt  u al vertellen of  de vierde graad  Verpleegkunde straks binnen de hbo4- of hbo5-opleiding kan worden aangeboden, rekening houdend met een aantal evoluties?

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord. Mevrouw  Sabine  Poleyn:  Mevrouw  de voorzitter,  ik sluit me aan bij deze vraag. In het veld worden de leerlin- gen die de vierde graad bso Verpleegkunde hebben ge- daan, zeer  sterk gewaardeerd. Daar bestaat geen twijfel over. Ook in de teksten van het voorontwerp van decreet betreffende  het  hbo,  zoals  het  nu  voorligt,  wordt  zeer positief gesproken over de vierde graad Verpleegkunde. Daarom was ik verrast dat federaal minister Onkelinx de kwaliteit van de opleiding blijkbaar in vraag zou stellen. Nu hoor ik dat het te maken heeft, zoals altijd, met een andere context aan Waalse kant. Daar wordt die vierde graad Verpleegkunde veel  minder georganiseerd en hij wordt vooral georganiseerd aan de Franse grens. Er stude- ren heel veel Franse leerlingen omdat er blijkbaar een soort van numerus clausus zou bestaan in Frankrijk voor die opleiding. Misschien is minister Onkelinx daarom iets minder betrokken bij het belang van die richting en is de impact op de arbeidsmarkt in Franstalig België anders dan hier. Het gaat over  meer dan 4000 leerlingen die goed werk leveren en gewaardeerd worden.

Mijnheer de minister, ik ga ervan uit dat u contact hebt met  minister Onkelinx en  ik hoop  dat u ons positief nieuws kunt brengen.

De voorzitter: Mevrouw Michiels heeft het woord. Mevrouw An Michiels: Mijnheer de  minister, ik  sluit me graag aan bij de vragen die  mevrouw Helsen stelt.

Ikzelf heb u  een gelijkaardige vraag gesteld  in mei, maar dat ging niet zozeer over de plannen van minister Onkelinx,  maar over geruchten dat die  opleiding niet meer zou worden  erkend.  U hebt mij toen een zeer duidelijk antwoord gegeven dat we een duidelijk on- derscheid moesten maken tussen de visie van een be- paalde belangengroep en de officiële regelgeving. Als minister Onkelinx mee in het verhaal stapt, denk ik dat we al een stapje  dichter bij een  officiële regelgeving staan en dat er al een aantal zaken meer concreet zijn.

U hebt toen  ook gezegd dat  de  discussie nog  niet  is afgerond, wat nu ook blijkt uit de vraag van mevrouw Helsen. U stelde toen zeer duidelijk: de scholen moeten niet bang zijn voor hun toekomst. Dat is het antwoord dat ik nu hoop te krijgen. Ik hoop dat er nog een toe- komst is voor die scholen.

De  voorzitter:  Minister  Vandenbroucke  heeft  het woord.

Minister Frank Vandenbroucke: Het ‘meerjarenplan voor het verhogen van de  aantrekkelijkheid van het verpleegkundige beroep’ van minister Onkelinx is mij bekend. Dit actieplan  heeft enerzijds tot doel  de aan- trekkelijkheid van het beroep te verhogen en anderzijds ervoor te zorgen dat de beroepsbeoefenaars in staat zijn om een antwoord  te  bieden op de zorgbehoeften  van de patiënten  en de evolutie ervan. Dat zijn uiteraard bezorgdheden die ik onderschrijf.

De behoeften in de gezondheidszorg evolueren sterk en het  beroep  van  verpleegkundige  kan niet  aan  deze evolutie ontsnappen. Vooral de toenemende vergrijzing en het steeds complexer en intenser worden van de zorgen, zijn ook onze zorg.

Een van de pistes uit de beschikbare documenten is dat minister Onkelinx in deze optiek de toegang tot  het beroep wil voorbehouden aan de verpleegkundigen die zijn  opgeleid  in  het hoger  onderwijs.  Deze  kwestie heeft de voorbije jaren al diverse malen op de agenda gestaan. Ik heb  een opleiding Verpleegkunde buiten het hoger onderwijs steeds zinvol en opportuun gevon- den. Deze opleiding is een schoolvoorbeeld van maatschappelijke  promotie voor wie afstudeert in het 6de jaar bso. Verpleegkundigen zijn  er overigens  niet te veel,  wel integendeel.  De  verpleegkundigen  vierde graad bso maken tussen  40 en  50  percent  uit van de studenten Verpleegkunde. Strategisch moeten we  dus goed overwegen of radicale beslissingen in dit verband ons wel helpen.

De  opleiding  werd  de  laatste  jaren  ook  sterk  bijgestuurd en hervormd. Door onder andere het omschake- len  naar  het  modulair  onderwijs,  de  samenvoeging van de  opleidingen psychiatrisch verpleegkundige en ziekenhuisverpleegkundige    tot    de    gediplomeerde verpleegkundige werd gezorgd voor een geactualiseerde opleiding Verpleegkunde in de vierde graad, die goed gewapend is om de nieuwe uitdagingen in de zorg aan te gaan. Ik blijf tot nader order achter de opleiding vierde graad bso Verpleegkunde staan, maar ook wij zullen ons in de nabije toekomst goed informeren.

Ik ga er wel van uit dat de sector, namelijk de betrokken scholen, vooral nood  hebben aan rust en niet gediend zijn met commotie. Ik wil de scholen  dan  ook vooral geruststellen. Zij zullen gehoord worden, en vooralsnog wijzigt niets. Ik lees trouwens in een verslag van de Nationale Raad Verpleegkunde van 18 september 2008 naar aanleiding van een inleiding van een medewerkster van minister Onkelinkx: “Lorsqu‘il est fait état de titre infirmier unique,  il  n’est pas question  de supprimer le niveau de qualificiation des infirmières brevetés.”.

De bezorgdheid van  minister Onkelinx  of de opleiding vierde graad  bso Verpleegkunde  nog in overeenstem- ming is  met de behoeften  van  de patiënten,  kan alleen beantwoord worden door een vergelijking van de opleiding met een officieel  beroepscompetentieprofiel. Hier wringt nu net het schoentje, want er bestaat in België en in Vlaanderen geen officieel beroepscompetentieprofiel waaraan verpleegkundigen  moeten voldoen.  Daarnaast moet een opleiding tot verpleegkundige ook voldoen aan de Europese Richtlijn 2005/36/EC betreffende de erken- ning van  beroepskwalificaties. De  opleiding Verpleeg- kunde vierde graad voldoet aan de in deze richtlijn ge- stelde minimumvereisten.

In een nota van de Europese Commissie, interne markt en diensten, wordt gesteld dat het Europese kwalifica- tieraamwerk (EQF) niet van toepassing is in situaties die vallen onder  de betreffende Europese richtlijn. In  deze nota wordt zelfs gesteld dat het samen toepassen van de aanbevelingen voor het  EQF en  de Europese richtlijn
2005/36/EC niet behoort tot de wettelijke mogelijkheden en  niet  wenselijk  is.  Het gelijkwaardigheidcertificaat dat is  afgeleverd  onder deze  richtlijn attesteert dat  een beroepsbeoefenaar van een andere lidstaat van een ge- lijkwaardig niveau is als een beroepsbeoefenaar van de ontvangende lidstaat, terwijl het EQF alleen een indica- tie aangeeft van het niveau van de kwalificatie.

U vraagt of het klopt dat de vierde graad Verpleegkunde niet als opleiding erkend kan worden binnen het Bolog- naproces.  De  opleiding  valt  inderdaad  niet  onder  het Bolognaproces, want ze wordt  ingericht in instellingen voor secundair onderwijs en niet in het hoger onderwijs.

Over de vraag of de vierde graad Verpleegkunde straks een hbo4- of hbo5-opleiding is, moet ik wat meer uitleg geven. Het voorontwerp van decreet betreffende het hbo bepaalt twee  fasen met betrekking  tot bestaande oplei- dingen die zullen worden opgenomen in het hbo. Eerst is er een  tijdelijke  inschaling  van  de  opleidingen  van rechtswege  tot  uiterlijk   2012  als  hbo4- of  hbo5- opleiding. Vervolgens moeten uiterlijk tegen 2012 alle bestaande opleidingen die als hbo worden opgenomen een hervormingsprocedure hebben ondergaan. Uiterlijk tegen 2012 zal namelijk voor elk van deze opleidingen een   beroepskwalificatie   erkend   moeten   zijn   zoals bepaald  in  het  ontwerp  van  decreet  op  de  Vlaamse kwalificatiestructuur.  Het  is  deze erkende  –  en  dus ingeschaalde –  beroepskwalificatie  en niet de huidige opleiding die uiteindelijk het niveau van  de  opleiding zal bepalen.

Met betrekking tot de eerste fase, de tijdelijke inscha- ling van de opleidingen als hbo4 en hbo5, moet voor de opleidingen vierde graad Verpleegkunde het volgende meegegeven  worden.  In het eerste  voorontwerp  van decreet  op het hbo, dat  principieel  goedgekeurd werd op de Vlaamse Regering van 18 juli 2008, werden alle opleidingen die momenteel georganiseerd worden door instellingen  van secundair  onderwijs, ingeschaald op niveau 4  van de Vlaamse kwalificatiestructuur. In de memorie  van  toelichting  werd  echter  het  volgende opgenomen: “Ook van opleidingen uit de vierde graad bso verwachten we dat ze leiden naar kwalificaties van niveau 4. Een uitzondering hierop vormt  mogelijk de opleidingen van de vierde  graad bso Verpleegkunde. Gezien  haar lange studieduur en haar nauwe aanslui- ting met de bacheloropleiding, is het mogelijk dat deze opleiding een  opleiding is van  hbo5.  In dit geval  zal voor deze opleiding een uitzondering in de onderwijs- bevoegdheid  voorzien  worden,  want instellingen  se- cundair onderwijs komen in principe  niet in aanmer- king voor de inrichting van opleidingen hbo5.”

Dit  moest  blijken  uit  een  Vlor-studie  waarin  men  de vierde graad Verpleegkunde in haar sectorcommissie als opleiding – er is immers nog geen erkende beroepskwali- ficatie – heeft ingeschaald in de kwalificatiestructuur. Op het  moment van het indienen van het ontwerp van de- creet voor 18 juli bij de  Vlaamse Regering waren de resultaten  over  deze  inschalingstudie echter  nog  niet gekend. De studie  is  ondertussen wel afgerond en  de opleiding vierde graad Verpleegkunde  werd op het ni- veau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur ingeschaald.

Bij  een  tweede  indiening  van  het  voorontwerp  van decreet bij  de Vlaamse Regering is  het dus mogelijk dat de vierde graad Verpleegkunde op niveau 5 wordt ingeschaald,  maar daar is  nog geen politiek  akkoord over. Hoe dan ook, in de geest van het decreet hbo zal de  sector  tegen uiterlijk  2012  duidelijkheid  moeten scheppen in de beroepen die men in de verpleegkunde onderscheidt  en  op  welke  niveaus,  zodat  onderwijs- instellingen,  indien  nodig,  zich kunnen omvormen zodat de opleidingen leiden tot de beroepskwalificaties die de sector erkent.

De voorzitter: Mevrouw Helsen heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Helsen: Mijnheer de  minister, ik dank u  voor  het  antwoord. U geeft de geruststellende boodschap aan het veld dat u het dossier goed opvolgt. U geeft aan dat het niet de bedoeling is om de mensen die de opleiding volgen, niet meer te erkennen als ver- pleegkundige. Het is belangrijk om dat te blijven opvol- gen omdat vanuit Europa duidelijk wordt gevraagd om de  titel  enkel toe te kennen aan  bachelors, waarbij  de titel  aan  mensen  de mogelijkheid  geeft  om  bepaalde handelingen wel of niet uit te voeren.

U stelt zelf zeer duidelijk dat de opleiding niet past bin- nen  het  Bolognaproces.  U  zegt  dat het  wel  mogelijk moet  zijn  om  binnen  het  hoger  beroepsonderwijs  de opleiding te passen binnen niveau  5.  Betekent dat  dan dat het toch mogelijk is om in de toekomst de opleiding te organiseren in het hoger onderwijs? Dat was vroeger een  mogelijkheid, maar dat is op een gegeven moment geheroriënteerd, en nu kan  alleen  het secundair  onder- wijs de opleiding organiseren. In functie van het toeken- nen  van de titel verpleegkundige  is het misschien toch wenselijk om dat goed op te volgen en te herbekijken.

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord. Mevrouw Sabine Poleyn: Ik begrijp dat we in het voor- ontwerp van decreet een uitzondering zullen maken voor de vierde graad bso Verpleegkunde, zodat in de praktijk de secundaire scholen nog steeds niveau 5 zullen kunnen organiseren. Daar kunnen we zeker achterstaan.

U zegt dat de sector na 2012 duidelijkheid moet scheppen. Wat bedoelt u met de sector?

Minister Frank Vandenbroucke: Het veld: ziekenhui- zen, rustoorden, rust- en verzorgingstehuizen.

Mevrouw  Sabine  Poleyn:  Begrijp  ik  het  juist  dat  u tot nu toe nog geen formeel contact hebt genomen met minister Onkelinx?

Minister Frank Vandenbroucke: Ik heb dat nog niet gedaan. Ik ben ook nog niet formeel door haar gevat.

Bovendien denk ik dat ik eigenlijk het debat zou moeten voeren samen met het Vlaamse afnemende veld, name- lijk de Vlaamse rust- en verzorgingstehuizen en zieken- huizen. Zij zegt iets over het competentieprofiel via een uitspraak over het opleidingsniveau. Dat is niet zo evi- dent. Ik moet er even over nadenken of het aangewezen is dat ik als  minister van Onderwijs met haar contact opneem, want eigenlijk moet het afnemend veld daar ook iets over zeggen.

De voorzitter: Ik stel voor dat we de komende weken of maanden samen eens overleggen of we het afnemend veld uitnodigen op een of meer hoorzittingen over heel die problematiek. Ik denk dat dit noodzakelijk zal zijn. Er kunnen ook andere takken van het hbo bij worden betrokken, waar de  competentieprofielen ook  niet zo duidelijk zijn. Dit is maar een sector, er kunnen er ook nog andere zijn. Ik stel voor dit in de werking van de nabije maanden op te nemen.

Het incident is gesloten.

 

 

 

2009

2008

2007

 

 


tekening
Marte Dewitte 8j.

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be