Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel betreffende de toekenning van nuttige ervaring aan schooldirecteurs..
De ambten die binnen het secundair onderwijs in aanmerking komen voor de toekenning van nuttige ervaring in functie van bezoldiging, zijn opgenomen in artikel 17 van het bezoldigingsbesluit van 15 april 1958. Artikel 17 benoemt deze ambten:
“§ 1. Voor de titularissen van de in § 2 vermelde ambten komt eveneens de tijd in aanmerking gedurende welke het personeelslid diensten heeft verstrekt als werknemer of als zelfstandige, voor zover die als nuttige ervaring worden erkend.
§ 2. De ambten, bedoeld in § 1 zijn:
1° Leraar belast met praktische en/of technische vakken;
2° Leraar belast met kunstvakken, specialiteiten hedendaagse dans, klassiek ballet, klassieke dans en samenspel;
3° Leraar technische vakken en praktijkleraar in het onderwijs voor sociale promotie of in een centrum voor volwassenenonderwijs;
4° Een van de onderstaande ambten in een instelling waaraan een afdeling voor technisch en/of beroepssecundair onderwijs verbonden is of waar de onderwijsvormen technisch secundair en/of beroepssecundair onderwijs bestaan :
a) coördinator in het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
b) directeur;
c) onderdirecteur of adjunct-directeur;
d) werkplaatsleider of technisch adviseurcoördinator;
e) werkmeester of technisch adviseur;
5° Een van de onderstaande ambten in een instelling met uitsluitend een eerste graad waaraan een technisch georiënteerde basisoptie en/of een beroepsvoorbereidend leerjaar bestaat:
a) directeur;
b) onderdirecteur of adjunct-directeur;
c) werkplaatsleider of technisch adviseurcoördinator;
d) werkmeester of technisch adviseur;
6° Een van de onderstaande ambten in een instelling voor buitengewoon secundair onderwijs, met inbegrip van de instellingen waar uitsluitend de opleidingsvorm 4 wordt georganiseerd met afdelingen voor technisch en/of beroepssecundair onderwijs:
a) directeur;
b) onderdirecteur of adjunct-directeur;
c) werkplaatsleider of technisch adviseurcoördinator;
d) werkmeester of technisch adviseur;
e) leraar beroepsgerichte vorming.”
Dit artikel zegt niets over de situatie van een TSO-schooldirecteur die directeur wordt van een ASO- school. Zij kunnen geen beroep doen op nuttige ervaring. Wellicht zijn er nog andere dergelijke situaties. In 1958 bestonden de scholengemeenschappen bijvoorbeeld nog niet.
De administratie van de minister stelt dat het opentrekken van het honoreren van nuttige ervaring naar alle directies zou worden meegenomen naar besprekingen tussen de minister en de vertegenwoordigers van de inrichtende machten.
- Wat is de stand van zaken van de gesprekken met de vertegenwoordigers van de inrichtende machten hieromtrent?
- Vindt de minister het opportuun om het honoreren van nuttige ervaring naar alle directies open te trekken?
pascal smet
vlaams minister van onderwijs, jeugd, gelijke kansen en brussel
antwoord
op vraag nr. 266 van 10 maart 2010
van sabine poleyn
De kwaliteit van het onderwijs is er ontegensprekelijk bij gebaat om mensen met een brede expertise buiten het onderwijs aan te trekken en op die manier aanvullende competenties in huis te halen. Bijkomende financiële erkenning van die elders verworven ervaring in de geldelijke loopbaan is vooralsnog niet opgenomen in nieuwe regelgeving.
Diensten gepresteerd bij privaatrechterlijke instellingen, die geen onderwijsinstellingen zijn, worden niet in aanmerking genomen voor personeelsleden in het Vlaams onderwijs. Van dit principe wordt tot op heden in algemene zin niet afgeweken, hoewel uitzonderingen mogelijk zijn. Deze regeling wordt consequent toegepast en dient gesitueerd te worden binnen het geheel van rechten (voordelen) en verplichtingen uitgebouwd voor titularissen van het openbaar ambt en het onderwijs.
Binnen de huidige regelgeving is voorzien dat enkel leraren technische en praktische vakken en sommige leden van het bestuurspersoneel zoals bijvoorbeeld directeurs, uit het secundair onderwijs onder bepaalde voorwaarden “nuttige ervaring” voor hun geldelijke anciënniteit kunnen laten meetel-len.
Zoals u kunt lezen in mijn beleidsnota wil ik de overstap voor mensen met praktijkervaring uit de privésector naar het onderwijs vergemakkelijken. De financiële erkenning van die elders verworven ervaring in de geldelijke loopbaan is daarbij uiteraard een belangrijk aandachtspunt.
Niettemin kan ik op de uitvoering hiervan nog niet vooruitlopen, want de gesprekken met de sociale partners daarover moeten nog van start gaan. Bovendien is er eerst komende jaren weinig budgettaire ruimte en zijn er veel vragen. Er zullen dus prioriteiten moeten bepaald worden.
|