sabine
sabinevlaams parlementbuitenlandjeugdoverigeonderwijswest-vlaanderenfotoboekcontact

Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan minister Geert Bourgeois, Viceminister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand betreffende archeologische adviesdossiers en archeologische opgravingen.


Het verdrag van Malta of ook wel het Verdrag van Valetta genoemd, werd ondertekend door de lidstaten van de Raad van Europa in 1992. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Het gaat om archeologische resten zoals nederzettingen, grafvelden en gebruiksvoorwerpen. Het archeologische erfgoed heeft integrale bescherming nodig. Reeds in 1993 werd daarom een Vlaams archeologiedecreet van kracht.
Het verdrag van Malta schrijft voor dat op een plek met archeologisch potentieel waar men iets wil bouwen een bodem onderzoek moet gebeuren. Behoud in situ krijgt duidelijk de voorkeur op behoud ex situ, maar in geval van behoud ex situ, draait wie de grond verstoort, op voor de kosten.
Op basis van het Vlaams archeologiedecreet, en in uitvoering van een aantal principes uit het Verdrag van La Valetta, is er reeds een zekere archeologische adviespraktijk gegroeid met een vrij recente maar ontegensprekelijke toename van het aantal opgravingen.
Zo worden aanvraagdossiers voor een stedenbouwkundige vergunning binnen de zogenaamde ‘bijzondere procedure’ automatisch onderworpen aan een archeologisch advies. Voor aanvragen binnen de gewone procedure gebeurt dit vanaf een bepaalde omvang (> 10 loten, > 5000 m²,appartementsgebouwen met > 50 appartementen,...)
Ik heb daar dan ook een aantal vragen over. Graag de gegevens per jaar en per provincie:

  1. Hoeveel adviezen zijn er sinds juni 1999 afgeleverd binnen de bijzondere procedure?
  2. Hoeveel hiervan resulteerden in een vooronderzoek?
  3. Hoeveel hiervan resulteerden in een aanpassing van de plannen omwille van behoud in situ?
  4. Hoeveel hiervan resulteerden in een opgraving?
  5. Hoeveel kostte dit respectievelijk aan de gewestelijke, provinciale en lokale besturen?
  1. Hoeveel adviezen zijn er sinds juni 1999 afgeleverd buiten de bijzondere procedure?
  2. Hoeveel hiervan resulteerden in een vooronderzoek?
  3. Hoeveel hiervan resulteerden in een aanpassing van de plannen omwille van behoud in situ?
  4. Hoeveel hiervan resulteerden in een opgraving?
  5. Hoeveel kostte dit aan de initiatiefnemers?

    ANTWOORD

    Aangezien zowel de bijzondere als de reguliere procedure pas in werking zijn getreden samen met de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening op 1 september 2009, zijn er maar cijfers vanaf deze datum.

    2009

    G

    V

    Totaal

    Limburg

    121

    24

    145

    Antwerpen

    188

    22

    210

    Oost-Vlaanderen

    193

    17

    210

    West-Vlaanderen

    121

    10

    131

    Vlaams-Brabant

    146

    17

    163

    TOTAAL

    769

    90

    859

     

     

     

     

     

     

     

     

    2010

    G

    V

    Totaal

    Limburg

    318

    57

    375

    Antwerpen

    688

    68

    756

    Oost-Vlaanderen

    576

    24

    600

    West-Vlaanderen

    392

    38

    430

    Vlaams-Brabant

    379

    59

    438

    TOTAAL

    2353

    246

    2599

     

     

     

     

     

     

     

     

    2011

    G

    V

    Totaal

    Limburg

    211

    27

    238

    Antwerpen

    356

    43

    399

    Oost-Vlaanderen

    339

    8

    347

    West-Vlaanderen

    262

    18

    280

    Vlaams-Brabant

    271

    11

    282

    TOTAAL

    1439

    107

    1546

     

    1. In de tabellen hierboven kan u de aantallen adviezen binnen de bijzondere procedure per provincie vinden. 2009 beslaat de periode van 1 september tot en met 31 december van dat jaar; 2010 beslaat de periode van 1 januari tot en met 31 december van dat jaar; 2011 beslaat de periode van 1 januari tot en met 31 juli van dat jaar. Met G (van gunstig) wordt bedoeld adviezen die zonder archeologische voorwaarden zijn ingediend. Met V wordt bedoeld adviezen die met archeologische voorwaarden zijn ingediend. Deze voorwaarden kunnen zowel een aanpassing van de plannen inhouden, als een prospectie met ingreep in de bodem door middel van boringen (waarvoor geen archeologische vergunning vereist is), door middel van proefsleuven of een onmiddellijke opgraving (waarvoor een archeologische vergunning vereist is) of een bureaustudie.
    2. Op basis van de huidige databanken kan er geen direct verband gelegd worden tussen de advisering en het vergunningsplichtig vooronderzoek. De databank van de adviezen maakt immers enkel onderscheid tussen gunstig en gunstig met voorwaarden. De databank van de archeologische vergunningen bevat enkel vergunningsaanvragen voor prospectie met ingreep in de bodem en voor archeologische opgravingen. Hieronder vallen ook projecten waarvan het adviestraject niet alleen binnen de bijzondere of reguliere procedure is gebeurd, maar ook binnen andere regelgeving (bijvoorbeeld premiedossiers, studieopdrachten, en dergelijke meer).
    3. Ik verwijs naar deelvraag 2.
    4. Ik verwijs naar deelvraag 2.
    5. Mijn administratie beschikt niet over de gevraagde gegevens.
    6. Ik verwijs naar deelvraag 2.
    7. Ik verwijs naar deelvraag 2.
    8. Ik verwijs naar deelvraag 2.
    9. Ik verwijs naar deelvraag 2.
    10. Mijn administratie beschikt niet over de gevraagde gegevens.

 

2010

2009

2008

 

 

Sabine Poleyn - Vlaams volksvertegenwoordiger - Otegemstraat 131, 8550 Zwevegem, 0472 27 69 99 - Tel 02 552 43 27

creatie www.soete.be