sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel betreffende onderwijs en ontwikkelingssamenwerking. (22-04-2010)

In de beleidsnota Onderwijs 2009-2014 verwijst de minister naar het engagement van de Vlaamse Regering om bijkomende inspanningen te leveren door te streven naar de 0,7 %-norm voor ontwikkelingssamenwerking. Hij wil op het vlak van ontwikkelingssamenwerking en onderwijs een beleid ontwikkelen gebaseerd op: “ Vlaamse expertise op het vlak van onderwijs en vorming en projecten rond onderwijsontwikkeling die daarin een meerwaarde kunnen bieden.”

Bij deze interpretatie lijkt een sterkere betrokkenheid tussen onderwijs en het VVOB (Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en technische Bijstand) een evidente keuze. Immers, VVOB vzw is de Vlaamse expert in onderwijsbeleid in het Zuiden en wordt door de Vlaamse Regering mee aangestuurd. Bij de bespreking van de beleidsnota zijn er de voorbije jaren nog andere middelen voor het beleidsdomein van de minister ODA-aanrekenbaar geworden, zoals we kunnen lezen in het Vlaamse ODA-Rapport 2008. Het gaat onder meer om:

  • bilaterale samenwerking in Zuid-Afrika zoals: Educational Support to develop environmental management in primary schools in South-Africa voor een bedrag van 149.956 euro; Early Childhood development in the free state voor een bedrag van 425.947 euro; multilaterale samenwerking zoals: Quality Elementary Education through social inclusion in Orissa (India) voor een bedrag van 560.367 euro;
  • indirecte samenwerking: Schoolpartnerschappen tussen Vlaamse en Marokkaanse scholen voor een bedrag van 100.800 euro. (via UNICEF)

Vanuit het belang van transparantie in de Vlaamse middelen voor ontwikkelingssamenwerking graag volgende vragen.

1. Welk ontwikkelingsbeleid wil de minister voeren vanuit zijn beleidsdomein deze legislatuur (2009-2014)? Welke middelen wil hij ter beschikking stellen? Hoe ziet hij dit evolueren de komende jaren?

2. Baseert de minister zich hiervoor op de principes, doelstellingen en voorwaarden zoals geformuleerd in het kaderdecreet ontwikkelingssamenwerking van 2007?

3. Werd het ontwikkelingsbeleid dat vanuit Onderwijs gevoerd werd de voorbije jaren geëvalueerd? Met welk resultaat?

4. Heeft de minister dit beleid afgestemd met de minister-president, coördinerend minister voor ontwikkelingssamenwerking?

5. Is de minister van plan om VVOB vzw als prioritair partner op te nemen en bijvoorbeeld er een samenwerkingsovereenkomst mee af te sluiten?

antwoord
op vraag nr. 279 van 15 maart 2010
van sabine poleyn

1.   Het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking vanuit het beleidsdomein Onderwijs en Vorming zal zich de komende jaren focussen op drie soorten samenwerking: ontwikkelingssamenwerking in strikte zin (zie verder), bilaterale onderwijssamenwerking en uitwisseling. Ik streef ernaar projecten en programma’s op te zetten die in elk van deze categorieën thuis horen.
Wat de eerste categorie, ontwikkelingssamenwerking, betreft wil het beleidsdomein onderwijs zich focussen op de prioritaire landen van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking, in Zuidelijk Afrika. De aandacht moet gaan naar projecten met een duidelijke ontwikkelingscomponent (curriculum, leermaterialen, vorming en nascholing van leerkrachten, enz.) Aansluiting met het beleidsdomein internationaal Vlaanderen en het VAIS is hierbij essentieel. Dat gebeurt nu al en zal in de toekomst nog versterkt worden.
In de tweede vorm van samenwerking zal de aandacht gaan naar wederzijds voordelige, bilaterale projecten en programma’s waarbij Vlaanderen ook kan leren van landen in het Zuiden. De wederkerigheid is hierbij essentieel alsook de deskundigheidsbevordering in specifieke onderwijs-thema’s in Noord en Zuid.
De derde soort samenwerking kan gebundeld worden onder de noemer ‘uitwisseling’. Dit is expliciet bedoeld voor het onderwijsveld: scholen, onderwijsinstellingen, enz. In dit kader bestaan bij-voorbeeld de Vlaams-Marokkaanse partnerschappen. Ik wens dergelijke partnerschappen dit jaar nog uit te breiden naar enkele andere landen.
In 2010 is er 950.000 euro voorzien in de begroting voor nieuwe initiatieven in deze drie soorten samenwerking. Daarnaast is er een budget voorzien van 2.500.000 euro voor Unicef België voor de uitvoering en coördinatie van onderwijsprojecten in drie landen (Malawi, Mozambique en India).

2.   Ja

3.   Grote projecten en programma zijn regelmatig voorwerp van een externe evaluatie. De projecten-uitvoerders voeren ook vaak zelf een (impact)evaluatie uit.
Wat het beleid inzake ontwikkelingssamenwerking betreft, hebben de ervaringen uit het verleden geleid tot het uitzetten van een paar krijtlijnen zodat dit beleid meer gefocust en gestructureerd kan gebeuren. 

4.   Er wordt momenteel op regelmatige basis samengewerkt met het departement Internationaal Vlaanderen en met het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking (VAIS). Deze samenwerking zal in de toekomst worden verdergezet en indien mogelijk nog geïntensifieerd worden.

5.   In 2008 ondertekenden het ministerie van Onderwijs en de VVOB een Memorandum of Under-standing.  Dit Memorandum of Understanding is de neerslag van de intentie van VVOB en het MvO om te komen tot een meer structurele samenwerking en een strategisch partnerschap tussen beide partijen. Dit partnerschap kan bestaan uit het uitwisselen van ervaringen en expertise, het wederzijds informeren en inspireren, het bieden van concrete ondersteuning waar mogelijk en waar nodig en het versterken van de organisatorische en inhoudelijke banden. Inmiddels is de samenwerking ook uitgebreid door de oprichting van een Platform rond Onderwijs en Ontwikke-lingssamenwerking waarin niet alleen deze twee partijen betrokken zijn, maar alle mogelijke acto-ren die werken rond onderwijs in een context van ontwikkelingssamenwerking. Dit Platform (Educ-Aid) is recent opgericht (2010) en organiseert bijvoorbeeld regelmatig overlegmomenten en infosessies.
Er zetelt ook een vertegenwoordiger van het departement Onderwijs in de vergaderingen van de Raad van bestuur van VVOB. Tot slot is er ook op ad hoc basis spontaan overleg.

 

 

 

 


 

2010

Archief 2009

Archief 2008

Archief 2007

 


tekening
Marte Dewitte 8j.

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be