sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Schriftelijke vraag aan Frank Vandenbroucke, Viceminister-president van de Vlaamse regering, Vlaams minister van werk, onderwijs en vorming betreffende een leven lang leren.

“Een Leven Lang Leren”   -   BSO- en TSO-leerlingen

Het programma Een Leven Lang Leren heeft als doel om via een weloverwogen en doordacht beleid binnen het kader van de kennismaatschappij, bij te dragen tot de realisatie van de reflexieve participatie van burgers in een actieve en democratische welvaartsstaat. Voor de beroepsopleiding, waaronder dus TSO- en BSO-leerlingen, bestaat Leonardo da Vinci. (TSO: technisch secundair onderwijs; BSO: beroepssecundair onderwijs)

Een bezorgdheid die blijft, is de ondervertegenwoordiging van BSO- en sommige TSO-leerlingen.

Nochtans is een Europese ervaring ook voor hen heel belangrijk.  Te meer daar onder meer het socialiseringsonderzoek “Technisch rapport van het jeugdonderzoek België” van de KUL bij 16- en 18-jarigen (TSO en BSO nijverheid) van oktober 2006 aantoont dat deze leerlingen een veeleer gesloten blik op de wereld hebben en de globalisering als een bedreiging ervaren. Vanuit deze situatie kiezen ze dan veeleer voor makkelijke slogans en kortzichtige standpunten.

  • Hoeveel jongeren uit TSO of BSO namen deel aan een programma van Een Leven Lang Leren de voorbije jaren?  
  • Wat doet de minister, en de vzw EPOS, om TSO- en BSO-leerlingen heel specifiek warm te maken voor deze kansen op een Europese ervaring?  

antwoord

1.   LEONARDO DA VINCI

In het kader van Leonardo da Vinci programma werden de voorbije jaren volgend aantal buitenlandse stages voor leerlingen in het TSO en BSO gesubsidieerd:

  • 2006: 416
  • 2007: 516
  • 2008: 573

Voor het jaar 2009 zijn de cijfers nog niet bekend omdat de projecten nog niet geselecteerd werden.

COMENIUS

Naast Leonardo da Vinci, staat ook Comenius (voor het schoolonderwijs en de lerarenopleidingen) open voor het TSO en BSO. Meer zelfs, al jarenlang (dus reeds onder Socrates II) is het TSO/BSO in Vlaanderen een prioritaire doelgroep, zowel bij de promotie als bij de selectie van project-aanvragen.

  • Aangezien het hier gaat om een programma voor scholen, eerder dan voor (individuele) leer-lingen, worden cijfers bijgehouden omtrent deelname van scholen. Uit het “Evaluatierapport over de implementatie en impact van Socrates II in Vlaanderen” is gebleken dat in de periode 2001-2006 ongeveer 20% van de goedgekeurde projecten uitgevoerd werd in het TSO/BSO. In 2007 was dat 23%, in 2008 zelfs 31%.
  • Uit het reeds genoemde evaluatierapport is gebleken dat in 2005 en 2006 jaarlijks ruim 20.000 leerlingen betrokken waren bij Comeniusprojecten. Combineren we dit gegeven met het voorgaande, dan komen we op ongeveer 4.000 leerlingen in het TSO/BSO die jaarlijks betrokken zijn bij Comeniusprojecten.

 

2.   EPOS vzw maakt de scholen (die de projectaanvragen moeten indienen) en de leerkrachten warm om stageprojecten voor hun leerlingen op te zetten via doelgerichte informatiesessies (niet alleen georganiseerd door EPOS vzw, maar ook op vraag van koepels, scholen en scholengroepen) en informatiekanalen zoals de website, de maandelijkse elektronische nieuwsbrief en tal van publica-ties.

Een belangrijk instrument om meer leerlingen uit TSO en BSO op buitenlandse stage te sturen is het verhogen van het beschikbare subsidiebudget. Sinds 2006 zijn de middelen meer dan verdubbeld:

  • 2006: 448.352 €
  • 2007: 663.686 €
  • 2008: 829.974 €
  • 2009: 995.498 €

Binnen deze budgetten wordt ervoor geopteerd om de beursbedragen voldoende hoog te zetten, zodat alle leerlingen, ook die uit minder kapitaalkrachtige middens, aan de stageprojecten kunnen deelnamen.

COMENIUS

  • Gezien de aard van de Comenius-acties, richten promotionele activiteiten zich op scholen, eerder dan tot individuele leerlingen. Op zich is dit geen probleem, zeker omdat recent onderzoek (“Go Strange – onderzoek naar de visie van jongeren op internationale mobiliteit”) in opdracht van JINT uitgewezen heeft dat de school nog steeds gezien wordt als een erg belangrijke bron van informatie rond mogelijkheden voor internationale mobiliteit.
  • Elk jaar worden door en/of in opdracht van EPOS vzw meerdere informatiesessies georganiseerd, specifiek voor de prioritaire Comenius-doelgroepen, zoals het TSO/BSO. Daarnaast werd tot nu toe om de 2 jaar een “contactseminarie” georganiseerd, specifiek voor het TSO/BSO. Op een “contactseminarie” komen vertegenwoordigers van scholen uit verschillende landen samen en krijgen er informatie over Comenius. Ze worden ondersteund bij het vinden van projectpartners en begeleid bij de opmaak van een degelijk projectvoorstel. Deelname aan een contactseminarie is de ideale opstap voor scholen die voor het eerst met Comenius kennismaken. Ook in 2009 wordt een contactseminarie georganiseerd, specifiek voor het TSO/BSO (2-6/12/2009, Alden Biesen).

 

Verdere informatie:

  • in het “evaluatierapport over de implementatie en impact van Socrates II in Vlaanderen” (juni 2007), beschikbaar via www.epos-vlaanderen.be
  • op de website van EPOS vzw: www.epos-vlaanderen.be, voor algemene info over LLP, de subprogramma’s en acties; en voor aanvraagformulieren, overzichten van goedgekeurde projecten, enz.

 

 

2010

Archief 2009

Archief 2008

Archief 2007

 


tekening
Marte Dewitte 8j.

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be