Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin betreffende de beperkte tijd die Belgen aan hun kinderen besteden.
België bengelt onderaan het klassement wanneer het gaat over de tijd die ouders in hun kinderen tot vijftien jaar steken, zo blijkt uit een studie van de OESO.
Op 22 landen hebben alleen Zuid-Koreanen en Zuid-Afrikanen nog minder tijd voor hun kroost. Het OESO-gemiddelde van een uur en twaalf minuten ‘primaire zorg’ voor kinderen (spelen, helpen bij het huiswerk, eten geven, aankleden) wordt bij ons niet gehaald. Kijkt men ook naar de ‘secundaire zorg’ (in dezelfde ruimte zijn, maar iets anders doen) dan verandert er weinig. Ook daar scoren we slechter dan het gemiddelde van twee uur per dag.
Een opvallende vaststelling is dat moeders meer zorgen voor de kinderen dan vaders, zelfs als de moeder werkt en de vader niet.
Ervan uitgaande dat deze cijfers in gelijke mate op Vlaanderen van toepassing zijn, graag volgende vragen aan de minister:
- Beschikt de minister over de Vlaamse cijfers?
- Werd de administratie op de één of andere manier betrokken bij het betreffende onderzoek?
|