             |
Vraag om uitleg van mevrouw Sabine Poleyn tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de voorbereiding van de nieuwe eindtermen techniek
De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.
Mevrouw Sabine Poleyn: Voorzitter, minister, collega’s, op het einde van de vorige legislatuur hebben we in dit parlement nieuwe eindtermen techniek voor het basisonderwijs en de eerste graad secundair onderwijs goedgekeurd, die ingaan in september 2010. Zij liggen in de lijn van de leerlijn, geformuleerd in TOS21 (“Techniek op school voor de eenentwintigste eeuw”). De bedoeling daarvan is een omslag teweeg te brengen in het lager en het secundair onderwijs en een duidelijkere plaats te geven aan techniek. Technisch talent moet sneller ontdekt worden bij kinderen zodat, indien dat talent er is, de studieoriëntering na het lager onderwijs in een technische richting makkelijker en logischer wordt voor kinderen, ouders en leerkrachten. Technische geletterdheid moet een doelstelling kunnen worden naast andere basisvakken zoals taal en rekenen in het basisonderwijs.De kritische succesfactor voor het berekenen van deze doelstellingen is dat de onderwijzers en de leerkrachten zich thuis voelen in die nieuwe eindtermen, maar dat doen ze vaak niet, zeker niet de onderwijzers. Daarom werden de vorige legislatuur op ons aandringen projecten opgezet met als doel de leerkrachten via een systeem van ‘aquariumscholen’ te motiveren en te vormen in de nieuwe eindtermen en de methoden techniek. Daarnaast werd beloofd dat er sterk ingezet zou worden op techniek als centraal thema in het nascholingsaanbod. Intussen is het februari. September 2010 komt dichtbij. Minister, wat is er dit schooljaar gebeurd en gestart? Wat is er nog bezig en wat staat er op de planning? Ik denk aan de vorming van leerkrachten in opleiding, het stimuleren van samenwerkingsverbanden met bedrijven, eventueel de rol van de regionale technologische centra (RTC’s), het stimuleren van aparte vaklokalen voor techniek, het bundelen en screenen van het educatief aanbod enzovoort.
In het veld wordt gevraagd of deze eindtermen in de tweede en derde graad, die nu vakoverschrijdend zijn, eventueel als apart vak aangeboden kunnen worden. Deze nieuwe leerlijn technologie kan ook belangrijk zijn voor de vernieuwing van de structuur van het secundair onderwijs.
Minister, wat is de stand van zaken van de voorbereiding van de nieuwe eindtermen techniek, die in september ingaan? Hoeveel scholen werden bij het project van de aquariumscholen betrokken? Over welke scholen gaat het? Ik hoor dat het vooral basisscholen zijn, weinig secundaire scholen en zeker geen aso-scholen. Dat is spijtig.Men is al een tijd bezig. Hoe worden de projecten geëvalueerd? Hebben zij een impact? Kunnen ze in die proefscholen de eindtermen zoals bedoeld realiseren? Hoeveel leerkrachten worden er bereikt? De bedoeling van die aquariumscholen was dat je kon komen kijken naar de vissen. Ze moesten een voorbeeldschool worden voor andere scholen in de brede regio. Lukt dat? Slagen ze erin om hun ervaring te vertalen naar andere scholen? Welk bedrag is eraan besteed? Voor 2010 is me, met de besparingsronde, niet zo duidelijk welk bedrag voorzien was. Heeft men alles verder kunnen betalen? Voor dit project was het engagement van het wetenschapsbeleid gegarandeerd. Ik weet niet of dat dit jaar nog is.
In de besteding door de aquariumscholen was er een voorwaarde dat 30 percent naar het praktische materiaal mocht gaan en 70 percent onder andere moest gaan naar het inkopen van coaches uit allerlei onderzoeksinstellingen. Dat was de insteek wetenschapsbeleid. Ik hoor dat het in de praktijk moeilijk is om die verhouding 30/70 te bewaren, omdat het moeilijk is om goede coaches te vinden, terwijl er voor het ontwikkelen van een technotheek meer nodig is dan 30 percent van het bedrag.
Welke andere initiatieven neemt u dit schooljaar nog, minister, om de onderwijzers en de scholen te helpen bij de voorbereiding van de eindtermen techniek? Drie factoren zijn belangrijk om de scholen klaar te maken voor de nieuwe eindtermen. De eerste is basisinfrastructuur. De overgrote meerderheid van de scholen zit niet in het project. Ze kunnen wel eens naar het aquarium gaan kijken, maar ze hebben geen extra middelen gekregen. Hebt u initiatieven genomen om hen te ondersteunen? Een minimum aan materiaal en een minimaal uitgeruste techniekklas zijn toch voorwaarden om op een goede manier de eindtermen te kunnen realiseren.
– Mevrouw Kathleen Helsen, ondervoorzitter, treedt als waarnemend voorzitter op.
Een tweede factor is de vorming van de leerkrachten. Alles wat we kunnen doen om dat te stimuleren, moeten we blijven doen, ook na september. Gebeurt er iets in de lerarenopleiding? Ten derde: in dit project waren er techniekcoaches voorzien. Dat is een interessant concept. Bij de bespreking van de beleidsnota heb ik u er al op gewezen dat hier en daar leerkrachten uit het secundair de rol van coach spelen voor het lager onderwijs. Het moet een proefproject worden waarbij de lagere scholen gestimuleerd en begeleid worden bij het ontwikkelen van een beleid voor die eindtermen.
De hervorming van het secundair onderwijs staat op de agenda, ‘de nieuwe blauwdruk’ noemden we het de vorige legislatuur. In uw beleidsnota staat dat u in de tweede en derde graad secundair de nieuwe eindtermen techniek ook wilt implementeren. Hoe wilt u dat doen? Welke stappen zijn er al gezet?
De voorzitter: De heer Mahassine heeft het woord.
De heer Chokri Mahassine: Voorzitter, minister, collega’s, ik sluit me graag aan bij de terechte vraag van mevrouw Poleyn. Ook tijdens de vorige legislatuur heb ik al vragen gesteld over de technische geletterdheid van leraren. Samen met mevrouw Poleyn heb ik heel wat initiatieven achter de rug om die ook in de praktijk om te zetten. Ik ben het probleem ook goed blijven opvolgen op het terrein. Ik heb regelmatig contact met de aquariumscholen in Limburg en ook met de coaches. Het gaat volgens mij om een heel belangrijk project. Zeker in deze tijden van economische crisis is technische geschooldheid wellicht een enorme troef op de arbeidsmarkt.Minister, vanuit het werkveld ontvang ik verontrustende signalen. Ik moet u ook zeggen dat dat me zorgen baart. Al verscheidene jaren zijn we bezig om techniek op school te stimuleren. Tot nog toe liep het traject voortreffelijk. We hebben techniek in de eindtermen gezet. Op 1 september 2010 treden ze in werking. TOS21, “Techniek op school voor de eenentwintigste eeuw”, is opgestart in twintig scholen in elke provincie verspreid over Vlaanderen om te kijken hoe de eindtermen in de praktijk kunnen worden uitgevoerd. Het is dan ook de bedoeling dat andere scholen daarvan kunnen leren. Binnen zeven maanden moet elke school klaar zijn. En dat is heel dichtbij.Momenteel heb ik de indruk dat op het terrein de projecten een stille dood dreigen te sterven. Het is net de bedoeling dat ze aanstekelijk werken voor de andere scholen. Er is een dringende nood aan de ondersteuning van de leraren, aan het volledige schoolteam. Ik vraag me zelfs af of ze op de hoogte zijn van de start van de eindtermen op 1 september 2010. We zullen in veel scholen aan de basis moeten beginnen en leerkrachten informeren dat de eindtermen techniek bestaan en dat ze technische geletterdheid zouden moeten aanleren. Minister, welke inspanning plant u? Hebt u daarvoor middelen uitgetrokken? Hopelijk worden de eindtermen niet het slachtoffer van de besparingen. Ik denk dat we verschillende pistes kunnen bewandelen. We zullen schoolteams moeten coachen bij het uitwerken van de activiteiten om technische geletterdheid te bevorderen of om leerlijnen techniek te ontwikkelen. Op welke manier wordt de lerarenopleiding daar eventueel bij betrokken? Een andere manier is leerkrachten van het schoolteam opleiden tot techniekcoördinatoren, tot een aanspreekpunt inzake techniek. Hij of zij kan de leerkracht coachen, de implementatie van de eindtermen bewaken en inhoudelijke ondersteuning bieden. Misschien is het gevaar dan wel dat de techniekcoördinator een techniekleerkracht wordt. Het doel is nochtans om vakoverschrijdend te werken. De techniekcoördinator moet dat ook bewaken.
Minister, we moeten vermijden dat we over enkele jaren van nul moeten beginnen. Het is vijf voor twaalf, zeker op het vlak van informatiedoorstroming naar de scholen en de schoolteams.
De voorzitter: Minister Smet heeft het woord.
Minister Pascal Smet: Oorspronkelijk had het vierjarige TOS21-project tot doel een referentiekader voor een leerlijn techniek op te stellen voor heel het leerplichtonderwijs. Daarop zouden dan de nieuwe eindtermen geformuleerd worden. Dit project werd in september 2008 met een grote manifestatie afgesloten. De betrokken leerlijn is inmiddels omgezet in nieuwe eindtermen techniek tot en met de eerste graad secundair onderwijs. Het huidige TOS21-vervolgproject bereidt de invoering van de geactualiseerde ontwikkelingsdoelen en eindtermen techniek voor en loopt over twee jaar van september 2008 tot augustus 2010. De opgedane ervaring bij de ontwikkeling van het TOS21-kader wordt uitgebreid door het vergroten van de expertise en de ontwikkeling van praktijkvoorbeelden. Dat gebeurt in zeventien pilootscholen, waarin telkens een techniekcoach aanwezig is. Het project wordt opgevolgd door een coördinator, een dagelijks bestuur en een stuurgroep. In die stuurgroep, die onder leiding staat van ererector Martens, zijn alle betrokken participanten vertegenwoordigd: kabinet, administratie, pedagogische begeleiding, het bedrijfsleven.In het TOS21-vervolgproject zijn dus zeventien pilootscholen betrokken, die verspreid liggen over alle provincies. Die zeventien scholen bereiken ongeveer een honderdtal partnerscholen. Die scholen kunnen bij de invoering van de eindtermen in september 2010 als ‘bakenscholen’ fungeren. Ik heb in de bijlage de lijst van de scholen. Ik zal die aan het verslag laten toevoegen.Er wordt nagegaan welke praktijkvoorbeelden het best beantwoorden aan de doelstellingen van het vervolgproject. Deze zullen bij de invoering van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen techniek in september 2010 verspreid worden. Bovendien zal de stuurgroep in zijn eindrapport van 31 augustus 2010 aanbevelingen formuleren aan mij en minister Lieten op basis van de ervaringen in de pilootscholen. Zoals dat het geval is bij andere eindtermen en ontwikkelingsdoelen, zullen de scholen vanaf september 2010 werken met de goedgekeurde leerplannen voor techniek.
Elke pilootschool ontving 11.000 euro voor het schooljaar 2008-2009 en 11.000 euro voor het schooljaar 2009-2010. De manier waarop deze subsidie besteed mag worden, staat omschreven in een protocol van samenwerking en in de projectbeschrijving goedgekeurd op
12 december 2008. Voor het begrotingsjaar 2009 worden door beide beleidsdomeinen, Onderwijs en Economie, Wetenschap en Innovatie, die het project subsidiëren, in volgende subsidies voorzien: 198.000 euro door het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie, en 88.000 euro door het beleidsdomein Onderwijs.In het kader van de nascholing op initiatief van de Vlaamse Regering werd voor het schooljaar 2009-2010 ook het thema techniek naar voren geschoven. Het is de bedoeling dat de leerkrachten van het basisonderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs kennis verwerven over de achterliggende visie van de geactualiseerde eindtermen en ontwikkelingsdoelen, maar dat ze uiteraard ook kennis nemen van de nieuwe eindtermen en ontwikkelingsdoelen zelf. Zeven nascholingsprojecten werden geselecteerd en vijf ervan zijn op dit moment reeds volzet.
In dat verband wil ik toch benadrukken, mevrouw Poleyn, dat het begeleiden en ondersteunen van leerkrachten en scholen in de eerste plaats een taak is van de pedagogische begeleiding. Zoals u in mijn beleidsnota hebt kunnen lezen, ben ik van mening dat niet alleen eindtermen voor techniek, maar ook voor natuurwetenschappen en ICT in de tweede en derde graad secundair onderwijs de basis moeten vormen voor technische en wetenschappelijke geletterdheid. Het versterken van dat technologisch wetenschappelijke drieluik is belangrijk voor de basisvorming van alle jongeren.
Nieuwe en geactualiseerde eindtermen moeten ook helpen om techniek en wetenschap aantrekkelijk te maken, zodat meer jongeren – en vooral meer meisjes – kiezen voor de exacte en toegepaste wetenschappen. De basis daarvoor is gelegd in het lager onderwijs en in de eerste graad. In september 2007 zijn vakoverschrijdende eindtermen ICT ingevoerd. Vanaf september 2010 zijn de geactualiseerde eindtermen voor techniek en natuurwetenschap van kracht.De situatie in de tweede en derde graad is wat complexer. Er zijn daar alleen vakoverschrijdende eindtermen technisch-technologische vorming voor het aso ingevoerd. Omdat ik nu de binding tussen natuurwetenschappen, technisch-technologische vorming en ICT wil bevorderen in de zin van het vermelde drieluik, wil ik daar nog wat tijd voor uittrekken. U zult begrijpen dat ik, gezien deze situatie, niet zomaar kan overgaan tot het formuleren van eindtermen techniek van de tweede en derde graad op basis van het TOS21- referentiekader. Ik wil eerst een discussie ten gronde voeren over de basisvorming in de tweede en derde graad, met name over de positie en de onderlinge verhouding van techniek, natuurwetenschappen en ICT in die basisvorming. Dat debat zal plaatsvinden binnen of parallel met het debat over de hervorming van het secundair onderwijs.Tot slot geef ik u nog de verhouding van de scholen van die 17 pilootprojecten mee: 11 in het basisonderwijs, 6 in het secundair onderwijs. De verhouding aso-tso kan ik u niet onmiddellijk geven.
De voorzitter: Mevrouw Poleyn heeft het woord.
Mevrouw Sabine Poleyn: Ik dank de minister voor zijn antwoord. Ik dank ook de heer Mahassine, partner in crime vanaf de eerste keer dat we dit thema hebben aangekaart in deze commissie, voor zijn ondersteuning.
In een aantal aquariumscholen draait het inderdaad zeer goed, maar de vertaling naar een brede golf in alle scholen is er helemaal niet. U hebt het over 17 pilootscholen, minister, die 100 partnerscholen bereiken. Wie zijn die partnerscholen? Is dat gewoon de scholengemeenschap? Ik ben zelf naar een aantal openaquariumdagen geweest – Aquadagen worden die genoemd – en daar was heel weinig respons vanuit de andere scholen, die niet betrokken waren bij het project. Het zijn dus telkens dezelfde mensen onder elkaar, die al overtuigd zijn, terwijl je net de nieuwe mensen zou moeten kunnen bereiken, de onderwijzers die dat niet zien zitten, en bij wie de kans groot is dat ze wel een praktisch lesje zullen integreren in hun lessen, zoals men vroeger al deed, maar die in september of de loop van het schooljaar niet de omschakeling naar technische geletterdheid zullen maken.
Als ik het goed begrijp, zijn de middelen die dit jaar nog lopen, allemaal nog ingeschreven op de vorige begroting. U hebt alleen gesproken over 2009, en niet over 2010. Dat betekent dat er niets is uitgetrokken om bijvoorbeeld iets te doen met de suggesties die uit het eindrapport in augustus kunnen komen. Of zijn daar nog marges voor? U hebt niet geantwoord op mijn opmerking over de signalen die ik krijg vanuit het veld dat de 30 percent-70 percentbesteding die men moet doen, heel moeilijk haalbaar is. U zegt dat de pedagogische begeleidingsdiensten die taak hebben. Ik vind dat ook. Ik heb dat al bij het begin van dit project gezegd, maar omdat EWI al betrokken was, vereiste EWI dat het externe coaches waren, dus niet de pedagogische begeleiders van de netten, maar externen, bijvoorbeeld van allerlei onderzoeksinstellingen in Vlaanderen, die hun kennis ter beschikking moesten stellen van de lagere scholen. Dat is niet evident, want die mensen hebben geen didactisch diploma en hebben vaak geen contact met het onderwijs. Het was niet evident om dat dan te vertalen in didactische modellen.
Twee keer 11.000 euro is fantastisch voor de scholen, maar een gewone school kan nooit zo’n techniekklas en zo’n beleid ontwikkelen zonder die middelen. Ik pleit er niet voor om die voor iedereen ter beschikking te stellen. Bij het begin van het project had ik al gedacht dat het niet goed was om al die middelen te concentreren in een aantal scholen, maar ik verwacht dit schooljaar toch meer van u. Het kost misschien niet zo veel geld, maar met een nieuwe beweging in het lager onderwijs van nieuwe eindtermen kunt u veel meer doen dan met een hele nieuwe structuur van het secundair onderwijs. Neem de kans die er nu is, mee naar alle fora waar u komt, om daar op die manier wat meer aandacht aan te schenken.
Ik heb nog één bedenking over de nieuwe structuur van het secundair onderwijs. We moeten inderdaad een beetje wachten tot het debat bezig is om te zien welke plaats techniek daar kan krijgen, maar ik hoor dat er in die scholen in de praktijk een verschil is tussen techniek en wetenschap, en dat leerkrachten in het secundair onderwijs met een aso-achtergrond heel vaak die verwarring maken. Als ze te horen krijgen dat ze iets moeten doen rond techniek, vertalen ze dat heel snel in werken rond wetenschappen. Blijkbaar verdwijnt wat met techniek wordt bedoeld, daar redelijk spontaan. Ik heb zelf zo’n achtergrond, dus ik ben ook geen specialist. Het is goed om dat onderscheid bij de nieuwe eindtermen voldoende duidelijk te blijven maken. Ik ben het er zeker mee eens dat zowel wetenschap als techniek een rol in de basisvorming moet spelen.De voorzitter: De heer Mahassine heeft het woord. De heer Chokri Mahassine: Ik wil een quote van Margaret Mead meegeven: “Never underestimate the power of a small group of committed and dedicated people to change the world. In fact, it’s the only thing that ever has.” We mogen het informeren van de hele onderwijswereld over de visie op technische geletterdheid en de eindtermen voor techniek niet onderschatten. We moeten daar zwaar op inzetten, en ervoor zorgen dat het iets meer wordt dan tot nu toe.De projecten in Limburg worden heel goed verzorgd. Veel scholen komen daarnaartoe, maar vele andere bereiken we niet. We moeten die ook voorbereiden tegen 1 september. Het is vijf voor twaalf. Dit is ontzettend belangrijk. Misschien moeten we de lerarenopleiding basisonderwijs en de pedagogische begeleidingsdienst opdrachten geven om de schoolteams voor te bereiden. Iedereen moet er klaar voor staan.
De voorzitter: Minister Smet heeft het woord.
Minister Pascal Smet: Ik ben het absoluut met u eens dat het zeer belangrijk is. U hebt dat al gemerkt, ook in mijn beleidsnota. Het gaat niet alleen om de invoering van de eindtermen techniek op 1 september 2010. Er zullen dan nog heel wat andere ontwikkelingsdoelen en eindtermen in werking treden. Dat is al gecommuniceerd aan de scholen. Er wordt hier gezegd dat ik dat meer moet doen. Mevrouw Poleyn, het verrast me van u dat u vraagt dat de Vlaamse overheid dat aan de scholen zou opleggen. Ik heb van in het begin aangevoeld dat dat niet kan of mag in ons systeem van onderwijs.Er zal zeker nog informatie worden verspreid. In september krijgt iedereen nog bijkomende informatie. Ik ga er ook van uit dat de koepels, de inrichtende machten en de pedagogische begeleidingsdiensten hun scholen ondersteunen. Techniek is misschien een van de belangrijkste, maar er treden voor de komende jaren nog andere eindtermen in werking op 1 september. Er zijn al studiedagen over geweest. We hebben nascholingsprojecten op touw gezet. We vragen daarvoor aandacht in de leerkrachtenopleiding. U weet ook dat de minister daar niet de inhoud van bepaalt. Dat hangt af van de leerplannen; die worden goedgekeurd en dan is het aan de scholen om ze uit te voeren. Dan zullen we nagaan of ze dat ook effectief doen. Zo werkt ons systeem, tenzij u daar wilt van afwijken en alles centraal aan de scholen ter beschikking gaan stellen.
De voorzitter: De heer Mahassine heeft het woord.
De heer Chokri Mahassine: Het gaat niet over centraal of niet centraal. Het gaat erom dat het iets nieuws is. Het is geen uitbreiding of aanpassing van de eindtermen. Wij vinden dat we dat met zorg moeten implementeren.
Mevrouw Sabine Poleyn: Minister, u begrijpt me verkeerd. Het is niet de bedoeling om aan te sturen, we kunnen daar misschien een andere keer verder over praten.
Ik wil nog een concrete suggestie doen. De basisgroep van het project TOS21 bestond uit wel vijftig mensen. Die groep is uiteengevallen bij de huidige, tweede fase van het project. Het zou niet slecht zijn om die opnieuw samen te roepen om de stand van zaken na te gaan en uit te zoeken wat men in het volgende schooljaar kan doen.
Minister Pascal Smet: Ik heb al gezegd dat er een eindrapport komt in augustus 2010. Ik moet dat dus wel eerst kunnen lezen. Het zou misplaatst zijn tegenover de betrokkenen om zonder het rapport te lezen al suggesties te lanceren. Zij gaan op basis van de ervaringen in de pilootscholen aanbevelingen doen. Ik heb die timing niet bepaald, ik heb die ook maar geërfd, en ik moet die respecteren. U kunt van mij niet verwachten dat ik vandaag aankondig wat we nog allemaal gaan doen, zonder de aanbevelingen van de stuurgroep in handen te hebben.
De voorzitter: Het incident is gesloten.
|
2010
Archief 2009
Archief 2008
Archief 2007

Marte Dewitte 8j.
|