sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van mobiliteit en openbare werken betreffende het draagvlak voor het verplicht dragen van fluoreflecterende kledij op de fiets. (22-01-10)

Een grote groep ouderraden uit de regio Zuid-West-Vlaanderen voert sinds begin dit jaar actie voor het verplicht maken van het dragen van fluoreflecterend materiaal op de fiets.
In antwoord op mijn schriftelijke vraag hierover aan toenmalig minister Van Brempt (op 08/05/09) stelde zij dat er onvoldoende draagvlak is om de verplichting in te voeren. Intussen werd ook door federaal staatssecretaris Schouppe herhaaldelijk gesteld dat hij slechts gelooft in een verplichting van fluoreflecterende kledij voor fietsers, op voorwaarde dat er een voldoende draagvlak kan aangetoond worden.  Minister Van Brempt leek in haar antwoord aan te geven dat er onvoldoende onderzoek gebeurt hiernaar.  Duidelijke onderzoeksresultaten die aantonen dat fluoreflecterende kledij een significant effect heeft op de verkeersveiligheid zou het gevraagde draagvlak kunnen helpen creëren.

Daarom volgende vragen aan de minister:

1. Draagvlak is een algemeen begrip. De beoordeling ervan kan subjectieve elementen inhouden. Wanneer mag worden verondersteld dat voor dergelijke maatregel een ‘voldoende draagvlak’ aanwezig is?
2. Welke initiatieven plant de minister om jonge fietsers, maar in het algemeen ook joggers en andere ., warm te maken voor het dragen van reflecterende kledij in het verkeer?
3. Wat zegt de huidige stand van zaken inzake wetenschappelijk onderzoek over de  impact van reflecterend materiaal op ongevalrisico’s ? Hoeveel dodelijke verkeersslachtoffers kunnen worden toegeschreven aan het niet dragen van de reflecterende kledij? Indien er inderdaad onvoldoende onderzoek naar is, wil de minister bijkomend onderzoek laten voeren naar de impact van reflecterend materiaal op ongevalrisico’s?


Het uitgangspunt voor mijn verkeersveiligheidsbeleid is de strategische visie uit het Verkeers-veiligheidsplan Vlaanderen. Het voeren en ondersteunen van campagnes die het dragen van beschermingsmiddelen promoten, zoals fluohesjes door bepaalde kwetsbare groepen, zal worden verder gezet. Hiervoor wordt o.a. samengewerkt met de Vlaamse Stichting Verkeerskunde.

Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat de laatste jaren op verschillende beleidsniveaus maximale inspanningen werden gedaan om retroreflecterende beschermingsmiddelen te verspreiden onder kwetsbare verkeersdeelnemers. Er zijn ook initiatieven genomen om deze beschermingsmiddelen een cooler imago te geven. Dit heeft geleid tot een duidelijk zichtbaar gebruik van reflecterende uitrusting op de openbare weg, maar we zitten nog lang niet op het gewenste niveau. Ik zal mij daarom beraden met betrokken instanties, specialisten en representatieve jongerenorganisaties over de meest efficiënte strategie om het dragen van deze retroreflecterende beschermingsmidde-len te stimuleren.

De invoering van een verplichting voor het dragen van fluohesjes voor fietsers heeft ingrijpende consequenties. De opname van dergelijke regel in het verkeersreglement betekent dat overtre-dingen strafrechtelijk vervolgd kunnen worden. Ook de politiediensten zullen gedurende een be-paalde periode een zekere prioriteit moeten geven aan de handhaving van de nieuwe regel. De beslissing om dergelijke maatregel eventueel op te leggen behoort toe aan de federale overheid. Deze maatregel mag echter niet tot gevolg hebben dat het fietsgebruik afneemt. Het draagvlak bij de bevolking moet daarom in de overwegingen worden meegenomen, zonder dat we daar vandaag een percentage op moeten of kunnen plakken.

Ik wil nog benadrukken dat de Vlaamse overheid een beleid voert om het functionele fietsgebruik te stimuleren. Er worden belangrijke investeringen in de fietsinfrastructuur gedaan die onder meer tot doel hebben om het fietsverkeer te scheiden van het autoverkeer en zo de veiligheid voor de fietsers te verhogen. Ook op deze wijze wordt bijgedragen tot het terugdringen van de onveilig-heid voor fietsers.

Uit de ongevallenstatistieken blijkt dat ongeveer 70% van de geregistreerde dodelijke ongevallen met jonge fietsers bij daglicht plaatsvindt en dus 30% bij schemering of nacht.

De mogelijke ongevalfactor ‘zichtbaarheid van de fietser’ wordt niet afzonderlijk geregistreerd, tenzij het om omgevingsfactoren gaat (bv. mist).
Verkeersongevallen zijn meestal het resultaat van een samenloop van verschillende omstandig-heden en er zijn momenteel onvoldoende gegevens van ongevallen met fietsers beschikbaar om de veiligheidswinst van het dragen van fluokledij te berekenen.
In het rapport ‘De risico’s van fietsen’ (2007) van het Steunpunt Verkeersveiligheid wordt mel-ding gemaakt van een studie van Kwan & Mapstone (2004) ‘Visibility aids for pedestrians and cyclists: a systematic review of randomised controlled trials’. Zij onderzochten, aan de hand van een literatuurstudie, het effect van zichtbaarheidsbevorderende maatregelen, zoals fluorescerende, niet-fluorescerende en retroreflecterende materialen in verschillende kleuren, op de reactietijd en de detectie- en herkenningsafstand van waarnemers. Hieruit blijkt dat fluorescerende kleuren (rood, oranje, geel) zowel de reactietijd als de detectie- en herkenningsafstand verbeterden. Van alle retroreflectieve kleuren leveren rood en geel ’s nachts de beste resultaten. Dezelfde studie geeft echter ook aan dat er geen resultaten gevonden werden rond het verband tussen het gebruik van de zichtbaarheidsbevorderende  hulpmiddelen en het optreden van ongevallen. Dit behoeft volgens het Steunpunt Verkeersveiligheid verder onderzoek.

In de schoot van het Vlaams Forum Verkeersveiligheid (VFV) is een werkgroep Fietsveiligheid opgericht. ‘Zien en gezien worden’ is een belangrijk thema in deze werkgroep en in het voorjaar van 2010 zal het VFV prioritaire actiepunten voor de veiligheid van het fietsverkeer bespreken en vervolgens overmaken aan de diverse beleidsverantwoordelijken. Ook de noodzaak van verder wetenschappelijk onderzoek zal in deze werkgroep worden besproken.
Indien hieruit blijkt dat de noodzaak bestaat om een concrete studie op te starten, zal ik er op toezien dat hier middelen voor vrijgemaakt worden.


 

archief 2009

archief 2008

 



 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be