sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan minister Geert Bourgeois, Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand betreffende Ambtenaren   -   Internationale personeelsmobiliteit

In het ontwerpadvies van het Comité van de Regio’s van 27 september 2011 over de
Europese en internationale mobiliteit van ambtenaren en functionarissen van lokale en regionale overheden in de Europese Unie staat dat de mobiliteit van ambtenaren en functionarissen van lokale en regionale overheden, in het kader van hun levenslange opleiding via tijdelijke overplaatsingen naar een ander territoriaal lichaam, de Europese boodschap zou versterken, te meer daar ze dagelijks nauwe contacten onderhouden met de burgers en hun afgevaardigden.

Wat de ambtenaren van lokale en regionale besturen betreft, is er in Vlaanderen op 20 mei 2011 een besluit genomen dat de personeelsmobiliteit tussen de gemeenten en de provincies onderling en tussen deze besturen en de Vlaamse overheid regelt. Het komt er op neer dat:

  • een personeelslid van een gemeente (of OCMW,…) zich kandidaat kan stellen voor een functie bij een andere overheid van hetzelfde werkingsgebied via de procedure van de interne personeelsmobiliteit;
  • een personeelslid van een gemeente (of OCMW,…) zich kandidaat kan stellen voor een functie bij een andere overheid van hetzelfde werkingsgebied via een bevorderingsprocedure;
  • voor personeel van andere besturen in de Vlaamse overheidssector (dus andere gemeenten, provincies, Vlaamse overheid, enzovoort) wordt voorzien in een procedure van externe personeelsmobiliteit.  Als een functie via de externe personeelsmobiliteit opengesteld wordt, dan kunnen enkel personeelsleden van een ander openbaar bestuur in Vlaanderen zich kandidaat stellen.  Op dat moment komt het betrokken personeelslid dus niet in concurrentie met kandidaten die niet uit de brede Vlaamse overheidssector komen.

Van internationale mobiliteit is echter nog geen sprake. 

1. Hoe staat de minister tegenover het advies van het Comité van de Régio’s om Europese en internationale personeelsmobiliteit te stimuleren?

2. Welke mogelijkheden bestaan er vandaag voor personeelsmobiliteit binnen de Europese Unie of internationaal? 

3. Hoe vaak vindt dergelijke mobiliteit plaats?

4.Wat doet de Vlaamse overheid, of wat kan ze doen, om die te stimuleren?  Overweegt de minister om het voornoemde besluit uit te breiden?

 


Geert Bourgeois
viceminister-president van de vlaamse regering
vlaams minister van bestuurszaken, binnenlands bestuur, inburgering, toerisme en de vlaamse rand

antwoord op vraag nr. 79 van 27
van Sabine Poleyn

  • In deze snel veranderende en complexe maatschappij is het in het belang van de burger primordiaal dat de Vlaamse overheid een innovatieve en lerende organisatie is en blijft. Ik benadrukte daarom in mijn Beleidsnota Bestuurszaken 2009 – 2014 onder andere het belang van de voortgezette investering in de ontwikkeling van medewerkers, middenkader en topmanagers volgens de normen die ook in andere sectoren het streefdoel zijn.   

    De mogelijkheid bieden aan personeelsleden om tijdelijk ervaring en kennis en kunde op te doen bij een externe nationale of internationale werkgever/instelling levert mijns inziens een belangrijke bijdrage aan de persoonlijke ontwikkeling van het personeelslid, die de opgedane ervaring ten dienste kan stellen van een nog efficiëntere en effectievere realisatie van de doelstellingen van de Vlaamse overheid.       

    Ik sta bijgevolg positief ten opzicht van het advies waarin het Comité van de Regio’s het belang van de tijdelijke overplaatsing van een personeelslid naar een andere territoriaal lichaam beklemtoont.
  • Het Vlaams personeelsstatuut van 13 januari 2006 (VPS) biedt aan de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) die hieronder ressorteren al tal van mogelijkheden om bij een externe nationale of internationale werkgever/instelling tijdelijk ervaring op te doen.

    a. Verlof voor opdracht    

    Het Vlaams personeelsstatuut omvat twee vormen van verlof voor opdracht, namelijk het verlof voor een opdracht van algemeen belang en een ambtshalve verlof voor opdracht. 

    Het verlof voor opdracht van algemeen belang kan worden toegekend aan een ambtenaar die belast is met de uitvoering van een opdracht bij een externe nationale of internationale werkgever/instelling waarvan de functioneel bevoegde minister het algemeen belang erkent. Aan dit verlof is een tijdsbeperking van vier jaar verbonden. 

    Biedt evenwel een supranationale of internationale instelling een opdracht aan of betreft het een opdracht in het raam van ontwikkelingssamenwerking, wetenschappelijk onderzoek of humanitaire hulp, dan heeft de ambtenaar ambtshalve recht op verlof voor opdracht. Aan dit verlof is geen tijdsbeperking verbonden. 

    Zowel het verlof voor opdracht van algemeen belang, als het ambtshalve verlof voor opdracht zijn thans enkel toegankelijk voor het statutair personeel.   

    b. Onbetaald verlof           

    Een ambtenaar beschikt gedurende zijn gehele loopbaan over een contingent van vijf jaar onbetaald verlof (één jaar een recht en één jaar dienstactiviteit). Wenst een ambtenaar ervaring op te doen bij een externe nationale of internationale werkgever/instelling en zijn de verloven voor opdracht geen optie, dan kan de ambtenaar deze verlofvorm gebruiken.

    Het contractueel personeel heeft recht op één jaar onbetaald verlof om onder andere bij een externe nationale of internationale werkgever/instelling ervaring op te doen. Een verlenging van het verlof is mogelijk op voorwaarde dat de lijnmanager hiermee instemt.          

    c. Terbeschikkingstelling van statutair personeel    

    Een lijnmanager van een dienst van de Vlaamse overheid is bevoegd om één of meerdere van zijn statutaire personeelsleden tijdelijk in het belang van de Vlaamse overheid ter beschikking te stellen van een externe werkgever.

    De terbeschikkingstelling van contractueel personeel is thans onmogelijk. De wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers verbiedt dit namelijk vooralsnog.         
  • Er zijn geen cijfergegevens met betrekking tot Europese en/of internationale mobiliteit beschikbaar.
  • Ik meen dat er voldoende stimulansen uitgaan van de mogelijkheden die thans bestaan. Om die reden zal ik op korte termijn geen ingrijpende wijzigingen doorvoeren.   

    Ik wens bovendien uw aandacht te vestigen op het feit dat de besluiten waar naar u verwijst geen tijdelijke tewerkstelling bij een externe werkgever tot doel hebben. Een personeelslid dat de mobiliteitsregeling, opgenomen in door u aangehaalde besluiten, gebruikt, stapt namelijk definitief over van de diensten van de Vlaamse overheid naar een lokaal bestuur, van een lokaal bestuur naar de diensten van de Vlaamse overheid of van het ene naar het andere lokale bestuur.

 

Ten slotte kan ik u nog meedelen dat er binnen het sleutelproject 'modern HR-beleid' een kernproject mobiliteit is opgericht. Dit project is nu in de beginfase, zodat er momenteel nog geen informatie beschikbaar is over de voorstellen die eventueel zullen worden geformuleerd m.b.t. de internationale personeelsmobiliteit. Deze voorstellen zullen mij per begin volgend jaar worden bezorgd.

 

2010

2009

2008

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be