![]() |
||
![]() |
Vraag om uitleg van dhr. Jos De Meyer tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de evolutie van het lerarentekort.Het jaarlijks gepubliceerde Arbeidsmarktrapport van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming waarschuwt al enkele jaren voor een dreigend tekort aan leerkrachten. Een problematiek die reeds verscheidene malen in de commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement werd besproken. Ook het Vlaams regeerakkoord “Een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden” van 15 juli 2009 heeft aandacht voor dit dreigend tekort: “Een belangrijke bedreiging is het zeer ernstig tekort aan leerkrachten dat de komende jaren zal ontstaan. De regering zal met de sector onderzoeken welke maatregelen er kunnen genomen worden om dit tekort tegen te gaan, met bijzondere aandacht voor de problematiek in Brussel. Er zullen initiatieven genomen worden zodat mensen met praktijkervaring vanuit de privésector gemakkelijker kunnen overstappen naar het onderwijs. Hiervoor moeten de nodige middelen worden voorzien.”. De huidige crisis heeft als neveneffect dat de scholen momenteel gemakkelijker sollicitanten vinden: het onderwijs biedt immers een job met een hogere werkzekerheid. Dit is echter een tijdelijk effect. Te vrezen valt dat degenen die kiezen voor het onderwijs uit noodzaak, als tussenoplossing of “voor de zekerheid” de scholen weer zullen verlaten. Eens de economische vooruitzichten verbeteren, zal de aantrekkingskracht van het beroep van leerkracht voor velen opnieuw een stuk lager worden. De start van het nieuwe schooljaar is een goed moment om een evaluatie te maken van het voorbije jaar. 1. Wat is de evolutie van het aantal openstaande vacatures voor leerkrachten in respectievelijk kleuter-, lager en middelbaar onderwijs? Zijn er significante regionale verschillen vast te stellen in de cijfers? Zo ja, welke? 2. Welke zijn op dit moment in het middelbaar onderwijs nog knelpuntvakken? Zijn er significante regionale verschillen vast te stellen? Zo ja, welke? 3. Voor welke vakken in het secundair onderwijs heeft de crisis een “gunstig” effect gehad? 4. Heeft de grotere interesse van werkzoekenden in het onderwijs ook effecten op de inschrijvingen in de lerarenopleidingen en op het aantal aangevraagde LIO-trajecten (Leraar in opleiding)? 5. Welke initiatieven neemt de minister om het komende schooljaar over voldoende en bekwame leerkrachten te blijven beschikken, ook voor kortere interimopdrachten? ANTWOORD
Vraag en aanbod worden met elkaar vergeleken op basis van statistische gegevens uit de VDAB-databanken.
In punt 1 van bijlage 1 vindt u een overzicht van het aantal openstaande vacatures vanaf september 2008 tot en met augustus 2009 voor Vlaanderen. In de maanden januari en maart 2009 is het aantal openstaande vacatures het hoogst in de eerste graad van het secundair onderwijs. In punt 2 van bijlage 1 vindt u de maandelijkse statistieken van augustus 2005 tot en met augustus 2009. Als we september 2008 (begin economische crisis) vergelijken met september 2007 valt op dat het aantal openstaande vacatures fors is gestegen, in alle onderwijsniveaus, maar vooral in het basisonderwijs: Bovendien merken we dat het aantal openstaande vacatures hoger liggen na de economische crisis dan dezelfde periode vorig jaar. De slechte situatie waarin veel bedrijven zich bevinden, zorgt er dus niet voor dat mensen uitkijken naar een job in het onderwijs. Op de site van de VDAB vindt u de exacte cijfers terug: http://arvastat.vdab.be/nwwz/index.htm
Ten slotte wil ik u nog meegeven dat de scholen in het verleden ook geen grote problemen signaleerden in het vinden van vervangingen bij de start van het schooljaar. De tekorten situeren zich immers meestal later op het schooljaar. Dit gegeven wordt ook ondersteund door het arbeidsmarktrapport april 2008: ‘het aantal budget-taire fulltimes (bft’s) voor korte vervangingen is in de loop van het schooljaar aan belangrijke schommelingen onderhevig. De vraag naar invalkrachten was de drie laatste schooljaren het hoogst in de maand mei’.
In de specifieke lerarenopleiding valt al twee jaar een daling waar te nemen. Deze kan verklaard worden door het nieuwe decreet op de lerarenopleiding, dat ingegaan is op 1 september 2007. Hierdoor is de opleiding hervormd en is onder andere de studieomvang verdubbeld: van 30 naar 60 studiepunten (zie bijlage 2). We hebben deze daling verwacht, maar we gaan er wel vanuit dat de keuze voor de LIO veel bewuster gebeurt en er meer afgestudeerden doorstromen naar het onderwijs en ook in het onderwijs blijven. Ook dit zullen we pas over een aantal jaar weten.
Ook de maatregelen met betrekking tot het verbeteren van de cumulatieregeling en het opnieuw in actieve dienst treden die in werking zijn getreden op 1 september 2009 wil ik hier vermelden. Daarnaast kan ik verwijzen naar initiatieven die opgenomen zijn binnen het regeerakkoord 2009-2014: - werken aan de kwaliteit van de instroom in de lerarenopleiding door bijzonder aandacht te besteden aan de oriëntatie op het einde van het secundair onderwijs; Ik zal zelf met het veld praten over deze topics. Zo ga ik o.a. gesprekken voeren in de diverse centrumsteden met alle betrokken partijen. bijlagen
|
|
Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27 |
||