sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Philippe Muyters, Vlaams minister Fianciën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport betreffende de stand van zaken van de open competentiecentra.

De VDAB stelt zijn competentiecentra sinds enkele jaren kosteloos open voor een aantal scholen secundair onderwijs. De Vlaamse Regering stelt in haar regeerakkoord: “We maken werk van open competentiecentra of open opleidingscampussen waarbij diverse Vlaamse opleidingsverstrekkers samen (onder één dak) opleidingen aanbieden.” Andere (hoge)scholen maken ook gebruik van de centra van de VDAB, zij het tegen betaling.

Nochtans wordt deze infrastructuur op die momenten blijkbaar niet anders gebruikt en is het op zich positief dat die door scholen, gesubsidieerd door de Vlaamse overheid, gebruikt kan worden.

a)   Welke criteria en tarieven hanteert de VDAB voor de verhuur van zijn opleidingsinfrastructuur?

b)   Zijn deze gelijk in elke provincie?

c)   Welke opleidingsverstrekkers huren aan welk tarief?

d)   Hoeveel uren wordt verhuurd aan welke groepen?

e)   Wordt rekening gehouden met bijvoorbeeld opleidingen tot knelpuntberoepen?

  • Werd reeds berekend hoeveel een uitbreiding van kosteloos gebruik van de competentiecentra voor opleidingen voor knelpuntberoepen georganiseerd door het hoger onderwijs zou kosten?
  • Hoe wil de minister werk maken van de “open competentiecentra” waar diverse opleidingsverstrekkers samen opleidingen aanbieden, zoals het regeerakkoord stelt?

b)   Met welke partner?

c)   Welke rol is daarbij weggelegd voor de VDAB?

Antwoord

1.     

a De VDAB hanteert geen expliciete criteria bij het verhuren van zijn lokalen. Er wordt echter alleen verhuurd aan organisaties en niet aan particulieren. Als publieke dienstverlener verhuurt VDAB lokalen aan elke organisatie die daar om verzoekt op voorwaarde dat de dienstverlening niet wordt verstoord.

Bij de prijsbepaling voor de duur van opleidingsinfrastructuur houdt de VDAB rekening met:

    • De afschrijvingen van de ter beschikking gestelde lokalen en apparatuur.
    • De duur van de overeenkomst waarbij langere engagementen versus verhuur voor enkele dagen worden, afgewogen.
    • Het dagdeel waarin de lokalen worden gebruikt: voormiddag, namiddag of avond

b    De tarieven die de VDAB hanteert zijn voor elke provincie gelijk en zijn de volgende:

Type lokaal

Euro/ 2 dagdelen

groot lokaal (40 personen)

250,00

middelgroot lokaal (20 personen)

125,00

klein lokaal (10 personen)

50,00

toeslag voor 1 pc met viewer

25,00

pc lokaal (10-12 pc's met viewer)

250,00

een specifiek leeratelier

300,00

c    De VDAB houdt enkel bij welke organisaties lokalen huren. Dit zijn hoofdzakelijk: sectorale vormingsfondsen, sociale partners, publieke organisaties, en private opleidingsverstrekkers. Eén Hoge School huurde voor 10 dagen 2 lokalen in 2008. Scholen die secundair technisch of beroepsonderwijs inrichten huren geen lokalen bij VDAB maar gebruiken ze wel binnen de maatregel waarbij leerlingen van finaliteitsjaren gratis praktijklessen kunnen volgen op de machines van de VDAB competentiecentra.

d    Op jaarbasis verhuurt de VDAB gemiddeld gedurende 600 dagen opleidingslokalen. De VDAB factureert daarvoor gemiddeld 65.000 euro per jaar.

e    De activiteiten die een organisatie inricht in de gehuurde VDAB lokalen, worden niet als criterium getoetst door VDAB. Deze activiteiten kunnen opleidingen zijn maar ook (informatie-) vergaderingen e.d., voor medewerkers of klanten.

      De kernactiviteiten van de organisaties die lokalen huren bij de VDAB zijn arbeidmarkt- en of opleidingsgerelateerd. Bijgevolg is het verhuren van lokalen door VDAB op indirecte wijze gericht op knelpuntberoepen.

  • Deze berekening kan gemaakt worden op basis van de calculaties voor technisch en beroeps-secundair onderwijs. Zowel voor het hoger als secundair onderwijs bepalen het aantal leerlingen en de opleidingsduur de kostprijs.

 

In het BSO ( 6° en 7° jaar) en TSO ( 6° jaar ) samen, zijn er 15.000 leerlingen die een opleiding volgen in een studiegebied waarvoor praktijklessen op machines in de VDAB competentiecentra kunnen georganiseerd worden. Als deze leerlingen elk 72 uur opleiding volgen dan vertegen-woordigt dit 1.080.000 opleidingsuren en kost dit 13 miljoen euro aan VDAB.

Voor het hoger onderwijs kunnen de studenten van de professioneel gerichte bacheloroplei-dingen uit het studiegebied industriële wetenschappen en technologie praktijklessen volgen op de machines van de VDAB competentiecentra.
Deze groep omvat op basis van het aantal inschrijvingen voor het academiejaar 2009-2010 11.700 studenten. In de veronderstelling dat deze studenten eveneens 72u les volgen dan bete-kent dit een volume van 842.000 opleidingsuren en kost dit 10,1 miljoen euro.

Indien de masterstudenten uit de richting industriële wetenschappen worden meegerekend wordt het aantal studenten verhoogd met 7.200 tot 18.900 en stijgt het volume aan opleidingsuren tot 1.360.000 uren en verhogen de kosten tot 16,5 miljoen euro.
Indien enkel voor beide studentengroepen de finaliteitsjaren in rekening worden gebracht dan betekent dit:

  • voor de professionele bachelors: 3000 studenten; 216.000 opleidingsuren;

2,6 miljoen euro kosten

  • voor de masters industriële wetenschappen: 1500 studenten; 108.000 opleidingsuren; 1,3  miljoen euro kosten.

3.      a Om een vraaggericht en flexibel opleidingsaanbod te creëren stipuleert het Vlaams regeer-akkoord:
“We maken werk van open competentiecentra of open opleidingscampussen te organiseren waarbij diverse Vlaamse opleidingsverstrekkers samen (onder één dak) opleidingen aanbieden. Het VDAB- en Syntra-aanbod wordt flexibel uitgewerkt via partnerschappen met onder andere sectorale opleidingsorganisaties en met private opleidingsverstrekkers.”

Concreet betekent dit, zoals ik in mijn “Beleidsnota Werk  2009 – 2014” toelicht, dat de toe-komst ligt in ‘open competentiecentra’ of ‘open opleidingscampussen’, waar diverse Vlaamse publieke opleidingsverstrekkers (zoals VDAB, SYNTRA, Centra voor Basiseducatie,…), maar mogelijk ook andere (private) opleidingsverstrekkers en actoren samen en eventueel onder één dak geïntegreerde of geschakelde opleidingen aanbieden, bv. op het vlak van taal- attitude- en beroepsopleidingen. Deze opleiding wordt, waar nodig, aangevuld met begeleidende activiteiten (leertrajectbegeleiding, competentiescreenings, EVC, …). Dit is niet alleen interessant voor de lerende die zo gemakkelijker trajecten aaneenrijgt, maar ook in functie van een efficiënter en doelmatiger investering in opleidingsprogramma’s.

De achterliggende idee bij het begrip van “open competentiecentra” is: door middel van partner-schappen, synergieën en bundeling van beschikbare middelen en expertise komen tot een flexi-bel en vraaggericht opleidingsaanbod dat inspeelt op de competenties die de arbeidsmarkt van-daag en morgen nodig heeft.

Twee concrete voorbeelden:

  • Het machinepark van de VDAB competentiecentra staat open voor praktijklessen voor leerlingen van de finaliteitsjaren uit het technisch- en beroepsonderwijs.
  • VDAB organiseert samen met de sociale partners op de terreinen van een privaat bedrijf opleidingen tot rigger-monteerder en kraanmachinist.

Deze voorbeelden illustreren dat de VDAB nu al samenwerkingsverbanden met de publieke opleidingsverstrekkers en private organisaties afsluit. Op deze ingeslagen weg moet verder gegaan worden, niet alleen door de VDAB maar ook door SYNTRA (Vlaanderen) en andere publieke opleidingsverstrekkers.

SYNTRA Vlaanderen, op zijn beurt, werkt als draaischijf van een geïntegreerd beleid inzake ondernemersvorming mee aan een performantere opleidingsmarkt via afstemming en afspraken met andere publieke opleidingsverstrekkers. Zo hebben SYNTRA Vlaanderen en VDAB sinds 2 jaar een raamovereenkomst afgesloten die de modaliteiten vastlegt in het kader van het gebruik van elkaars gebouweninfrastructuur en de opleidingsuitrusting. Binnen deze raamovereenkomst sluiten de regionale competentiecentra van VDAB en de SYNTRA overeenkomsten af rond concrete projecten. Deze raamovereenkomst en de optimalisering ervan is een aanzet naar een efficiënt gebruik van met overheidmiddelen gefinancierde uitrusting. De bedoeling is om deze samenwerking verder te optimaliseren en tevens ook de piste te onderzoeken om deze raamovereenkomst uit te breiden naar onderwijs. Ook de participatie van Syntra Vlaanderen binnen het RTC-netwerk biedt kansen om de samenwerking met andere spelers in het veld te versterken. In het RTC-netwerk werken scholen, Syntra Vlaanderen, VDAB, Unizo, VOKA, bedrijfssectoren en ondernemingen samen om een bredere toegang tot hoogtechnologische apparatuur mogelijk te maken.

Naast partnerschappen die gericht zijn op het gemeenschappelijke gebruik van infrastructuur kan er in de open competentiecentra ook samengewerkt worden op het vlak van expertise-uitwisseling. 

Ten slotte ligt in het concept van open competentiecentra ook vervat dat verder gewerkt wordt aan het valoriseren van elders verworven competenties en het uittekenen van trajecten over opleidingsinstellingen heen. Waar er zich opportuniteiten voordoen kunnen die geschakelde trajecten mogelijk onder 1 dak aangeboden worden. 

Bij de verwezenlijking van geïntegreerde of geschakelde opleidingen speelt de kwalificatie-structuur en een kwaliteitsvol EVC-beleid een belangrijke rol.

Ik heb niet onmiddellijk de bedoeling voorschriften uit te vaardigen voor de organisatie van open competentiecentra. Ik wil ruimte laten voor initiatief en creativiteit, maar ik zal samen met mijn collega, Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, de publieke opleidingsverstrekkers aansporen om tot partnerschappen te komen.

b    Open competentiecentra of open opleidingscampussen kunnen door de VDAB georganiseerd worden met elke Vlaamse publieke of private partner die zich inschrijft in de doelstelling om een vraaggericht, flexibel en kwaliteitsvol opleidingsaanbod te creëren en daarbij een concrete inbreng kan leveren. Dit geldt eveneens voor initiatieven vanuit SYNTRA (Vlaanderen).

      De voorbereiding en de realisatie van deze partnerschappen verlopen volgens de regels die de wetgeving op de overheidsopdrachten voorschrijft en desgevallend volgens het decreet betref-fende publiek-private samenwerking en passen binnen de begrotingen van elke publieke instel-ling die participeert.

c    Om zijn decretale opdracht te vervullen heeft de VDAB er strategisch voor gekozen om samen-werkingsverbanden af te sluiten. Ik ondersteun deze keuze want daardoor kan de VDAB zijn op-dracht kostenefficiënter en wendbaarder uitvoeren. Ik spoor bovendien de VDAB aan om de verschillende samenwerkingsakkoorden die reeds afgesloten zijn met verschillende partners zoals publieke en private opleidingsverstrekkers maar ook met de sectorale Vormingsfondsen te verbreden en tot open competentiecentra of open opleidingscampussen uit te bouwen.

      Daarnaast zal de VDAB zich, ook op weloverwogen wijze en binnen de regels van de wetgeving en begroting, inschrijven in initiatieven tot open competentiecentra die door andere organisaties worden opgezet.

 

 

 


 

2010

2009

2008

2007

 


tekening
Marte Dewitte 8j.

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be