Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel betreffende cultuurparticipatie bassisscholen en de impact maximumfactuur.
In het decreet van 6 juli 2007 keurde het Vlaams Parlement de maximumfactuur voor het basisonderwijs goed. Op die manier moeten de scholen minder snel bij ouders aankloppen voor allerhande kosten. Er geldt een maximumbedrag voor extra’s die niet noodzakelijk zijn om de ontwikkelingsdoelen of eindtermen na te streven. Zo mag de school aan de ouders per jaar en per leerling maximum 20 euro vragen in het kleuteronderwijs en 60 euro in het lager onderwijs. Voor duurdere extra’s moet de school haar werkingsmiddelen gebruiken. Voor uitstappen in de kleuterklas mag de school geen bijdragen vragen aan de ouders, in het lager onderwijs mag dat maximum 360 euro kosten. Scholen mogen dus minder kosten doorrekenen aan de ouders.
Er werd gevreesd dat de maximumfactuur de participatie van scholen aan cultuureducatieve instellingen of cultuurhuizen met een aanbod voor scholen zou doen dalen. Er zijn ook signalen in die richting.
Dit zou natuurlijk spijtig zijn nu de Vlaamse Regering net de nadruk wil leggen op kunst- en cultuureducatie in het onderwijs.
- Heeft de minister een zicht op de impact van de invoering van de maximumfactuur in het basisonderwijs op de cultuurparticipatie van basisscholen?
- Zo ja, hoe groot is de daling? Zijn er verschillen te maken al naargelang: de regio of provincie, de leeftijd (kleuter- of lager onderwijs), het aanbod dat gedaan wordt (soort organisatie, locatie)?
- Zo niet, op welke manier zal hij de impact meten en evalueren?
- Welke lessen trekt hij hieruit?
- Wordt er een advies voorbereid met betrekking tot de eventuele invoering van een maximumfactuur in het secundair onderwijs?
- Verwacht de minister dat er in het secundair meer kans is dat door een beperking van de factuur de cultuurparticipatie daalt?
- Welke andere initiatieven neemt de minister om cultuurparticipatie op school, in alle onderwijsvormen (ook TSO en BSO) en onderwijsniveaus te stimuleren?
Pascal Smet
Vlaams minister van onderwijs, jeugd, gelijke kansen en brussel
Antwoord
1. Van bij de invoering van de maximumfacturen heeft mijn voorganger opdracht gegeven aan het steunpunt ‘studie- en schoolloopbanen’ om de eendaagse en meerdaagse extramuros activiteiten te monitoren.
M.b.t. de eendaagse activiteiten werd in november 2007, november 2008 en november 2009 door het steunpunt aan 190 directeurs basisonderwijs gevraagd om per leerjaar aan te duiden hoeveel keer een bepaalde activiteit tijdens het voorbije schooljaar heeft plaats gevonden. Concreet werden directies bevraagd over het plaatsvinden van sportactiviteiten (zwemmen binnen school, zwemmen buiten school, sportdag binnen school, sportdag buiten school,…) culturele en educatieve activiteiten (theater- of muziekvoorstelling binnen school, theater- en muziekvoorstelling buiten de school, een museumbezoek,…) en studie-uitstappen en schoolreizen. In november 2008 en november 2009 werd hen eveneens gevraagd hoeveel uitstappen per leerjaar plaats vonden die meer dan één dag duurden en die minstens gedeeltelijk binnen de schooluren doorgingen. Door in kaart te brengen in welke mate de deelname aan deze activiteiten is gewijzigd, krijgen we zicht op de situatie voor en na het invoeren van de maximumfactuur. Het steunpunt zal de resultaten van deze evaluatie in het najaar overmaken. Het is dus nu nog te vroeg om uitspraken te doen over de maximumfactuur.
Momenteel beschik ik dus nog niet over wetenschappelijke gegevens over de evolutie van de deel-name van het aantal schoolkinderen aan culturele activiteiten. Wel bezorgde de Vereniging Vlaamse Cultuur- en gemeenschapscentra me cijfermateriaal op basis van eigen bevragingen in de cultuur-sector. Het lijkt me interessant om - zodra de resultaten van het steunpunt beschikbaar zijn - deze cijfers te vergelijken. Daarom heb ik dit rapport overgemaakt aan de onderwijsadministratie die de beleidsevaluatie over de invoering van de maximumfactuur coördineert.
Toch blijf ik erbij dat scholen door de verhoging van de werkingsmiddelen dezelfde mogelijkheden hebben als voor de invoering van de maximumfacturen. Scholen moeten uiteraard hun aanbod goed evalueren en de middelen die ze ter beschikking hebben zinvol besteden.
Daarnaast was 2009 het eerst volledige jaar dat er gewerkt werd met een maximumfactuur. De scholen krijgen hun middelen in januari en juni van het lopende schooljaar (in concreto betekende dit in januari 2009 en juni 2009 voor het schooljaar 2008 – 2009).
Het zou best kunnen dat de scholen in 2009 nog even de kat uit de boom hebben gekeken om een zicht te hebben op de middelen die ze kregen in de loop van dat schooljaar.
Het was immers de eerste keer dat er middelen werden uitbetaald op basis van het nieuwe financieringsmechanisme, waarbij het voor de scholen toch even afwachten was wat dat nu voor hun concreet zou opleveren.
Er wordt bovendien een ondersteunend beleid gevoerd. Zo is er het flankerend onderwijsbeleid, komt er een nieuwe aanpak van de ‘brede school’ en gratis vervoer wordt voorzien via het project dynamo³ in samenwerking met de lijn. Dit beleid zal ik uiteraard verder ondersteunen en voortzetten.
2. Reeds in de vorige legislatuur werd ervoor geopteerd om geen maximumfactuur in te voeren in het secundair onderwijs. Dit omdat de kostenstructuren in het secundair onderwijs veel te verschillend zijn over onderwijsvormen, studiegebieden en studierichtingen heen. Dit wordt ook ondersteund door wetenschappelijk onderzoek gevoerd door het HIVA. Ik blijf die piste volgen.
In samenwerking met de KBS en de koepels hebben we wel geopteerd voor een sensibiliserende aanpak met als doel om secundaire scholen aan te zetten tot meer kostenbewustzijn. KBS heeft 5 provinciale denk –en doedagen georganiseerd voor schoolteams. Via deze provinciale denk- en doedagen zijn directies, leerkrachten, leerlingbegeleiders, LOP-medewerkers en alle geïnteresseerden uitgenodigd om na te denken over de verschillende dimensies van schoolkostenbeheersing. We voorzien nog een vervolg: de goede praktijkvoorbeelden die hieruit voortgevloeid zijn zullen verder verspreid worden.
3. Zoals gezegd opteer ik niet voor een maximumfactuur in het secundair onderwijs. Wel moeten scho-len steeds waken over de kostprijs van activiteiten en nagaan wat de meerwaarde ervan is voor de leerlingen in kwestie. Dit geldt ook voor cultuurparticipatie – en educatie. Tijdens de denk –en doe-dagen waren er diverse organisaties die scholen wegwijs hebben gemaakt in diverse kanalen om goedkopere en betere schoolactiviteiten te organiseren.
4. In mijn beleidsnota onder de strategische doelstelling “open, veelzijdige en sterke persoonlijkheden vormen’ besteed ik veel aandacht aan meer en betere kunst- en cultuureducatie voor alle leerlingen. Als we kunst- en cultuureducatie echt willen integreren in het leerplichtonderwijs, is er nood aan een doorlopende referentielijn voor geïntegreerde kunst- en cultuureducatie. Daarom zal Vlaanderen deel-nemen aan een vierjarig Nederlands onderzoek op basis waarvan ik, samen met het Vlaamse onderwijsveld, zo’n kader wil uitwerken.
De CANON Cultuurcel ondersteunt de cultuurwerking op school met vele initiatieven. Daarnaast zal de samenwerking met het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media versterkt worden. Scholen die een langetermijnvisie ontwikkelen op kunst- en cultuureducatie kunnen nu gratis met het open-baar vervoer naar honderden Cultuurschakels. Dit beleid wil ik in de toekomst voortzetten.
Philippe Muyters
vlaams minister van financiën, begroting, werk, ruimtelijke ordening en sport
1.De minister van sport heeft geen zicht op de impact van de invoering van de maximumfactuur in het basisonderwijs op de deelname aan of organisatie van sportactiviteiten van basisscholen omdat deze behoren tot de bevoegdheid van de minister van onderwijs.
2-3. Er wordt geen advies voorbereid met betrekking tot de eventuele invoering van een maximum-factuur in het secundair onderwijs.
4. In hoofdzaak met de Stichting Vlaamse Schoolsport werken wij samen bij het realiseren van tal van sportactiviteiten voor de schoolgaande jeugd.
- de ‘Gordel voor Scholen’ ( 5 dagen in Overijse en Tervuren)
- de Vlaamse Veldloopweek (in 277 gemeenten)
- de Sportprikkels (14 evenementen)
- de Avonturentrophy’s (6 events).
- de Vlaamse actie ‘Schoolsport geeft kleur’
- de actie “Brede School met Sportaanbod” (het vroegere Follo-project)
|