             |
Vraag om uitleg van mevrouw Sabine Poleyn tot de heer Frank Vandenbroucke,
viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Werk,
Onderwijs en Vorming, over de vierde graad Verpleegkunde (29-01-09)
De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.
Mevrouw Sabine Poleyn: Mevrouw de voorzitter, mijnheer
de minister, beste collega’s, op deze banken hebben wij al een aantal
keren gesproken over onze bekommernis omtrent de toekomst van de vierde
graad bso (beroepssecundair onderwijs)Verpleegkunde, of hbo indien u wil,
naar aanleiding van het actieplan van federaal minister Laurette Onkelinx.
Mijnheer Johan Verstreken heeft daar begin 2008 een vraag over inge- diend
en mevrouw Kathleen Helsen eind 2008. Eind
2008, tijdens de begrotingsbesprekingen, hebben we daar ook over gesproken.Het
tekort aan verpleegkundigen en de tevredenheid van het veld noodzaken
ons te ijveren voor het voort- bestaan van deze hbo-opleiding naast de
bachelor- opleiding. Ik zou verschillende cijfers kunnen geven, maar algemeen
wordt gezegd dat het veld van ver- pleegkundigen voor 40 percent uit A2’ers
bestaat. Dat is een heel grote groep. Specifiek in de thuiszorg en de
psychiatrische verpleegkunde zijn deze verpleegkundigen bijna in de meerderheid.
In oktober 2008 gaf u heel duidelijk aan dat het belangrijk is dat het
veld deze opleiding waardeert. Ik heb navraag gedaan, en bijvoorbeeld
het Verbond der Verzorgings- instellingen (VVI) en VOV – Lerend Netwerk
vinden dat de vierde graad Verpleegkunde een zeer belangrijke opleiding
is die haar plaats moet kunnen behouden.U stelde tijdens de begrotingsbespreking
dat u minister Onkelinx een brief hebt gestuurd met de vraag om hierover
met haar te spreken. Tegelijk leek de veranke- ring in het komende decreet
hoger beroepsonderwijs als niveau 5, georganiseerd door het secundair
onder- wijs, een duidelijke positionering van deze richting in het Vlaams
onderwijslandschap. Intussen horen wij dat het hbo-decreet afgeslankt
zou worden en zich zou beperken tot niveau 5. Ik ga ervan uit, en zou
graag van u een bevestiging krijgen, dat de vierde graad Ver- pleegkunde
nog altijd ingeschaald blijft op niveau 5, georganiseerd door het secundair
onderwijs, en wel degelijk meegaat in het afgeslankte decreet.Daarnaast
verwijs ik graag naar het belang van de op- leiding van zorgkundigen.
Het zevende jaar tso, dat eerst wel in het ruime hbo-decreet zat, valt
er nu uit. Het is me niet duidelijk of er een alternatief voor komt of
niet. Daarnaast is er ook het zevende jaar bso voor zorgkundigen, dat
vanaf het begin al niet in het hbo- decreet voorzien was. Het is belangrijk
om aan te geven dat ook dat een heel belangrijke opleiding is, die leidt
tot zorgkundigen die we heel erg nodig hebben in het veld. Wanneer we
een bepaalde opleiding minder aantrekkelijk maken, kan dat gevolgen hebben
voor de instroom of de uitstroom naar de andere opleidingen.Mijnheer de
minister, om de vergrijzing de komende jaren op te kunnen vangen, hebben
we in Vlaanderen nood aan voldoende zorgkundigen en verpleegkundigen,
binnen een breed aanbod van opleidingen, gaande van beroeps- en technisch
onderwijs tot universitair onderwijs. Het zou volgens mij goed zijn om
ook vanuit de Vlaamse overheid hieromtrent een duidelijke visie te ontwikkelen.
Minister Onkelinx heeft nu haar visie ontwikkeld over het aantrekkelijker
maken van de verpleegkunde. Het zou niet slecht zijn dat we ook in Vlaanderen
daar een duidelijke visie op hebben om deze daaraan te toetsen.Mijnheer
de minister, wat wordt de positie van de vierde graad Verpleegkunde in
het voorontwerp van het nieuwe afgeslankte hbo-decreet? Welke gevolgen
zal dit hebben voor de scholen die dit organiseren, bijvoorbeeld wat betreft
de accreditatie?Staat u nog steeds achter het behoud van beide oplei-
dingstrajecten hbo en bachelor Verpleegkunde? Ik vraag dit omdat u vorige
keer aangaf dat u zich zou informe- ren. Ik hoop dat u dit nog steeds
zult bevestigen. In ok- tober hebt u gezegd dat u overleg zou hebben met
de betrokkenen, namelijk met degenen die de opleidingen verstrekken en
de afnemende sector. Hebt u dat overleg georganiseerd en wat zijn de conclusies
daaruit? Welke initiatieven zult u nemen of hebt u al genomen om de vierde
graad Verpleegkunde als driejarige opleiding wel degelijk een zekere toekomst
te geven?Wat is het antwoord van minister Onkelinx op uw brief? Hebt u
ondertussen een gesprek met haar gehad? Hebt u een bepaalde afspraak gemaakt
voor nog meerdere gesprekken?Welke positie zal het zevende jaar tso en
bso, meer bepaald personenzorg in het technisch en het beroeps- onderwijs,
innemen in de hbo-structuur? Ik weet niet of we in het afgeslankte hbo-decreet
een nieuwe structuur maken voor die richting. Men vraagt wel degelijk
om personenzorg aantrekkelijker te kunnen maken en te waarderen en om
de instroom, en de doorstroom, zowel van het secundair onderwijs naar
het hbo en de bachelor- opleiding, zo optimaal mogelijk te maken, zodat
zo veel mogelijk studenten een goede opleiding krijgen om zorgkundige
of verpleegkundige te worden.Volgens mij is er nood aan een langetermijnvisie
van de Vlaamse Regering ten aanzien van de stijgende vraag naar zorgberoepen
in onze maatschappij. Bent u bezig met onderzoek? Zijn er al voldoende
onderzoeken ge- beurd? Wat zijn daarvan de resultaten?
De voorzitter: Minister Vandenbroucke heeft het woord.
Minister Frank Vandenbroucke: Mevrouw Poleyn, u vroeg naar de positie
van de vierde graad Verpleegkunde in het nieuwe verhaal dat we schrijven
voor het hoger beroepsonderwijs. U spreekt van een afgeslankt vooront-
werp van decreet. Het is eigenlijk afgeslankt vooral wat betreft de betiteling
‘hoger beroepsonderwijs’. We hebben na veel overleg en nadenken beslist
om die betiteling hoger beroepsonderwijs voor te behouden voor oplei-
dingen die overeenkomen met wat we het kwalificatie- niveau 5 noemen in
de kwalificatiestructuur die we hier onder meer willen voorleggen. Dat
is een van de ont- werpen van decreet die ik graag nog in deze commissie
zou willen bespreken.Kwalificatieniveau 5 ligt net onder de professionele
bachelor, niveau 6. De reden waarom we dat gedaan hebben, is dat mijn
oorspronkelijke bedoeling om ook het kwalificatieniveau 4 voor een aantal
arbeidsmarkt- gerichte opleidingen te betitelen als hoger beroeps- onderwijs,
heeft geleid tot moeilijke discussies omdat we in kwalificatieniveau 4
ook gewoon secundair onder- wijs hebben. Het bleek moeilijk een stabiel
onderscheid te maken tussen wat we al dan niet hoger beroeps- onderwijs
(hbo) zouden willen noemen. We willen een aantal organisatorische en kwaliteitsverbeteringen
die we willen doorvoeren in de graduaten, die we hoger beroepsonderwijs
zouden willen noemen, ook door- voeren in de zevende jaren, hoewel we
die geen hoger beroepsonderwijs willen noemen. Dat is ons beleid. Dit
is trouwens goed nieuws voor de zevende jaren in het beroepsonderwijs.
We gaan ze evenwel nog niet het label ‘hoger beroepsonderwijs’ toekennen.
Dit heeft immers tot zeer moeilijke discussies geleid. We hebben hiervoor
nog geen stabiele oplossing gevonden. Ik wil dat bij gelegenheid nog wel
eens in detail uitleggen.Er is me gevraagd om welke instellingen het gaat.
Het hoger beroepsonderwijs met kwalificatieniveau 5 moet bestaan uit arbeidsgerichte
opleidingen. Die opleidingen kunnen in hogescholen, in centra voor volwassenen-
onderwijs en in scholen voor voltijds secundair onder- wijs worden georganiseerd.Wat
het voltijds secundair onderwijs betreft, wordt uitsluitend de opleiding
Verpleegkunde in het hbo- concept geïntegreerd. Dit betekent dat alle
principes inzake programmatie, samenwerking en kwaliteitszorg, waaronder
de accreditatie, die in het voorontwerp van decreet zijn vastgelegd, op
de betrokken opleiding Verpleegkunde van toepassing worden.Indien het
Vlaams Parlement me hierin wil volgen, zal de omschakeling vanuit de vierde
graad naar het hbo van rechtswege op 1 september 2009 plaatsvinden. Tegen
1 september 2012 moeten alle hbo-opleidingen zijn omge- vormd. Dit impliceert
dat ze een toetsing moeten onder- gaan. Uit die toetsing moet blijken
of ze als hbo- opleiding behouden blijven. Die operatie zal per afzon-
derlijke instelling worden uitgevoerd. Indien de hbo- opleiding Verpleegkunde
in een instelling blijft bestaan, zal ze periodiek, meer bepaald elke
acht jaar, aan de visitatie- en accreditatieprocedure worden onderworpen.Ik
blijf bij het standpunt dat een opleiding Verpleegkunde in het voltijds
secundair onderwijs, meer bepaald op het niveau van het hbo, wat tot en
met dit schooljaar de vierde graad is, absoluut bestaansrecht heeft. De
zeer flexibele toelatingsvoorwaarden voor het hbo kunnen de voldoende
grote instroom nog versterken. Op die manier wordt de specifieke doelgroep
bereikt. Ik baseer die me- ning op een aantal argumenten. Verpleegkundige
is een knelpuntberoep. De organisatiemodaliteiten zijn soepel. Bijna alle
scholen werken modulair. Er is een inhoudelijke overeenstemming met de
Europese richtlijn. We houden rekening met de vrije beroepsuitoefening.
Er zijn allicht zelfs nog meer argumenten.De betrokken opleiding Verpleegkunde
wordt volwaar- dig in het hbo opgenomen. Bovendien blijft de inrichting
van deze opleiding voorbehouden voor de secundaire instellingen. Hogescholen
en centra voor volwassenen- onderwijs kunnen bij een samenwerkingsverband
wor- den betrokken. Ze kunnen echter nooit zelf organisator zijn. Deze
initiatieven moeten getuigen van mijn enga- gement ten aanzien van de
vierde graad verpleegkunde.Tot op heden heeft slechts eenmaal overleg
plaatsgevonden tussen het kabinet van minister Onkelinx en mijn mede-
werkers. Nadien hebben we de scholen op mijn kabinet bijeengebracht. Momenteel
bereiden we een grondige analyse voor. We zijn natuurlijk niet blind voor
de evolu- ties in de beroepsuitoefening van de verpleegkunde. We zien
zelf ook dat de techniciteit van het beroep in bepaalde deelgebieden stijgt.
Er blijft op het werkveld evenwel absoluut nood aan de handen van de verpleegkundigen
die nu in de vierde graad van het bso en later in het hbo een opleiding
volgen of zullen volgen. Verder overleg met het kabinet van minister Onkelinx
moet nog volgen. Dit is momenteel echter nog niet gepland.De zevende jaren
of specialisatiejaren in het bso blijven buiten het hbo en blijven bestaan
als opleidingen van de derde graad. Het aanbod wordt op het macroniveau,
in dit geval het niveau van de Vlaamse overheid, vastgelegd. Er zijn op
dit vlak twee denksporen.De Vlaamse overheid heeft besloten alle studiegebieden
met het oog op transparantie en actualisatie afzonderlijk te screenen.
Deze ingreep kan tot de toevoeging, de samenvoeging, de naamswijziging
of de opheffing van een opleiding leiden. Het studiegebied personenzorg
zal op middellange termijn aan bod komen.Daarnaast hebben we een procedure
gecreëerd die het elke inrichtende macht of elke derde partij mogelijk
maakt een voorstel voor een nieuwe opleiding in te die- nen. Nadat onder
meer de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) hier advies over heeft uitgebracht,
neemt de Vlaamse Regering hierover een beslissing.Deze instrumenten moeten
het studieaanbod in staat stellen gelijke tred te houden met de maatschappelijke
ontwikkelingen. Het gaat hierbij onder meer om de demografische en technologische
ontwikkelingen en om de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.Indien nodig
worden voor de screening plaatsvindt, beslissingen genomen om opleidingen
te valoriseren en aantrekkelijker te maken. Een concreet voorbeeld is
de wijziging van de benaming ‘thuis- en bejaardenzorg’ in
‘thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige’, die op 1 septem- ber 2007 is ingegaan.
Ten gevolge van deze wijziging wordt deze opleiding door de federale overheid
erkend voor de uitoefening van de functie van zorgkundige en wordt, nu
reeds voor het derde schooljaar op rij, voor die opleiding een knelpuntpremie
toegekend.De geëigende mogelijkheden om in het bso te stappen, zijn zeer
ruim. Daarnaast stelt de vigerende regelgeving betreffende de organisatie
van het voltijds secundair onderwijs dat voor de toegang tot een zevende
specia- lisatiejaar in het bso een zesde leerjaar met vrucht moet zijn
beëindigd. Aangezien het om een specialisatie gaat, is het evident dat
de basisopleiding in hetzelfde studiegebied moet zijn gevolgd. De toelatingsklassen-
raad beslist evenwel over eventuele afwijkingen van de regel dat het om
hetzelfde studiegebied moet gaan. Daarnaast mogen we niet uit het oog
verliezen dat aan het einde van het zevende jaar bso een diploma van het
secundair onderwijs wordt uitgereikt. Dit vergt een bepaalde normering.
Overstappen tussen het zesde jaar van het bso, het zevende jaar van het
bso en de vierde graad, die later het hbo zal worden, blijft onder bepaalde
voorwaarden mogelijk.Dat het studiegebied personenzorg in bepaalde instellin-
gen modulair verloopt, maakt het mogelijk meer trajec- ten, met inbegrip
van individuele trajecten, op maat uit te bouwen. Ik wil er trouwens op
wijzen dat het aantal leerlingen in het studiegebied personenzorg al jaren
stijgt. Dit geldt ook voor de zevende specialisatiejaren.Zoals hoger gesteld,
zijn de nodige schikkingen getrof- fen opdat het opleidingsaanbod continu
kan reageren op vragen vanuit het afnemend veld, ook in de zorgsector.
Uiteraard kan de overheid de onderwijsverstrekkers niet dwingen lokaal
opleidingen op te starten, maar beslissen zij in eerste instantie autonoom
om te program- meren. Dat is het principe van de wettelijk gewaar- borgde
onderwijsvrijheid.Het voorontwerp van decreet betreffende de kwalificatie-
structuur, waardoor beroepskwalificaties en daarvan eventueel afgeleid
onderwijskwalificaties zullen wor- den bepaald, betekent ongetwijfeld
een belangrijke impuls voor de toekomstige ontwikkeling van een zinvolle
up-to-date opleidingenstructuur.Aangezien het departement Onderwijs en
Vorming een vertegenwoordiging heeft in de Nationale Raad voor Verpleegkunde,
worden acties die vanuit de FOD
(federale overheidsdienst) Volksgezondheid worden opgezet en evoluties
binnen de zorgberoepen die zich in ons land voordoen, nauwgezet opgevolgd
om daarop, rekening houdend met de intra-Belgische bevoegdheids- verdeling,
van Vlaamse zijde adequaat te reageren.
De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord. Mevrouw
Sabine Poleyn: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord en uw
engagement om nog steeds te gaan voor die tweede graad Verpleegkunde.Ik
stel trouwens vast dat minister Onkelinx en u elkaar acht jaar geleden
al zijn tegengekomen, weliswaar in een andere hoedanigheid, om de twee
leerwegen samen te ondertekenen. Het ging om een politiek akkoord, waar
men nu nog naar verwijst. Toen was u federaal minister van Werk, als ik
mij niet vergis.Heb ik goed begrepen, wat betreft de visitatie en de accreditatie,
dat dat om de vier jaar zal zijn, en dus ook voor de vierde graad Verpleegkunde?
Minister Frank Vandenbroucke: Ja.
Mevrouw Sabine Poleyn: U zegt dat de instroom van zesdejaar
bso de voorwaarde is om naar het zevende jaar bso te gaan vanuit dezelfde
richting. Dat lijkt me ook evident. Ik verneem echter dat men het jammer
vindt dat men niet vanuit de vierde graad Verpleegkunde terug kan gaan
naar het zevende jaar bso Personenzorg, omdat een aantal studenten die
bijvoorbeeld uit een heel andere richting komen, Verpleegkunde beginnen
te studeren. Men kan daar blijkbaar met twee modules het attest van zorgkundige
krijgen.Nochtans zou men, als men zorgkundige wil worden, beter dat zevende
jaar volgen in plaats van aan Verpleeg- kunde te beginnen, zonder de bedoeling
van het af te werken, waardoor het niveau wat verhoogt. Ik geef maar ter
informatie mee dat er een kanaal is dat men niet kan terugkeren van vierde
graad naar zevende jaar.Ik ben blij te vernemen dat u contact hebt met
mevrouw Onkelinx. Ik hoop dat u dat zult blijven doen, want zij wil blijkbaar
op zeer korte termijn beslissen over wat er met het actieplan gaat gebeuren.
Haar mening lijkt voor- alsnog niet te zijn veranderd.Ik wijs er nog even
op dat een ander voorstel dat soms vanuit het federale niveau komt, namelijk
om de drie jaren naar de twee jaren te hervormen, eigenlijk niet kan volgens
de Europese richtlijn. Het moet immers om 180 studiepunten gaan.Hebt u
ook overleg met uw collega van Welzijn? U hebt in het verleden gezegd
dat u met toenmalig minister Vervotte samen zou zitten. Ik weet niet of
dat nog relevant is om de Vlaamse stem te versterken.
Minister Frank Vandenbroucke: Ik denk wel dat dat relevant
is. Ik heb daar weliswaar nog niet over kunnen overleggen met huidig Vlaams
minister van Welzijn, mevrouw Veerle Heeren. Maar dat lijkt me absoluut
relevant. Ik probeer nu mijn analyse op punt te stellen, met alle elementen
die er zijn. Maar als dat gebeurd is, zou ik inderdaad minister Heeren
moeten vatten. Daar hebt u gelijk in.
De voorzitter: De heer Pieters heeft het woord.
De heer Leo Pieters: Mijnheer de minister, u hebt over
de hbo. U wilt de zevendejaars daar niet in stoppen. De vierde graad Verpleegkunde
zit daar wel in, maar dat wordt dan georganiseerd door het secundair onderwijs.
Gaat u het hbo dan eigenlijk ophangen aan de zorg- en verpleegkunde? Eigenlijk
is dat wat gekoppeld aan elkaar. Wat zit er nog allemaal bij het hbo?
Wanneer gaan we daar concreet uitsluitsel over krijgen?
Minister Frank Vandenbroucke: Het debat zou wel- licht
overzichtelijker zijn als het ontwerp van decreet hier zou liggen. Dan
zou u kunnen zien welke procedures we voorstellen.We zullen hbo definiëren
als onderwijs dat zich situeert op kwalificatieniveau 5: arbeidsmarktgericht,
beant- woordend aan een aantal voorwaarden van flexibiliteit, vertrekkend
van beroepscompetentieprofielen. Dat kan zeer veel omvatten van wat vandaag
in het volwassenen- onderwijs gebeurt in de vorm van graduaten die niet
de roeping hebben gehad om zich om te vormen tot professionele bachelors
in hogescholen. Dat zal dus ook de vorm aannemen van die huidige vierde
graad Verpleegkunde.Maar dat kan ook groeien. Daar kunnen nieuwe oplei-
dingen bijkomen. In het andere ontwerp van decreet, inzake de Vlaamse
kwalificatiestructuur, scheppen we eigenlijk over de hele lijn in het
onderwijsveld de moge- lijkheid dat sectoren via de SERV beroepscompetentie-
profielen uitschrijven, en dat er dan, via de tussenstap van een agentschap
bij de overheid en veel advies en overleg in de onderwijswereld, beroepskwalificaties
tot stand komen.Dit is eigenlijk een uitnodiging aan de hele samenleving
om profielen uit te werken van beroepscompetenties waar beroepskwalificaties
aan kunnen beantwoorden, onder meer op dat niveau 5. Wat dat uiteindelijk
zal worden, hangt af van de dynamiek van dat proces. Van- daag zal het
in essentie gaan over graduaten die bestaan in het volwassenenonderwijs
en de vierde graad Verpleegkunde, maar initiatieven, die zich kunnen situeren
bij hogescholen en centra voor volwassenenonderwijs.
Mevrouw Sabine Poleyn: En bij het secundair onderwijs?
Minister Frank Vandenbroucke: Neen, niet het secun- dair want het enige
wat we daar op dit moment als moge- lijkheid zien, is precies die vierde
graad Verpleegkunde. De voorzitter: Het incident is gesloten.
|
2010
Archief 2009
Archief 2008
Archief 2007

Marte Dewitte 8j.
|