Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Vlaams Minister van Onderwijs en Vorming, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel betreffende de kostprijs van hoger gekwalificeerden in het basisonderwijs.
In de beleidsnota Onderwijs staat dat de minister zal onderzoeken hoe vakleraren kunnen worden ingezet in het basisonderwijs – vooral in de derde graad – om de overgang naar het secundair onderwijs minder bruusk te maken.
Het kan hier gaan om onderwijzers die ook een academisch diploma hebben, of leerkrachten uit de eerste graad secundair die ook in het basisonderwijs kunnen terechtkomen, of externen. Het lijkt evident dat de betrokkenen naar diploma zullen worden vergoed.
Tijdens de bespreking van de beleidsnota haalde ik twee groepen aan waar het hier waarschijnlijk over gaat en die vandaag een grote meerwaarde zouden kunnen betekenen voor het basisonderwijs. Met name de pedagogen-onderwijzers die onderwijzer blijven maar tegelijk een pedagogische ondersteuning van het schoolbeleid zouden kunnen bieden, en de vakleerkrachten techniek/technologie die als techniekcoach de basisschool op weg zouden kunnen zetten bij de invoering van de sterk vernieuwde eindtermen techniek. Ook leerkrachten Frans zouden een meerwaarde kunnen bieden voor de derde graad baisonderwijs.
1. De vraag rijst hoeveel dit de overheid extra zou kosten.
a) Heeft de minister zicht op het aantal onderwijzers dat nu reeds een master pedagogie of andere relevante diploma’s heeft?
b) Hoeveel leerkrachten secundair onderwijs staan nu reeds in het lager onderwijs? Wie zijn de techniekcoaches in de zogenaamde aquariumscholen van het TOS21-project: gaat het hier om leerkrachten secundair onderwijs?
c) Indien ze allen betaald worden volgens diploma, over hoeveel extra kosten gaat het?
2. Heeft de minister ter zake een projectie gemaakt maken naar alle scholen? Zo ja,
a) Wat is de totale extra kostprijs voor één onderwijzer-pedagoog per basisschool;
b) Wat is de totale extra kostprijs voor één leraar techniek per basisschool;
c) Wat is de totale extra kostprijs voor één leraar Frans per basisschool?
3. Aan welke andere vakleerkrachten wordt gedacht?
4. Op welke manier wordt onderzocht hoe zij ingezet kunnen worden in het basisonderwijs? Wie onderzoekt dit? Wanneer zullen die resultaten beschikbaar zijn
Antwoord
op vraag nr. 245 van 25 februari 2010
van sabine poleyn
1. Het aantrekken en behouden van leerkrachten is voor mij zeker een prioritair thema. De doel-stelling hoger gekwalificeerden inzetten op alle niveaus van het onderwijs, maakt daar deel van uit. Momenteel bereiden mijn administratie en kabinet in een projectgroep een aantal pistes voor rond het inzetten van hoger gekwalificeerden en het daartoe te voeren inzetbaarheidsdebat. Daarbij zullen pro’s en contra’s en randvoorwaarden in kaart gebracht worden. De volksvertegen-woordiger vraagt al naar een aantal zeer concrete, mogelijke maatregelen. In deze fase kan ik daar niet in detail op antwoorden. Ik neem de aangereikte ideeën echter mee in het beleidsproject.
2. Uit de eerste cijfergegevens is af te leiden dat het percentage van personeelsleden in het basis-onderwijs en in de eerste graad van het secundair onderwijs die beschikken over een diploma van ‘ten minste master’, rond de 1,5% schommelt.
3. Wat uw vraag rond het TOS21-project betreft, is het zo dat de pilootscholen zowel interne als externe techniekcoaches kunnen inzetten. De techniekcoaches helpen mee een krachtige leerom-geving uit te bouwen, waarbinnen techniekonderwijs kansen krijgt en leerlingen keuzes kunnen maken. In de pilootscholen (11 basisscholen & 6 secundaire scholen) heeft men één of meer “trek-kers” aangeduid en waar tussen basisscholen en secundaire scholen met een eerste graad samen-werkingsverbanden zijn gesmeed, wordt overleg gepleegd om af te stemmen op de eigen benade-ringswijzen. Er zijn in de 17 pilootscholen een 30-tal interne techniekcoaches aan de slag, die niet extra worden vergoed. Concreet betekent dit dat bv. leraren secundair onderwijs administratief verbonden blijven aan hun secundaire school, maar wel hun expertise rond techniek kunnen inbrengen in de basisschool. De subsidies, zoals bekrachtigd in het protocolakkoord 2008 – 2010, kunnen worden gespendeerd aan de vergoeding van de externe techniekcoaches, de didactische materiaalontwikkeling, de verplaatsingsonkosten en de catering.
|