Schriftelijke vraag aan Frank Vandenbroucke, Viceminister-president van
de Vlaamse regering, Vlaams minister van werk, onderwijs en vorming betreffende
leerplichtonderwijs duurzame ontwikkeling
Op 22 maart 2007 formuleerde de VLOR (Vlaamse Onderwijsraad)
samen met de MINA-raad een advies over educatie voor duurzame ontwikkeling
(EDO) in het leerplichtonderwijs.
Hierbij werd een aantal aanbevelingen geformuleerd, onder
meer:
nood aan dwarsverbindingen tussen verschillende educaties
op school;
de ontwikkeling van de vakoverschrijdende eindtermen;
nood aan een betere informatiedoorstroming naar scholen over het educatief
aanbod van externe organisaties;
rol van de begeleidingsdiensten hierin.
1. Welk gevolg heeft de minister gegeven aan het advies
EDO?
2. Welke andere initiatieven nam de minister in het kader
van duurzame ontwikkeling?
ANTWOORD
Ik was bijzonder tevreden met het VLOR-MINA advies omdat
de visie die erin ontwikkeld wordt, goed onderbouwd is en aansluit bij
de klemtonen die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming wenst te leggen
inzake EDO. In het antwoord, dat ik als reactie op het advies aan de VLOR
heb bezorgd, (op 12 juli 2007 naar VLOR gestuurd, op 16/07 door hen ontvangen)
kondig ik een aantal beleidsmaatregelen aan die ondertussen verder zijn
uitgewerkt. Ik overloop ze kort:
- In de geactualiseerde versie van de vakoverschrijdende
eindtermen heeft de context ‘omgeving en duurzame ontwikkeling’ een prominente
plaats gekregen. Daarin werden de volgende eindtermen geformuleerd die
rechtstreeks verband houden met duurzame ontwikkeling:
De leerlingen:
o herkennen in duurzaamheidvraagstukken de verwevenheid tussen economische,
sociale en ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en
beleid;
o zoeken naar mogelijkheden om zelf duurzaam gebruik te maken van ruimte,
grondstoffen, goederen, energie en vervoermiddelen;
o zoeken naar duurzame oplossingen om de lokale en globale leefomgeving
te beïnvloeden en te verbete¬ren.
- Zoals gevraagd in het advies, heeft de entiteit Curriculum
alle eindtermen en ontwikkelings-doelen (zowel leergebied- en vakgebonden
als leergebied- en vakoverschrijdende) nagekeken op hun relevantie voor
het thema ‘duurzame ontwikkeling’. De resultaten van deze screening zijn
opgenomen in een brochure die de entiteit Curriculum in samenwerking met
Coprogram, de Vlaamse federatie van NGO’s voor ontwikkelingssamenwerking
heeft ontwikkeld. Deze brochure (“Educatie voor Duurzame Ontwikkeling.
Leren voor een ‘volhoudbare’ ontwik-keling”) bevat daarnaast een aantal
voorbeelden van goede praktijk met betrekking tot EDO met telkens een
andere ‘ingang’ tot een duurzaamheidprobleem. De brochure kan scholen
inspiratie en ondersteuning bieden bij het implementeren van EDO en het
leggen van de noodzakelijke dwarsverbindingen waarover u ook spreekt.
- Het leggen van dwarsverbindingen stond ook centraal
op een studiedag die op 20 januari 2009 werd georganiseerd rond het thema
‘Educatie voor Duurzame Ontwikkeling in het onderwijs’. De deelnemers
aan dit symposium kregen een aantal inzichten, praktische suggesties en
concrete aanknopingspunten (o.a. via bovenvermelde brochure) om in de
praktijk met Educatie voor Duurzame Ontwikkeling aan de slag te gaan.
Het symposium werd georgani-seerd in samenwerking tussen Departement Leefmilieu,
Natuur en Energie, het Departement Onderwijs en Vorming, de pedagogische
begeleidingsdiensten van de verschillende onder-wijsnetten en een aantal
ngo’s werkzaam rond het thema EDO. De scholen konden op deze studiedag
ook kennismaken met het ruime aanbod van de ngo’s en andere organisaties
die op het vlak van duurzame ontwikkeling o.a. educatieve pakketten ontwerpen.
Dit versterkt de interdisciplinaire samenwerking die eigen is aan een
complex thema als EDO.
- Bovenvermelde studiedag is tot stand gekomen binnen
het EDO overlegplatform, dat de beleidslijnen m.b.t. EDO uitstippelt.
Ook in dit overlegplatform zijn de verschillende betrokken beleidsdomeinen,
de pedagogische begeleidingsdiensten en de NGO’s vertegen-woordigd.
- Zoals het advies terecht stelt, speelt de lerarenopleiding
een belangrijke rol bij de implemen-tatie van EDO in het leerplichtonderwijs.
De geactualiseerde versie van de basiscompetenties van de leerkrachten
biedt voldoende aanknopingspunten om binnen de lerarenopleidingen rond
EDO te werken. De entiteit Curriculum is als partner betrokken in een
Europees Comenius2-project, dat competentiegeoriënteerde curriculummodellen
ontwikkelt voor lerarenopleidingen die EDO in hun curriculum wensen te
integreren. De resultaten van dit project zijn verschenen in boekvorm
(bij uitgeverij De Boeck) en zijn ook terug te vinden op de website (www.csct-project.org).
- Van 26 tot en met 28 maart 2009 gaat in de gebouwen
van de KHLeuven een internationale conferentie over EDO door, georganiseerd
door de internationale vzw ENSI, waarvoor een groot aantal vertegenwoordigers
van Vlaamse hogescholen en universiteiten zijn ingeschreven. Ook vertegenwoordigers
van het Departement Onderwijs en Vorming zijn bij de organisatie betrokken.
De titel van deze conferentie luidt ‘Creating learning environments for
the future. Sharing knowledge on research and practice’. Met deze conferentie
komt de Vlaamse overheid tegemoet aan de vraag van de Europese Economische
Commissie van de VN om wetenschappelijk onderzoek in verband met EDO te
stimuleren.
2. Verschillende andere initiatieven die ik in de loop
van deze legislatuur heb genomen, kunnen onder de noemer duurzame ontwikkeling
geplaatst worden.
- Zo is op 1 september 2008 in 76 Vlaamse gemeenten het
concept ‘Duurzaam naar School’ van start gegaan. Met ‘Duurzaam naar School’
wil de Vlaamse regering meer aandacht besteden aan de invulling van het
traject dat kleuters en leerlingen lager onderwijs dagelijks afleggen
richting school. Uitgangspunt van ‘Duurzaam Naar School’ is de totaalaanpak
van woon-schoolverkeer, vertrekkende vanuit het STOP-principe. De beschikbare
middelen worden in eerste instantie besteed aan initiatieven rond de zachte
weggebruiker in het woon-school-verkeer. Aanvullend kunnen gemeenten in
een tweede stap middelen krijgen voor de organisatie van netoverschrijdend
leerlingenvervoer. Om geselecteerd te worden dient de gemeente in overleg
met de scholen op haar grondgebied een gefundeerde visie over duurzaam
woon-schoolverkeer te ontwikkelen. De Vlaamse Overheid heeft immers de
ambitie om daadwerkelijk een verschuiving in het woon- schoolverkeer te
realiseren. De auto moet baan ruimen voor meer duurzame verplaatsingsmodi
met de nadruk op stappen en trappen. Meer informatie vindt u op www.ond.vlaanderen.be/leerlingenvervoer/duurzaam
- Daarnaast zijn er de maatregelen rond het rationeel
energieverbruik in scholen. Samen met minister Crevits heb ik middelen
voorzien voor de bouw van de eerste Vlaamse passief-scholen. Bovendien
moeten alle nieuwe schoolgebouwen sinds 2008 voldoen aan de energie-zuinige
E70 norm. Daarnaast krijgen 1000 scholen deze winter een gratis energieboekhouding
geïnstalleerd door hun distributiebeheerder. Hierdoor kunnen zij nauwgezet
hun energie-verbruik opvolgen en gericht energiebesparende maatregelen
treffen. Om ervoor te zorgen dat scholen de nodige kennis in huis hebben
om met een energieboekhouding aan de slag te gaan en energiebesparende
maatregelen te treffen, organiseer ik dit voorjaar een opleiding energie-coördinator.
Scholen kunnen ook aanspraak maken op subsidies voor het uitvoeren van
REG-maatregelen zoals de installatie van energiezuinige verwarmingsketels,
thermostatische kranen, verbeterd dubbel glas en het isoleren van leidingen,
muren en daken. In 2006 maakte ik hiervoor 10 miljoen euro vrij, in 2007
28 miljoen euro en in 2008 werd dit bedrag verhoogd tot 50 miljoen euro.
Dit jaar en ook in 2010 wordt een budget voorzien van 25 miljoen euro
voor REG subsidies. In de eerste plaats levert het beleidsdomein Onderwijs
en Vorming hiermee een bijdrage aan het terugdringen van het CO2-gehalte
in de atmosfeer, maar daar-naast biedt dit kansen om educatieve schoolprojecten
uit te werken rond het thema van de opwarming van het klimaat.
|