sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Vraag om uitleg van de  heer Jos De Meyer tot  de heer Pascal Smet, Vlaamsminister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de leertijd             

De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer:  Voorzitter, op 8 juli 2008 heeft  het Vlaams Parlement een nieuw decreet  betreffende  het  stelsel  van  Leren  en  Werken  binnen  de  Vlaamse  Gemeenschap aangenomen. Het stelsel van Leren en Werken heeft betrekking op de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs, de centra voor deeltijdse vorming en de centra voor vorming van zelfstandigen  en  kleine  en  middelgrote  ondernemingen,  de  zogenaamde  leertijd  binnen SYNTRA Vlaanderen. De drie systemen beschikken grosso modo over een eigen organisatie en een eigen omkadering. SYNTRA  moet voor de component ‘leren’ aan  de eindtermen voldoen en moet zich ook aan de onderwijsinspectie onderwerpen.

Hoewel de drie vormen  van Leren en Werken hun eigenheid behouden,  hebben ze een gelijkaardige opzet. Het voltijds engagement moet, met behoud van de meersporigheid, voor zo  veel   mogelijk  jongeren  worden  verwezenlijkt.  De  afstemming  tussen  het  deeltijds beroepssecundair onderwijs, de leertijd en de deeltijdse vormingen moet worden vergroot. Er moet een traject op maat van elke jongere  worden aangeboden. Elke jongere  moet  een volwaardige kwalificatie worden aangereikt. Ik heb vernomen dat de problemen van de jongeren in de leertijd toenemen en een steeds grotere inspanning van de lesgevers in de leertijd vragen. Dit zal wellicht ook het geval zijn in de twee andere systemen van Leren en  Werken. SYNTRA beschikt echter niet over de omkadering om de jongeren tijdens de lesdag adequaat op te  vangen. Vergeleken  met de andere  systemen  van  Leren  en  Werken,  blijkt  de  hele  omkadering  en  subsidiëring  veel geringer. Minister, u weet dat ik uw activiteiten met grote belangstelling volg.

Minister Pascal Smet: Mijnheer De Meyer, u volgt toch niet al mijn activiteiten? (Gelach)

De  heer  Jos  De  Meyer:  Minister,  dat  is  gelukkig  niet  het  geval.  Ik  wil  me  tot  uw onderwijsactiviteiten beperken.

Ik weet dat  u ondertussen een bezoek aan het kantoor van SYNTRA in mijn stad hebt gebracht. Ik zal de eerste vraag in mijn tekst dan ook aanpassen.Hoe evalueert u dit hopelijk interessante werkbezoek? Welke initiatieven zult u nemen om ervoor te zorgen dat jongeren in de leertijd op een gepaste begeleiding kunnen rekenen? Acht u het wenselijk het spanningsveld in de financiering en de omkadering van de verschillende systemen  van  Leren  en  Werken  te  laten  afnemen?  Ik  stel  deze  laatste  vraag  bijzonder voorzichtig. Ik wil immers rekening houden met de financiële context.

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn: Voorzitter, ik wil de  vraag om uitleg van de heer  De Meyer ondersteunen. Met betrekking tot een aantal thema’s steunen we elkaar altijd. (Opmerkingen) Op onderwijsvlak is dit zeker het geval.De fundamentele vraag heeft betrekking op een probleem dat we al lang kennen. We weten dat het  deeltijds    beroepssecundair    onderwijs    heel   anders   dan   het   leercontract   is georganiseerd. De structurele omkadering is helemaal niet zo uitgebouwd. In de praktijk merken  we  echter  dat  de  doelgroep  steeds  moeilijker  wordt.  Ik  kan  getuigen  dat  alle deelnemers het hierover eens zijn. De betrokkenen hadden vroeger meer het gevoel dat ze die ene dag  met de klassieke patroons en opleidingsverstrekkers  op een professionele wijze konden  organiseren.  De  doelgroep  is  verzwaard.  Om  een  pedagogisch  project  op  een verantwoorde wijze te kunnen uitbouwen, is er nood aan meer omkadering.

Ik onderschrijf de vraag van de heer De Meyer. Ik wil even verwijzen naar  een concreet voorbeeld. In Gent beschikt SYNTRA blijkbaar slechts over anderhalve coördinator voor 450 jongeren. Die spanning is groot.

Ik zou ook een bijkomende vraag willen stellen. Binnen Leren en Werken vormt de leertijd de meest succesvolle optie. De kans op tewerkstelling is bijzonder groot. Meer dan 90 percent vindt na het afstuderen werk. Tegelijkertijd blijkt de instroom de laatste decennia te dalen. Het nieuwe decreet is onder meer bedoeld om hier een kentering in te brengen. We willen ervoor zorgen dat meer jongeren, en zeker de jongeren die hier het geschiktst voor zijn, voor de leertijd kiezen.

Misschien kan de minister bevestigen dat uit de eerste cijfers geen kentering blijkt. Er is nog steeds een daling van het aantal inschrijvingen. Ik heb dit punt tijdens de bespreking van de beleidsnota trouwens al eens ter sprake gebracht.

Ik zou de minister willen oproepen om ervoor te zorgen dat op een goede manier kan worden lesgegeven en dat over  die richting voldoende wordt gecommuniceerd. De  minister zou initiatieven moeten nemen om hier een succesverhaal van te maken. Het gaat dan zowel om de uitstroom als om de instroom. Graag zou ik vernemen of hij op dit vlak plannen heeft.

De voorzitter: Mevrouw De Knop heeft het woord.

Mevrouw Irina De Knop: Voorzitter, ik zou graag een  aanvullende vraag stellen. Het nieuwe decreet heeft ertoe geleid dat de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en de centra voor deeltijdse vorming op eenzelfde niveau komen te staan. Ze worden op dezelfde manier gefinancierd. Dat  was vroeger  niet het geval. Ik herinner  me dat de centra voor deeltijdse vorming zich in een aantal gebieden nog aan de nieuwe situatie moesten aanpassen. Ze moesten zich aanpassen aan het feit dat ze een onderwijsinstelling zijn geworden. Ik vraag

me af of de minister al over een eerste evaluatie beschikt. Hoe verloopt de werking nu? Ik stel die vraag voor de hele leertijd, maar in het bijzonder voor de centra voor deeltijdse vorming. De voorzitter: Minister Smet heeft het woord.

Minister   Pascal   Smet:   Voorzitter,   de   kenmerken   van   de   jongerenpopulatie   in   de leeftijdscategorie tussen 15 jaar en 25 jaar zijn geëvolueerd en vergen een steeds specifiekere en meer geïndividualiseerde aanpak. Dit geldt ook voor de leertijd. Enerzijds zitten we met de inzet van een patroon. Hij staat in voor de opleiding en de begeleiding van de jongeren. Doorgaans   beslaat   dit   4   dagen   van   het   voltijds   engagement.   Anderzijds   is   er   de leertrajectbegeleider, die voor de leerjongeren en de patroon de eerste contactpersoon vormt. Daarnaast spelen de coördinator leertijd en de lesgevers in het centrum een vooraanstaande rol.

Het aantal leerovereenkomsten kent de voorbije jaren een dalende trend. Deze daling, die de organisatie van de leertijd bemoeilijkt, heeft  een aantal oorzaken. Enkele daarvan zijn de opkomst van het deeltijds onderwijs, de uiteenlopende vergoedingen voor jongeren en de hieraan verbonden kosten voor de patroons en vooral het imagoprobleem van de leertijd. Dit imago is nog steeds negatief. Het getuigschrift leertijd heeft geen civiel effect. Er is geen mogelijkheid om  studiebewijzen van het onderwijs te krijgen.  Er is geen gelijkwaardige attestering en validering van het werkplekleren. Al  sinds de verlenging van de leerplicht vormen de verschillende onderwijsrichtingen communicerende vaten. Het gaat van algemeen secundair onderwijs naar technisch secundair onderwijs, kunstsecundair onderwijs, deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd. Oorspronkelijk viel de leertijd buiten de leerplicht. De  leertijd  is  minder  bekend.  In  de  perceptie  van  vele  mensen  behoort  dit  niet  tot  het onderwijsbeleid.

Daarnaast beïnvloeden een aantal sectoren de aantallen. Bepaalde sectoren, zoals de kappers, werken al van oudsher met het leertijdsysteem. Bepaalde beroepen gaan achteruit, zoals de knelpuntberoepen, de slagers, de bakkers en de horeca. Bepaalde oude beroepen, onder meer in  de  textiel-  en  modesectoren,  zijn  niet  modern.  In  de   bouwsector  is  een  eigen opleidingssysteem ontwikkeld. Voor de grafische  sector zijn bepalingen in een collectieve arbeidsovereenkomst opgenomen.

Er zijn verschillende redenen en verklaringen voor de daling. Het decreet betreffende Leren en Werken biedt jongeren uit de leertijd de  mogelijkheid een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, de derde graad van het secundair onderwijs en eventueel een diploma te behalen.  Dit is nog niet tot  de perceptie van  de  mensen doorgedrongen. Daarom  wil  ik  samen  met  SYNTRA  Vlaanderen  deze  troeven  uitspelen  om  ouders  en jongeren beter te informeren maar ook te stimuleren om een positieve keuze te maken voor de leertijd, als een volwaardig traject om een beroep aan te leren en met de  mogelijkheid om nadien verder te studeren.

SYNTRA Vlaanderen ontwikkelde vorig jaar een nieuw strategisch plan, dat in 2010 wordt ingepast in een globale hernieuwde strategie van SYNTRA  Vlaanderen en SYNTRA. De relance van de leertijd krijgt daarbij een belangrijke plaats. Het gaat in de eerste plaats om de verhoging van de instroom, het  communiceren  van de nieuwe diplomamogelijkheden,  het verbeteren   van   de samenwerking   met   toeleidingspartners,   het   verder   verruimen   en vernieuwen  van  het aanbod,  alsook  het  permanent  oog  hebben  voor  de  kwaliteit  via competentieontwikkeling van   de   actoren   en   de   vernieuwing   en   optimalisatie   van programma’s zowel voor de lessen als voor wat betreft de opleiding bij de patroon. Hiervoor wordt intens samengewerkt  met beroepssectoren,  mede ook om de integratie  en opvolging van het opleidingsluik bij de patroon en bij SYNTRA nog verder te optimaliseren. Op  22  januari  2010  heb  ik  een  eerste  onderhoud  gehad  met  de  directie  van  SYNTRA Vlaanderen.  Daarnaast ben ik onlangs ook in Sint-Niklaas geweest. SYNTRA Vlaanderen heeft op deze bijeenkomst diverse bekommernissen kenbaar gemaakt: over de leertijd, maar

ook over het snijvlak tussen onderwijs en werk, de Vlaamse kwalificatiestructuur, het hoger beroepsonderwijs, het actieplan Ondernemend Onderwijs, NT2 en laaggeletterdheid.

Er vindt vanaf nu een tweemaandelijks overleg plaats vinden tussen de directie van SYNTRA Vlaanderen   en   mijn  kabinet.  Een  eerste  dergelijk  overleg  in  de  nieuwe  formule  zal plaatsvinden op 7 april 2010.

Tijdens de vorige legislatuur werden heel wat initiatieven genomen om de omkadering of het comfort van  de leertijd te verbeteren.  Er werden extra leertrajectbegeleiders aangeworven waardoor het aantal te begeleiden leercontracten per leertrajectbegeleider daalde. Er werd in extra middelen voorzien voor de extra leertijd zodanig dat een aantal klassen beroepskennis konden  worden  gesplitst  en  er  uren  werden  vrijgemaakt  voor  jongeren  met  taal-   en leerproblemen. De effecten van  deze maatregel zijn voelbaar. De jongeren krijgen meer kansen om de leertijd te voleindigen en de basisleerkracht wordt iets minder geconfronteerd met ernstige taal- en leerproblemen.

Wij gaan uiteraard met SYNTRA Vlaanderen verder onderzoeken waar zwakke punten van omkadering zich juist situeren en hoe ze zich verhouden ten aanzien van andere systemen van deeltijds leren.

Ik geef u nog enkele cijfers. In 2000 waren daar 7047 leerlingen, in 2005 waren het er 4242 en in 2009  gaat het om 3744. Dat is  dus een  halvering op  9 jaar tijd. Ik heb de redenen daarnet gegeven. Wij  hopen dat wij door alle wijzigingen  die wij hebben  opgenomen een kentering kunnen tot stand brengen.Het is ook heel belangrijk om te signaleren dat wij dit meenemen naar de hervorming van het secundair onderwijs. Het is heel uitdrukkelijk een aandachtspunt om bijzondere aandacht te besteden aan de leertijd, het deeltijds bijzonder secundair onderwijs en het werkplekleren in de hervorming van het secundair onderwijs. Het is een van de doelstellingen om dit te integreren. Wij vinden dit belangrijk, in het bijzonder voor de kinderen die niet leermoe maar wel schoolmoe zijn. Wij willen dat nog meer structureel verankeren.

Op korte termijn zullen we nog meer communiceren en uitleg geven omdat er op het veld, bij de mensen, daarover toch nog een verkeerde perceptie bestaat.

De voorzitter: De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer: Wij hebben van de minister van Onderwijs een positief antwoord gekregen. Leertijd is hoe dan ook  binnen Onderwijs veelal een buitenbeentje dat vergeten wordt. Minister, de activiteiten die u op dit vlak al  aan de dag hebt gelegd, wijzen op uw belangstelling voor deze ruime problematiek.

De inspanningen die u wilt doen op het vlak van imagovorming zijn uitzonderlijk belangrijk. Het onderstrepen van het civiele effect is voor de samenleving uitermate belangrijk.

Als we de verschillende vormen van deeltijds leren bekijken, blijkt dat de kans om achteraf effectief te worden tewerkgesteld het grootst is na het volgen van de leertijd. We mogen bij de imagovorming deze belangrijke troef zeker en vast gebruiken.

Ik blijf wel een beetje op mijn honger zitten met betrekking tot het spanningsveld tussen de financiering en de omkadering. Ik heb alle begrip voor de financiële situatie waarin wij ons bevinden  en  ik  vraag  ook  geen  gelijkstelling  met  de  andere  vormen,  maar  het  huidige spanningsveld  vind  ik   onrechtvaardig  groot   en  kan  op  termijn  niet  langer  worden verantwoord. Hier moet hoe dan ook stapsgewijze een inhaalbeweging gebeuren. Anders gaat deze kwaliteitsvolle opleidingsvorm er meer en meer onder leiden. Dat kunnen wij ons niet veroorloven.

De   heer   Boudewijn   Bouckaert:   Mijnheer   De   Meyer,   in   welke   zin   vindt   u   dat onrechtvaardig?

De  heer  Jos  De  Meyer:  Ik  heb  de  cijfers  gehoord  en  gelezen.  Het  spanningsveld  van omkadering en financiering verschilt in die mate van de andere vormen van deeltijds leren dat dit niet kan worden verantwoord. Het gaat om een verhouding van een op zeven of een op acht. Ik pleit niet voor een identieke behandeling  maar een verhouding van  dat niveau is onverantwoord groot.

De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn: Minister, bedankt voor uw positieve reactie. Ik ben heel blij dat het relanceplan met SYNTRA nu al, dit schooljaar, concreet wordt. Voor wanneer plant u die communicatie? Komt die er heel snel of na de vakantie, in augustus of zo?

U hebt een  aantal concrete  oorzaken van  het  mindere inschrijvingscijfer voor de leertijd gegeven. Voor twee ervan kan een niet zo dure oplossing worden gevonden. U zei impliciet dat de financiering van de leertijd zich baseert op de inschrijvingscijfers  van twee jaar geleden. In het gewone onderwijs gebruikt men daarvoor de cijfers van het vorige schooljaar. Maar ik zie dat dit een voordeel is – dus schrappen we dit maar.

Ik  dacht  dat  het  de  bedoeling  was  van  het  decreet  Leren  en  Werken  om  regionale overlegplatformen (ROP’s) op te richten. Ik had begrepen dat die ROP’s de mensen van de leertijd, de deeltijdse vorming en het deeltijds onderwijs samen zou brengen om bijvoorbeeld discriminatie in de vergoedingen aan te pakken. De jongere van vijftien die  moet kiezen tussen een richting in het TBSO waar ze een grote vergoeding krijgen – dat is bij ons het geval in de textiel – en een patroon die een minimale vergoeding geeft, kiest niet op basis van zijn talenten maar op basis van de vergoeding. Ik dacht dat daar een afstemming zou komen op het niveau van de ROP’s. Loopt dat niet zo? Misschien kunt u daar later een antwoord op geven.

Wat betreft de verhouding tussen leertijd en onderwijs is het natuurlijk belangrijk dat wij hen vanuit Onderwijs ten volle waarderen, ook financieel, maar anderzijds wil ik hier toch wel even de bedenking maken dat men in de leertijd zelf ook wel blij is als men een iets andere perceptie heeft. Dat is nu net het aantrekkelijke voor die jongeren en ook voor die ouders: dat je uit het onderwijs kunt stappen en meer in het werkveld kunt staan. U zegt dat u dat zult integreren in de hervorming van het secundair onderwijs. Ik hoop dat we dat eigen karakter en profiel nog kunnen bewaren.

De heer Jos De Meyer: Voorzitter, uw vraagje heeft mij geïnspireerd om zelf ook nog iets te vragen. Het lijkt mij wenselijk en nuttig dat de leden van deze commissie eens een overzicht krijgen van de omkadering en financiering van de verschillende vormen van deeltijds leren. Maar ik begrijp dat  dit  niet onmiddellijk kan bezorgd worden.  De  minister  kan ons het antwoord mogelijk via het secretariaat bezorgen.

De voorzitter: Mevrouw De Knop heeft het woord.

Mevrouw Irina De Knop: Ik sluit mij daarbij aan. Ik zat net hetzelfde te bedenken. Het zou ook interessant zijn om eens die vergoedingen van de bedrijven te kennen. Waar liggen de verschillen  tussen  de  verschillende  vormen  van  deeltijds  onderwijs?  Minister,  mocht  u daarover cijfers hebben, dan zou mij dat als commissielid ook bijzonder interesseren. Minister Pascal Smet: Ik zal die cijfers opvragen en bezorgen. Dat van de ROP’s moet ik eens  nakijken.  SYNTRA  Vlaanderen  heeft  een  eigen  communicatieplan  opgesteld.  Zij moeten  het  doen.  Ik  zal  dat  communicatieplan  opvragen,  dan  kunnen  we  u  ook  dat overmaken.

De voorzitter: Het incident is gesloten.

2010

Archief 2009

Archief 2008

Archief 2007

 


tekening
Marte Dewitte 8j.

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be