sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, betreffende de Leerplichtcontrole van Vlaamse scholieren in het buitenland.

In het jaarverslag 2008 van het AgODi (Agentschap voor Onderwijsdiensten), lezen we dat het agentschap niet voldoende op de hoogte is van de kinderen die in het buitenland verblijven en daar naar school gaan.  Het jaarverslag somt twee mogelijke initiatieven op om dit te verhelpen, met name het beter informeren van ouders over hun plicht dit te melden aan de Vlaamse overheid, en het werken aan een betere uitwisseling van gegevens met onze buurlanden over de inschrijving van kinderen.

Het lijkt vreemd dat deze uitwisseling nog niet gebeurt gezien de sterke contacten binnen de Europese Unie van vandaag. In de strategienota’s van Vlaanderen met Nederland, Frankrijk en Duitsland worden ter zake ook geen initiatieven aangekondigd.

Hierbij rijst de vraag hoe deze problematiek zich verhoudt tot de al dan niet vlotte erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen.  In hetzelfde jaarverslag van AgODi  lezen we dat er in het basisonderwijs jaarlijks zo’n 600 aanvragen zijn tot erkenning van gelijkwaardigheid van  een buitenlands studiebewijs en in het secundair onderwijs zo’n 2500 à 3000.  

Daarom graag volgende vragen over studeren in het buitenland als leerplichtige.

1.a)    Welke aanwijzingen heeft het agentschap om te besluiten dat het onvoldoende op de hoogte is van de kinderen die in het buitenland schoollopen? Heeft men een idee van de grootte-orde?

 b)   Hoeveel kinderen in het buitenland worden wel aangegeven en voldoen aan de leerplicht? In welke landen situeren zij zich vooral?  Evolueert dit in de loop der jaren?

 c)   Hoeveel kinderen in het buitenland krijgen (erkend) huisonderwijs?  Hoe doet men de controle hierop?

2.a)    Hoe gebeurt de informatie aan ouders in het buitenland vandaag? Welke rol speelt de Vlaamse, welke de federale overheid daarbij?

 b)   Hoe wil de minister tegemoet komen aan het voorstel van het agentschap om de ouders beter te informeren?

3.a)    Zijn er nu reeds landen waarmee men makkelijk gegevens uitwisselt over de inschrijving van kinderen?

 b)   Informeren wij zelf alle landen van oorsprong wanneer buitenlandse kinderen in Vlaanderen onderwijs volgen? 

 c)   Met welke landen hebben wij geen afspraken hierover?
d)   Hoe wil de minister dit aanpakken?  Ziet hij hiervoor een kans dit aan te kaarten tijdens het voorzitterschap van de Europese Unie?

4. Het tweede voorstel van het agentschap slaat enkel op de buurlanden. Nochtans zijn er heel wat  Vlamingen die bijvoorbeeld omwille van het werk in de rest van de wereld verblijven. Hoe wil de minister daar zorgen voor een betere opvolging van de leerplicht?

5.a)    Hoe verloopt de procedure voor de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen in het leerplichtonderwijs?  Loopt dit via Naric?

 b)   Hoeveel van de vernoemde aanvragen kregen een positief antwoord?

 c)   Uit welke landen of studierichtingen wordt de gelijkwaardigheid makkelijk erkend?  Met welke landen of studierichtingen is dit niet zo? 

 d)   Wat ligt hiervoor aan de basis?  Wordt de betrokken overheid in het buitenland hierover geïnformeerd?

 e)   In welke landen worden de Vlaamse studiebewijzen (basis of secundair onderwijs) meestal vlot erkend? In welke niet? Wat is hiervan de oorzaak?

6.       Maakt de minister voor informatie, contacten of expertise hieromtrent gebruik van instellingen zoals de Nederlandse Taalunie of organisaties zoals Vlamingen in de Wereld?

Antwoord

1.a)   Ieder schooljaar controleert het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) of alle leerplichtige kinderen in Vlaanderen aan de leerplicht voldoen. Deze controle gebeurt in de eerste plaats aan de hand van de databanken van AgODi zelf (o.a. data over leerlingen die in buitenland verblijven). Waar de databanken geen uitsluitsel geven, worden de ouders, de ge-meenten en de parketten bevraagd. Uit de antwoorden blijkt ieder schooljaar dat een aantal leerlingen verblijft in het buitenland zonder dat AgODi daarvan op de hoogte is.

Voor cijfers verwijs ik u naar vraag 1b.

  1. In onderstaande tabel ziet u het aantal leerlingen waarvan AgODi weet dat ze in het buitenland verblijven. Deze informatie is afkomstig uit de antwoorden van ouders, gemeenten en parketten die het agentschap ontvangt in de loop van de procedure controle op de inschrijvingen. In de tabel is ook weergegeven van hoeveel leerlingen het agentschap beschikt over een bewijsstuk waaruit blijkt dat de leerlingen ook ingeschreven zijn in een school in het buitenland.

 

Schooljaar

Bewijsstuk

Basisonderwijs

Secundair onderwijs

2007-2008

Ja

981

785

 

Nee

891

671

 

Totaal

1872

1456

2008-2009

Ja

1053

673

 

Nee

927

759

 

Totaal

1980

1432

De leerlingen verblijven vooral in Israël, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Turkije, Spanje, Nederland, Marokko en Duitsland. Dit is zowel in 2007-2008 als in 2008-2009 het geval.

c)   In 2007-2008 waren er bij AgODi 66 kinderen geregistreerd die een verklaring van huis-onderwijs indienden en verbleven in het buitenland. Het ging om 24 kinderen in het secundair onderwijs en 42 kinderen in het basisonderwijs.
In 2008-2009 waren er bij AgODi 76 kinderen geregistreerd die een verklaring van huis-onderwijs indienden en verbleven in het buitenland. Het ging om 32 kinderen in het secundair onderwijs en 44 kinderen in het basisonderwijs.
Er wordt door de onderwijsinspectie geen controle uitgevoerd gedurende de periode dat het gezin in het buitenland verblijft. Een controle kan georganiseerd worden vanaf het moment dat het gezin terug in België is. Indien er een vermoeden is dat het leerrecht van de leerling in het gedrang is, dan wordt zo vlug mogelijk na terugkomst in België een controle gepland bij het gezin. 

2.a)   Indien een kind ingeschreven is in een buitenlandse school, dan moeten de ouders dit laten weten aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Informatie over deze verplichting is opgenomen in de “Brochure leerrecht leerplicht” en de “Gids voor leerlingen in het secundair onderwijs”.

b)   Het voorstel van AgODi om de ouders beter te informeren bij verblijf in het buitenland zal bekeken worden met de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten vzw (VVSG). De steden en gemeenten zijn immers het eerste aanspreekpunt voor ouders indien deze informatie wensen over de administratieve verplichtingen bij een verblijf in het buitenland.

3.a)   Momenteel zijn er gesprekken gaande met Nederland in verband met het doorgeven van zorgwekkende dossiers problematische afwezigheden. Het gaat hier om dossiers waarbij leerlingen problematisch afwezig zijn op de school, en de begeleiding vanuit de school en CLB geen verbetering brengt. Deze dossiers kunnen doorgegeven worden aan AgODi. Het agent-schap kan dan een aantal stappen zetten naar de ouders, in samenspraak met school en CLB.
In de toekomst zal ook de gegevensuitwisseling over de inschrijving van leerlingen bekeken worden.

Rond de gegevensuitwisseling met andere landen zijn er nog geen initiatieven opgestart.

b.c)   Bij de kinderen ingeschreven in de gefinancierde en gesubsidieerde scholen van de Vlaamse Gemeenschap zien wij een grote verscheidenheid aan nationaliteiten. In 2007-2008 ging het om 186 verschillende nationaliteiten, in 2008-2009 om 185 nationaliteiten. Dit maakt het praktisch onmogelijk om al deze landen in te lichten over de inschrijvingen in Vlaamse scholen.

d)   Studeren in het buitenland als leerplichtige maakt geen formeel deel uit van het onderwijs-programma tijdens het Belgisch VZP. Het is ook moeilijk dit in een informeel kader aan te kaarten omdat Europa op dat vlak geen bevoegdheid heeft.

4.      In eerste instantie zal de gegevensuitwisseling met de buurlanden onderzocht worden. Momen-teel zijn er nog geen plannen om de gegevensuitwisseling met andere landen te regelen.

5 a)   De procedure voor de erkenning van de gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen in het leerplichtonderwijs loopt via NARIC.

Concrete informatie over de procedure is terug te vinden op de website van de Vlaamse overheid: http://www.ond.vlaanderen.be/naric/

b)   Voor de leerplichtigen in het secundair onderwijs wordt telkens een gelijkwaardigheid verleend met een vergelijkbaar leerjaar, zodat de minderjarige kan instromen in het secundair onderwijs.

        Voor de leerplichtigen in het basisonderwijs zijn er twee scenario’s mogelijk.

        De leerling heeft niet alle jaren van het basisonderwijs doorlopen in het buitenland. In dit geval bepaalt de school tot welk leerjaar toegang wordt gegeven. De Vlaamse overheid vraagt bij de scholen geen informatie op over de resultaten van deze interne procedure.

        De leerling heeft alle leerjaren van het lager onderwijs doorlopen in het buitenland. In dit geval kan een gelijkwaardigheid met het getuigschrift basisonderwijs worden aangevraagd bij NARIC. De studieduur is hierbij van doorslaggevend belang.

        De gegevens met betrekking tot de procedure basisonderwijs worden sinds 1 december 2009 elektronisch bijgehouden. In de periode december 2009-januari 2010 werden 70 getuigschriften basisonderwijs aangevraagd. Hiervan werden 4 aanvragen negatief beantwoord uit 4 verschil-lende landen. Telkens was het beperkt aantal doorlopen studiejaren doorslaggevend voor het negatief advies.

        Uit de geregistreerde gegevens blijkt niet dat er problemen zijn met bepaalde landen.

c)   zie b)

d)   zie b)

e)   Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming heeft tot op heden geen officiële klachten ontvangen met betrekking to de gelijkwaardigheid van Vlaamse getuigschriften of diploma’s van het leerplichtonderwijs in andere landen.

6.      De Nederlandse Taalunie (NTU) is een beleidsorganisatie waarin wordt samengewerkt op het gebied van het Nederlands. Zij heeft noch de bevoegdheid noch de expertise op het vlak van studeren in het buitenland als leerplicht. Er is geen structureel contact met de organisatie Vlamingen in de wereld.

 

 

2010

Archief 2009

Archief 2008

Archief 2007

 


tekening
Marte Dewitte 8j.

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be