Schriftelijke vraag aan Frank Vandenbroucke, Viceminister-president van
de Vlaamse regering, Vlaams minister van werk, onderwijs en vorming betreffende
het aanbod onthaalklassen anderstalige nieuwkomers
In het Regeerakkoord 2004-2009 “vertrouwen geven, verantwoordelijkheid
nemen” staat dat de Onthaalklas anderstalige nieuwkomers (OKAN)-onderwijs
verder wordt uitgebreid. Dit betekent dat het taalbad ook mogelijk wordt
voor kinderen met de Belgische nationaliteit.
Daarnaast worden stimuli gegeven aan (zelf)organisaties
en initiatieven die zich inzetten voor het aanleren van het Nederlands.
1. Hoeveel OKAN-klassen zijn er deze legislatuur bijgekomen?
Welke initiatieven neemt de minister om dit aanbod uit
te breiden?
2. Is een taalbad via OKAN ook mogelijk geworden voor
Belgen? Hoeveel zijn dit er?
3. Welke stimuli werden gegeven aan het middenveld voor
het aanleren van het Nederlands?
ANTWOORD
A. Basisonderwijs
Op het niveau basisonderwijs werd ervoor gekozen anderstalige
nieuwkomers op te vangen in de reguliere klassen, en het onthaalonderwijs
klasextern aan te bieden op afzonderlijke lesmomenten aan kleine groepjes.
Deze piste werd gekozen omdat onderzoek uitwees dat jonge kinderen op
een speelse manier zeer veel leren van leeftijdsgenoten.
Bij het begin van de legislatuur, in het schooljaar 2004-2005, volgden
1160 leerlingen in het basisonderwijs onthaallessen, verdeeld over 107
scholen. Op dat ogenblik was een dalende trend waar te nemen na de spectaculaire
stijging tussen 1999 en 2002 ten gevolge van de burgeroorlogen in Oost-Europa.
In navolging van het Regeerakkoord 2004-2009 werd bij het begin van het
schooljaar 2006-2007 de regelgeving voor onthaalonderwijs aangepast en
uitgebreid, zodat meer kinderen van het aanbod gebruik konden maken. In
een eerste stap werd het aanbod verruimd met een vervolgjaar. Het geheel
van onthaaljaar + vervolgjaar vormde vanaf dat moment het onthaalonderwijs.
Tegelijkertijd werd ook de nationaliteitsvoorwaarde geschrapt. De nadruk
lag voortaan op het ‘nieuwkomer’ zijn, zodat ook adoptiekinderen onder
de noemer anderstalige nieuwkomer konden vallen.
Een derde uitbreiding kwam er bij het begin van het schooljaar 2008-2009:
de definitie ‘anderstalige nieuwkomer’ werd in het basisonderwijs uitgebreid
met een tweede luik. Naast de echte nieuwkomers die minder dan een jaar
in België verblijven en maximaal negen maanden ingeschreven zijn in een
school met het Nederlands als onderwijstaal, kunnen ook kinderen van vijf
jaar of ouder die officieel verblijven in een open asielcentrum aanspraak
maken op een onthaaljaar en een vervolgjaar.
Het resultaat van deze opeenvolgende initiatieven is dat er in het schooljaar
2007-2008, verdeeld over 181 basisscholen, 2008 leerlingen konden genieten
van onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers. Dit betekent een ruime
toename in vergelijking met het schooljaar 2004-2005.
B. Secundair onderwijs
In het secundair onderwijs kunnen anderstalige nieuwkomers gedurende een
jaar een Nederlands taalbad krijgen om daarna naar het regulier onderwijs
over te stappen.Op het niveau secundair onderwijs is de scholengemeenschap
de instantie die namens haar school of scholen een gemotiveerde aanvraag
voor 1 juni van het voorafgaande schooljaar moet indienen om op 1 september
van start te gaan met de organisatie van een onthaalklas voor anderstalige
nieuwkomers. Scholen die al onthaalonderwijs inrichten moeten niet elk
jaar een aanvraag indienen.
De cijfers die volgen zijn gebaseerd op teldatum 1 oktober.
Bij het begin van de legislatuur, in het schooljaar 2004-2005, volgden
1331 regelmatige leerlingen in het voltijds secundair onderwijs de onthaalklassen,
verdeeld over 38 scholen.
In het schooljaar 2004-2005 organiseerde één centrum voor deeltijds beroepssecundair
onderwijs een onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers via een proeftuinproject.
Het centrum had 17 anderstalige nieuwkomers ingeschreven.
Tot het schooljaar 2007-2008 werd een lichte daling van het aantal anderstalige
nieuwkomers vastgesteld.
In het schooljaar 2006-2007 werd op niveau secundair onderwijs eveneens
de regelgeving voor het onthaalonderwijs aangepast. Het accent wordt niet
meer gelegd op de nationaliteit, maar op het feit nieuwkomer te zijn.
Verder werd de definitie van onthaalonderwijs aangepast en uitgebreid.
Onthaalonderwijs is dan niet langer beperkt tot een onthaaljaar, maar
werd uitgebreid tot ook ondersteuning, begeleiding en opvolging van gewezen
anderstalige nieuwkomers.
Voor het huidige schooljaar waren op 1 oktober 1369 regelmatige leerlingen
in het voltijds secundair onderwijs ingeschreven, verdeeld over 37 scholen.
Daarnaast wordt in twee Antwerpse scholen in een proeftuinproject geëxperimenteerd
met een aangepast vervolgtraject voor okanleerlingen. Dit ‘tweede onthaaljaar’
is voorbehouden aan leerlingen die het eerste onthaaljaar gevolgd hebben.
Naast twee lestijden godsdienst, niet-confessionele zedenleer, eigen cultuur
en religie of cultuurbeschouwing krijgen deze leerlingen minstens acht
lestijden Nederlands voor nieuwkomers per week. De overige lestijden worden
ingevuld afhankelijk van de individuele leerling.
De regelgeving met betrekking tot het deeltijds beroepssecundair onderwijs
werd dit schooljaar grondig gewijzigd. De soepelheid op het vlak van organisatie
laat toe dat een centrum deeltijds secundair onderwijs in onthaalonderwijs
voorziet. Het behelst een specifiek en tijdelijk onderwijsaanbod dat anderstalige
nieuwkomers voorbereidt op betere doorstroming naar arbeidsdeelname. Op
dit moment zijn er 4 deeltijdse centra die onthaalonderwijs inrichten.
Op 2 februari 2009 zijn er 26 regelmatige leerlingen ingeschreven.
2. A. Basisonderwijs
Zoals eerder al vermeld werd de nationaliteitsvoorwaarde
verlaten in 2006. Dit maakte mogelijk dat adoptiekinderen, die wel de
Belgische nationaliteit hebben, maar bij hun aankomst in het land de taal
absoluut niet beheersen, toch in aanmerking komen voor onthaalonderwijs.
Zij kunnen namelijk wel voldoen aan de andere voorwaarden die behouden
bleven:
- 5 jaar of ouder zijn;
- niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal hebben;
- onvoldoende de onderwijstaal beheersen om met goed gevolg de lessen
te kunnen volgen;
- maximaal negen maanden ingeschreven zijn in een school met het Nederlands
als onderwijstaal;
- een nieuwkomer zijn, d.w.z. maximaal één jaar ononderbroken in België
verblijven;
Er zijn geen cijfers bekend over de specifieke groep
van Belgische kinderen, net omdat de nationaliteit geen voorwaarde meer
is. Een anderstalige nieuwkomer moet gelijktijdig voldoen aan alle bovenstaande
voorwaarden, dus ook over de andere vereisten zijn geen aparte cijfers
bekend.
B. Secundair onderwijs
Sinds 2006 geldt niet langer de nationaliteitsvoorwaarde,
de nadruk kwam te liggen op het feit nieuwkomer te zijn.
Uit de databank blijkt dat op 1 oktober 2008 in het secundair onderwijs
114 anderstalige nieuwkomers de Belgische nationaliteit hebben.
3. Naast de uitbreiding van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers
werden nog verschillende stimuli gegeven voor andere initiatieven die
zich inzetten voor het aanleren van het Nederlands:
- Project ‘School en Ouders’
Tijdens het schooljaar 2007-2008 werd aan het Centrum
voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) de opdracht gegeven het project 'School
en Ouders' uit te werken. Eén van de hoofddoelstellingen van dit project
was het versterken van de onderwijsparticipatie en het schoolbezoek van
de ouders om zo de slaagkansen van de leerlingen te verhogen en de kwaliteit
van het onderwijs te blijven garanderen. Deze doelstelling werd onder
meer bereikt door het bevorderen van het gebruik van het Nederlands enerzijds
en de betrokkenheid van de ouders bij de school anderzijds. Hiertoe werden
taallessen in de basisscholen van de leerlingen georganiseerd.
Tijdens het schooljaar 2007-2008 werd het project 'School en Ouders' gerealiseerd
in 7 basisscholen in gans Vlaanderen. Er namen 57 ouders deel aan deze
taallessen.
De evaluatie van dit project leverde erg positieve resultaten op, toch
moeten een aantal punten verder uitgewerkt worden vooraleer het project
veralgemeend kan ingevoerd worden. Hiertoe werd vorig jaar een voorstel
tot verlenging van het project voorgelegd aan de Inspectie van Financiën.
Die verlenging werd echter niet goedgekeurd.
Ik sta achter de doelstellingen van dit project, er zal dan ook opnieuw
geprobeerd worden een verlenging van dit project te realiseren voor het
schooljaar 2009-2010.
- Initiatieven ter ondersteuning van het talenbeleid
in de Rand
Sinds 1 september 2006 krijgen de Nederlandstalige scholen
in de Rand bijkomende ondersteuning voor taalvaardigheidsonderricht. Het
doel is leerkrachten te professionaliseren om de taalvaardigheid van leerlingen
te vergroten en te leren omgaan met diversiteit op pedagogisch en didactisch
vlak. Door coaching van interne begeleiders worden scholen in staat gesteld
interne ondersteuning uit te bouwen. Het samenwerkingsverband van de pedagogische
begeleidingsdiensten coördineert deze ondersteuning die de Vlaamse regering
jaarlijks voor 1,2 miljoen euro subsidieert.
Ook in 2006 werd er binnen de vzw De Rand een pijler informatie en promotie
NT2 opgericht. Systematisch overleg tussen de vzw De Rand, het Huis van
het Nederlands Vlaams Brabant, het Huis van het Nederlands Brussel en
de provincie Vlaams Brabant zorgt voor een gecoördineerd taalpromotiebeleid.
Binnen dat taalpromotiebeleid worden taallessen Nederlands voor anderstaligen
(NT2, maar ook andere initiatieven) intensief onder de aandacht van de
bewoners in de rand gebracht.
- Project “Taalachterstand wieden in de Rand” in Vilvoorde
Vilvoorde kent een migratiesaldo dat bijna 4 maal groter
is dan het gemiddelde van Vlaams-Brabant. Vooral jonge Franstalige gezinnen
met kinderen stromen in vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Toen
er bijkomende middelen voor het Nederlandstalig onderwijs in de Vlaamse
Rand vrijkwamen, zijn die in de eerste plaats voor het basisonderwijs
gebruikt. De taalverwerving van het Nederlands moet bij kinderen met een
andere thuistaal immers zo vroeg mogelijk beginnen. Daarom hebben alle
secundaire scholen uit Vilvoorde (over de netten heen) een project ingediend
om taalachterstand bij de leerlingen weg te werken, de schoolse achterstand
dichter bij het Vlaamse gemiddelde te brengen en de communicatie met en
de betrokkenheid van de ouders te bevorderen. Dit project wordt sinds
2006 ondersteund met een werkingssubsidie en een personeelssubsidie die
het equivalent van 4,5 voltijdse gedetacheerde leerkrachten omvat. Deze
leerkrachten hebben zich vooral toegelegd op de ondersteuning van de leerlingen,
de personeelsleden en de ouders.
- Aanbod NT2 in CVO's, CBE's en universitaire talencentra
Jaarlijks volgen naar schatting 65000 volwassen anderstaligen
een cursus Nederlands tweede taal (NT2) in een centrum voor basiseducatie,
een centrum voor volwassenenonderwijs of een universitair talencentrum.
Vanaf 1 september 2007 worden twaalf- tot zestienjarige
leerlingen uit het voltijds secundair onderwijs toegelaten tot de opleidingen
Nederlands tweede taal (NT2) van het volwassenenonderwijs. Voor deze leerlingen
gelden een volledige vrijstelling van het inschrijvingsgeld en specifieke
toelatingsvoorwaarden. De leerlingen dienen deel te nemen op vrijwillige
basis en ze volgen de opleiding buiten de lesuren van de secundaire school.
In opvolging van de twee vorige rondetafelconferenties
NT2 in 1993 en 2002 is er in 2008 een derde rondetafelconferentie NT2
georganiseerd die een 50-tal concrete beleidsaanbevelingen opleverde.
Met deze aanbevelingen zijn de krijtlijnen getekend van een nieuwe belangrijke
stap in de ontwikkeling van NT2 in Vlaanderen. Ze moeten er toe leiden
dat meer mensen de weg naar NT2 vinden en dat ze er ook echt goed Nederlands
leren. Ik maak dit rapport daarom over aan de regering. Voor de aanbevelingen
die op mijn bevoegdheden slaan zal ik nog deze legislatuur de implementatie
opstarten. Voor het overige is het duidelijk dat het rapport een belangrijke
voorzet vormt voor de onderhandelingen over een volgend Vlaams regeerakkoord.
- Projecten in het kader van het flankerend onderwijsbeleid
Steeds meer steden en gemeenten voeren een actief lokaal
beleid voor welzijn, jeugd, sport, cultuur, milieu,…. Ze ondersteunen
plaatselijke projecten of samenwerkingsverbanden, organiseren soms de
samenwerking tussen diensten, voorzieningen en instellingen en stimuleren
een gemeenschappelijke visie. Steden en gemeenten zijn ideale partners
om de Vlaamse beleidsprioriteiten lokaal te laten doordringen en toe te
passen. Omwille van deze evolutie pleitte ik steeds voor een bondgenootschap
met de lokale besturen op het vlak van onderwijs. Daarom heb ik in 2005
een overlegplatform met de 13 Vlaamse centrumsteden opgericht. Vanaf het
schooljaar 2005-2006 heb ik ook beslist om de steden en gemeenten financieel
te ondersteunen in deze rol. Tijdens de schooljaren 2005-2006 en 2006-2007
werden er projectsubsidies gegeven aan de centrumsteden. Vanaf het schooljaar
2007-2008 konden ook de niet-centrumsteden hier een beroep op doen. Tussen
deze projecten in het kader van het flankerend onderwijsbeleid zijn er
ook initiatieven gericht op anderstalige leerlingen, bijv. het project
‘Alfaklassen’ in Aalst (bijbrengen van schooltaal of instructietaal aan
onthaalleerlingen of andere leerlingen die thuis geen Nederlands spreken)
en het project ‘Nieuwe coaches en supporters voor Sint – Truiden’ (o.a.
het opzetten van een buddy-systeem waarbij laatstejaars als mentor optreden
voor anderstalige nieuwkomers en uitstromers uit de okan klas).
|