sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine Poleyn tot de heer Geert Bourgeois, viceminister- president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur,  Inburgering, Toerisme  en  Vlaamse  Rand,  over  de energiezuinigheid in kerkgebouwen.

Gebouwen energiezuinig maken met respect voor erfgoed is een grote uitdaging. Een concreet voorbeeld hierin zijn de kerkgebouwen die beschermd zijn als monument en omwille van hun historische waarde zuiniger willen omspringen met hun energie. Dit blijkt moeilijk (cfr. omzendbrief 2002)

Dit was ook de teneur van voormalig minister Van Mechelen in de commissie hierover in oktober 2008. Het belangrijkste is een pragmatische benadering om respect voor monumentenbescherming én noodzakelijke aanpassingen, o.m. omwille van energie. Daar stelde hij: “We moeten de symbiose tussen beide belangen op een flexibele manier realiseren.”

De voormalige minister wees ook op problemen bij de aflevering van vergunningen vanuit het agentschap en pleitte voor een inviduele aanpak van elk dossier. Hij kondigde aan dat de administratie werkte aan een afwegingskader per soort aanvraag. Bijvoorbeeld een beoordelingskader op basis van de herstelling van vensters dat zou gelden voor heel Vlaanderen.

Intussen is er technisch al heel wat meer mogelijk dan enkele jaren geleden.  Zo kan hoogrendementsbeglazing ook met respect voor oude glasramen, enzovoort.

In de Beleidsnota 2009-2014 lezen we dat de minister streeft naar de verbetering van energieprestaties van monumenten, waarbij de erfgoedwaarden zo veel mogelijk worden gerespecteerd. Een verbeterde energieprestatie komt ook de gebruiksmogelijkheden van het patrimonium sterk ten goede, waarover op 17 maart 2010 vragen in de Commissie Leefmilieu werden gesteld. Anderzijds kunnen te sterke temperatuurstijgingen en / of schommelingen bijkomende schade (aan bijvoorbeeld lederen stukken in orgels) aanrichten.

  1. Erkent de minister de noodzaak om het onroerend erfgoed energiezuinig te maken? Geldt dit ook voor kerkgebouwen?
  2. Volgt de minister de pragmatische houding van zijn voorganger?  Hoe wil hij dit realiseren?
  3. Werd er intussen een afwegingskader per soort aanvraag opgesteld zodat er voor heel Vlaanderen duidelijker richtlijnen zijn?
  4. Op welke manier wil de minister dit aanpakken? Hoeveel budgettaire middelen zijn er voor deze initiatieven vandaag beschikbaar?

ANTWOORD

Het is evident dat ook onroerend erfgoed in het algemeen en kerkgebouwen in het bijzonder zo energiezuinig mogelijk moeten kunnen worden gemaakt, vanzelfsprekend voor zover de daartoe noodzakelijke ingrepen geen overdreven fysieke en visuele impact hebben.

Het besluit van de Vlaamse regering van 11 maart 2005, tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties van gebouwen, bevat in dit licht uitzonderingsmaatregelen voor beschermde monumenten, gebouwen in beschermde landschappen, stads- en dorpsgezichten, en gebouwen bestemd voor de eredienst. Dat wil uiteraard niet zeggen dat er geen inspanningen kunnen worden geleverd om ook voor deze gebouwen energiezuinige oplossingen te zoeken.

Tegenwoordig zijn er talloze innovatieve materialen en technieken, die in een erfgoedcontext inpasbaar zijn. Ik denk hierbij onder meer aan gebruik van halogeen spaarlampen met een 'zacht' licht, die geschikt zijn voor gebruik in historische interieurs. Ook het vervangen van enkel glas door monumentenglas, die ondanks zijn geringe dikte toch sterk isoleert en bovendien het uitzicht van historisch glas heeft. Nieuwe technieken, zoals superdunne isolatiematerialen of verven, die licht in warmte omzetten, zullen in de toekomst ongetwijfeld de belemmeringen van een energiezuinige restauratie verder wegwerken.
De doordachte keuze van nieuwe materialen en technieken op maat van het monument betekent niet langer een rem, maar wel een boeiende uitdaging in de restauratiesector. Bovendien is energiezuinig restaureren vaak een bijkomende troef voor het behoud van de erfgoedwaarden. Voor monumenten met een waardevol en rijk uitgewerkt interieur is het sowieso van belang dat het binnenklimaat wordt gecontroleerd, in het belang van het aanwezige kunstbezit. Daarnaast zijn bij de meeste monumenten een aantal ingrepen mogelijk- als het vervangen van de verwarmingsketel en het plaatsen van dakisolatie- die over het algemeen de erfgoedwaarden niet of nauwelijks aantasten.

Een vrijwel identieke redenering geldt voor de historische cultuurlandschappen, waar het toenemend gebruik van windturbines, zonneparken of zonnepanelen bij gebouwen, in conflict dreigen te komen met de aanwezige onroerend erfgoedwaarden. Het duurzaam behoud van deze erfgoedwaarden in relatie met dit wijzigend (grond)gebruik (hun visueel-ruimtelijke impact) vormt een belangrijke uitdaging voor onze historische leefomgeving.

Hoewel elk monument verschillend is, en een individuele benadering noodzakelijk blijkt, moet het wel mogelijk zijn om tot op zekere hoogte richtlijnen aan te bieden, die houvast bieden aan initiatiefnemers.

Mijn administratie is ter zake op verschillende fronten actief (en deze activiteiten zijn niet specifiek gebudgetteerd). In navolging van het “Nederlandse Klimaatnetwerk” is een “Vlaams klimaatnetwerk” opgericht, met het oog op kennisuitwisseling en expertiseopbouw. Er wordt een brochure met algemene richtlijnen voorbereid, ten behoeve van erfgoedeigenaars. Maatwerk wordt geboden aan de hand van praktijkvoorbeelden, waarbij veel voorkomende problemen en hun aanpak worden geïllustreerd. Via een proefrestauratie in de Tuinwijk Klein Rusland te Zelzate wordt bijvoorbeeld nagegaan op welke manier het behoud van een beschermde sociale woning kan worden verenigd met de hedendaagse eisen van sociaal wonen en energieverbruik. Mijn administratie is ook betrokken bij de voorbereiding en ontwikkeling van een Europese norm met betrekking tot de verwarming van gebouwen voor de eredienst (EN 15759-1- Conservation of cultural property - Indoor climate - Part 1: Heating places of worship).
Het lijkt tot slot aangewezen om ook voor het behoud van de erfgoedwaarden in onze landschappen naar welbepaalde richtlijnen te streven, zoals het gebruik van zonnepanelen of andere vormen van hernieuwbare energiebronnen.
Er is dus nog werk aan de winkel, maar het is in elk geval zo dat stelselmatig duidelijkheid wordt geboden aangaande de verwachtingen en mogelijkheden van energiezuinige restauratie in erfgoedcontext.

 

 

2010

2009

2008

 



 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be