Schriftelijke vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Sabine Poleyn aan mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken betreffende de verbreding van het kanaal Bossuit-Kortrijk.
Het kanaal Bossuit-Kortrijk verbindt de Schelde met de Leie. Dit kanaal werd in gebruik genomen in 1860 en moest vooral een economische verbindingsweg vormen tussen Henegouwen en Vlaanderen. In de jaren ’70 werd het kanaal verbreed en werden 8 kleine sluizen vervangen door 3 grote: in Bossuit, Moen en de laatste in Zwevegem (in 2000). Hierdoor kunnen er schepen van 13,5 ton varen van Bossuit tot aan de grens met Kortrijk (klasse 4).
Doordat er op het grondgebied van Kortrijk echter nog 3 geklasseerde kleine sluizen liggen (sluis 8,9 en 10) is het kanaal daar slechts toegankelijk voor schepen van 300 ton (klasse 1). Hierdoor kan de verbinding tussen Schelde en Leie niet optimaal gebruikt worden.
De verbreding van deze laatste 3 kilometer zou moeten onderzocht worden.
Daarom volgende vragen aan de minister:
Kan de kalibrering van de drie geklasseerde sluizen (8,9 en 10) aangepast worden? Wanneer zou dit kunnen gebeuren? Welke procedure moet dit doorlopen?
Welke rol speelt het kanaal in het Seine-Schelde West programma? Hoever staat het met dit programma? Welke timing wordt voorzien voor de werken aan het kanaal Roeselare-Leie?
In welke mate wordt het kanaal vanuit de Schelde momenteel economisch (niet-recreatief) gebruikt door grotere vrachtschepen? Door welke bedrijven of met welke trafieken? Welke sluizen en loskades worden hier vooral gebruikt?
Bestaat er een mobiliteitsstudie die de economische opportuniteiten van de optimalisering van het kanaal uitwerkt? Bij voorbeeld door op te lijsten welke bedrijven interesse hebben of zouden kunnen hebben om van het kanaal gebruik te maken?
De optie om het kanaal Bossuit-Kortrijk op het grondgebied van Kortrijk verder te kalibreren op 1.350 ton wordt niet verlaten.
De prioriteit van de Vlaamse Regering ligt thans evenwel bij de realisatie van het project Seine-Schelde, waarbij de Leie wordt opgewaardeerd tot klasse Vb waterweg voor schepen van 4.500 ton. In tweede orde ligt de prioriteit op het wegwerken van de bestaande knelpunten op het kanaal Roeselare-Leie. Pas daarna kan een verdere modernisering van het kanaal Bossuit-Kortrijk aan de orde zijn. Het is op dit ogenblik niet mogelijk hiervoor een datum naar voor te schuiven.
De verdere modernisering op klasse Va - 1350 ton van het kanaal Bossuit-Kortrijk op het grond-gebied van Kortrijk zal het voorwerp moeten uitmaken van een plan-Mer. In deze plan-Mer zullen de te volgen procedures nader worden bepaald.
Het kanaal speelt geen rol in het Seine-Schelde-West verhaal. Wat het kanaal Roeselare-Leie, betreft is het eerste project dat hier zal worden uitgevoerd, het herbouwen van de Dorpsbrug te Ingelmunster. De studie voor de herbouw van de brug is voorzien in 2010.
In 2008 werden op het kanaal Bossuit-Kortrijk 474.891 ton aan goederen geladen en gelost. De aard ervan is divers en bestaat uit zand voor de lokale betonindustrieën, houtschroot voor een elektrische centrale, metaalschroot, verontreinigde gronden en slib en grondstoffen voor de pro-ductie van veevoeders en bakkerijgrondstoffen. De aanvoer en het lossen gebeurt aan de eigen kades van de bedrijven gelegen te Harelbeke en te Kortrijk. De hierbij ingezette sluizen zijn deze te Moen, Bossuit en Zwevegem.
Er bestaat geen afzonderlijke mobiliteitsstudie voor de optimalisering van het kanaal. Wel wordt door Waterwegen en Zeekanaal NV een actief beleid gevoerd opdat bedrijven zich naar de water-weg zouden richten. Een belangrijk element hierbij zijn de transportdeskundigen die onder-nemingen begeleiden die goederentransport over het water overwegen. In het verleden heeft dit geleid tot de bouw van een aantal publiek-private kaaimuren op het kanaal Bossuit-Kortrijk.
|